• Staartje Carnaval

    3 augustus 2022

    Wonen 7

    Maandagavond 1 augustus was de voorlaatste carnavalsavond. Daar zouden we niet naar toe gaan, maar hebben we toch gedaan. Het was een optocht van muziekwagens vanuit het oude centrum die bij het festivalterrein zouden eindigen. Wij bedachten dat we dan gingen eten op het festivalterrein en dan konden we mooi de stoet zien aankomen. Aangekomen op het festivalterrein waren er maar drie van de twintig booths open. Een booth is een barretje waar je eten en drinken kunt kopen. Ze staan aan twee kanten van het terrein als een gemetselde muur van marktkramen naast elkaar. Als het luik open is, is de bar open. Feitelijk is dit terrein de vaste locatie voor allerhande feesten, zoals bijvoorbeeld de derde donderdag van de maand als er een soort interculturele uitwisseling van verschillende wereldkeukens wordt georganiseerd.

    We kochten dus bij wat wel open was wat te eten en een biertje. Langzaam werd het drukker. Er waren meer, vooral jonge mensen en veel kinderen. Iedereen was normaler gekleed als we eerder zagen bij carnaval,  dat wil zeggen wel veel naveltruitjes, hotpants en leggings maar minder glitter. Tegen de tijd dat de stoet aankwam, waren inmiddels bijna alle booths open. Toen begon dus het echte eten en drinken. En het doek werd verwijderd van het obstakel dat in het midden stond. Wij waren inmiddels begonnen aan onze tweede cocktail en ik was helemaal verrast toen er onder het doek een pop van stro tevoorschijn kwam, aangekleed met een wit laken over het hoofd met viltstift ogen, neus en mond, een shirt en een broek. Iemand zei dat de pop aan het eind van de avond verbrand zou worden. Ik was ontroerd vanwege de overeenkomst met Knillis in Den Bosch en voelde me heel erg thuis. Voor de verbranding gingen we echter naar huis. Moe en met teveel drank op en omdat voor Hans de volgende dag het werk weer wachtte. Maar we hebben het carnaval op Statia van een afstand leren kennen en kunnen wat wij in Rotterdam het Zomercarnaval noemen dus beter plaatsen.

    Voor wie nog geïnteresseerd in onze dagelijkse beslommeringen op het eiland: zondag 31 juli hebben we de hele dag, ik bedoel 24 uur, zonder water gezeten. Maandagochtend was er weer water en was er een lek nog dichter bij ons huis. Dat werd dinsdag gerepareerd (dus weer water afgesloten) Ik ga het bijhouden: dit was de 6de keer sinds 5 juli. Maar ondanks alle ongemakken blijft het wonen op het eiland iets moois.

  • Het leven voor en na de Herstelwet

    Werken bij het Openbaar Lichaam Sint Eustatius, in Nederland zouden we zeggen de gemeente Statia, is werken onder de regels van de zogeheten Herstelwet. In plaats van de caribische gemeentewet, hier de WOLBes genoemd, geldt voor Sint Eustatius de Herstelwet. Hier heb ik in eerdere bijdragen al over geschreven. 

    Voor wie een beetje wetskennis heeft is de Herstelwet een opsomming van artikelen uit de WOLBes, die op dit moment niet van toepassing zijn op Statia. Waaraan moeten we dan denken als het gaat om de Herstelwet? In de kern betekent het dat alle bevoegdheden op een hoop zijn gegooid en dat van een gezonde checks and balances geen sprake meer is. In Nederland bereidt het college van burgemeester en wethouders besluiten voor voor de gemeenteraad, voert ze uit en legt verantwoording af aan de gemeenteraad. Bovendien heeft het college een zogeheten actieve informatieplicht richting de gemeenteraad. Maar niet op Statia. Het recht van de gemeenteraad om via de begroting en de jaarrekening, de zogeheten planning en controlecyclus, controle over de besteding van de eigen middelen te houden en te kiezen voor eigen prioriteiten, zijn ook deze regels niet van toepassing op Statia. Al deze bevoegdheden zijn via de Herstelwet in handen gelegd van de Regeringscommissaris, die daarmee de absolute macht heeft, zij het binnen de spelregels die door de Nederlandse regering zijn opgesteld. 

    De Herstelwet biedt ook de mogelijkheid om terug te gaan tot de “normale” situatie, die van de eerder gememoreerde Caribische gemeentewet. Daar is een vorm van tijdpad voor ontworpen, die in stappen moet leiden tot een volledig herstel van de lokale democratie. Een onderdeel daarvan is de mogelijkheid om vanaf oktober weer eigen “wethouders” te kunnen benoemen, zij het nog steeds onder de regels van de Herstelwet en dus met een absolute macht bij de Regeringscommissaris. Je zou dus kunnen zeggen een “chef lege dozen”. Er is echter voldoende ruimte, als die ook wordt genomen en geboden om daadwerkelijk iets van het wethouderschap te gaan maken (op Statia gedeputeerden genoemd).

    De Herstelwet en de wijze waarop deze is ingericht enerzijds en de (al eerder gememoreerde) lange duur van het ingrijpen uit Den Haag anderzijds, heeft als het ware geleid tot een verlamming van de normale werkprocessen binnen Statia. Daar waar je in een “normale” gemeente gewend bent dat er informatie over het bestuurlijk reilen en zeilen van alledag wordt verstrekt vanuit het college, daar ontbreekt deze informatiestroom op Statia. Daar waar de planning en controlecyclus leidt tot momenten van bezinning over het gevoerde beleid, het toekomstige beleid en de verantwoording over de bestede en begrote middelen, ontbreken deze “hoogdagen van de lokale democratie” op Statia. Daar waar ingekomen stukken ook richting de griffie gaan, is het nu wachten op hetgeen naar de griffie wordt gestuurd. 

    Een dergelijke situatie leidt tot argwaan en onbegrip over en weer. De Herstelwet verlamt als het ware een normaal ambtelijk proces, waarin de door mij zo geprezen en gepropageerde bestuurlijke en ambtelijke samenwerking totaal afwezig is. Het is veel meer zij en wij in plaats van samen en met elkaar. Deze negatieve gevoelens en ervaringen kleuren ook de route naar het herstel van de echte democratie. Hernieuwde afspraken over hoe het beter kan en moet worden bij de eerste de beste uitglijder als weer een teken gezien en gevoeld van “zie je nou wel, ze willen het niet”. Het herstel naar een echte lokale democratie vereist derhalve niet alleen nieuwe heldere procedures om dit vorm te geven, het vereist bovendien een soort van gemeenschappelijk gevoel waarbinnen de nieuwe manier van besturen (feitelijk de manier waarop de WOLBes is gestoeld), ook met elkaar wordt gedeeld. Dat delen van die gemeenschappelijke waarden en normen met het gevoel er te zijn voor de inwoners van Statia en dat alles binnen de democratische waarden en normen van de Caribische gemeentewet staat nog in de kinderschoenen en is vooral een heel wankele uitgangspositie. 

    Het maken van nieuwe spelregels, het introduceren van moderne arbeidsprocessen, dat alles moet gebeuren met mensen, die elkaar slecht vertrouwen of elkaars wettelijke positie binnen de WOLBes niet kennen. Werken voor een college, dat afhankelijk is van de eilandsraad is heel wat anders als werken voor een Regeringscommissaris, die zelfstandig kan besluiten. Een brief doorsturen aan de Eilandsraad, die daar wettelijk recht op heeft, is heel wat anders als het doorsturen aan de Eilandsraad, die er toch niets mee kan. Dus waarom zou je het doorsturen?

    Ik ben wellicht naïef om te zeggen dat de manier van werken nu niet is gebaseerd op onwil van de ene of de andere kant, maar op onmacht en onwetendheid. Als je al 4 jaar niet gewend bent te werken binnen een systeem van checks en balances, dan kan je ook niet verwachten dat een andere manier van werken en werkprocessen, die daarop zijn ingericht gelijk goed zullen gaan. Ook dat gaat tijd kosten en onderweg leiden tot ongelukken. Maar tegelijkertijd zou een langer durend uitblijven van herstel van de echte lokale democratie ook de doodsteek kunnen zijn voor deze leuke gemeente. 

    Er is, zeg ik met enige reserve nog, veel werk gemaakt in de afgelopen jaren van verbeteringen in de lokale wetgeving, de financiële huishouding en wat dies meer zij, maar tegelijkertijd is er te weinig aandacht geweest voor het echte democratische proces en hoe dat vorm en inhoud te geven op Statia. Als professional en buitenstaander (met inmiddels een warm hart voor Statia) gun ik Statia niet alleen zoveel als mogelijk zelfbeschikking voor wat zij zelf denken dat goed is voor Statia, maar beschouw ik die stap noodzakelijk met daarboven een goede begeleiding op die terreinen die noodzakelijk zijn. Begeleiding is iets heel anders dan wat Den Haag heeft gedaan; die is het zelf gaan doen. 

  • De expats op Sint Eustatius

    Wij zijn niet de enigen uit Holland of de Hollandse eilanden in de Antillen, die werkzaam zijn op Sint Eustatius. Grofweg kun je drie groepen onderscheiden: ofwel je bent werkzaam bij de terminal van GTI (olie), ofwel je bent werkzaam (geweest) bij aan de overheid gelieerde instellingen, of je bent een lokale ondernemer geworden. Daarnaast zijn er toeristen, maar die groep is te verwaarlozen, hetgeen voor de lokale economie wel jammer is. GTI is wellicht de grootste werkgever op het eiland, direct en indirect en doet met name in opslag en overslag van olieproducten. Schepen gaan voor de kust voor anker en worden met speciale platforms bijgetankt. Ze zouden op jaarbasis zo’n 90 miljoen vaten olie kunnen opslaan en doorvoeren. Een andere grote werkgever is de overheid, waarbij te denken valt aan het personeel bij de gemeente, het ziekenhuis, de zorginstellingen en de veiligheidsdiensten.

    Het eiland is zo klein dat je elkaar snel zult tegenkomen. Toch zijn er een paar plekken te noemen, waar de expats elkaar makkelijk ontmoeten. Voor ons is dat het kleine strand aan de Rost van Tonningenweg (heet echt zo!!). Veel strand kent Sint Eustatius niet en het ligt ingeklemd tussen de ruïnes van de oude pakhuizen van de WIC (West-Indische Compagnie), wat wel handig is om je spullen op te leggen of om op te zitten. Het strand is zwart van kleur door de vulkanische ondergrond van het eiland.

    De keren dat wij aan het strand zijn, komen we altijd andere mensen tegen, Statiaanse families  en expats. Na het delen van algemene inleidingen, komt het al snel op de vraag: wat doe jij op Sint Eustatius? En dan ontvouwt zich een scala aan bijzondere verhalen. Zo kwamen we een koppel tegen dat elkaar in de jaren 90 hadden leren kennen als collega’s bij de lokale middelbare school. Klaarblijkelijk beviel de kennismaking zodanig, dat zij op Sint Eustatius zijn getrouwd toen zij 9 maanden zwanger was….. Dat het geen romantische bevlieging was, blijkt uit het vervolg. Zij zijn met de kinderen teruggegaan naar Nederland, tussendoor nog wel eens teruggekomen, maar nu gepensioneerd en sinds enige tijd weer woonachtig op Sint Eustatius. Hij heeft zich inmiddels omgeschoold tot sterrenkundige en ze zijn druk bezig om een echt planetarium te maken op het eiland. We moeten snel komen koffie drinken, gaven ze aan en dat gaan we doen. 

    Anja wordt wegwijs gemaakt in de tamarinde peul

    Maar we kwamen ook een jong gezin tegen op het strand. Zij is verbonden aan het ziekenhuis, waar ze zich heeft gespecialiseerd in de behandeling van diabetici en hij vanuit hier via internet werkzaam is voor de veiligheid van Schiphol. Twee van hun drie jonge kinderen bezoeken de lokale basisschool en spreken na vier maanden inmiddels goed engels.  Hun verblijf duurt nog anderhalve week. Dat vinden ze heel jammer. Hoewel het ziekenhuis graag haar verblijf langer zou zien, is het vooral Schiphol die vraagt om een snelle terugkeer. Dat gaat hen erg aan het hart. Dat geldt ook voor onze buurman, die de ziekenhuisdirecteur blijkt te zijn, en die het jammer vindt haar te moeten laten gaan.

    Wat feitelijk alle expats/Nederlanders die wij tegenkomen gemeen hebben, is hun oprechte interesse in het eiland. De Statianen maken je het wat dat betreft ook wel makkelijk: ze zijn heel open, gaan graag met je het gesprek aan en merken al snel of de liefde voor hun eiland alleen maar is ingegeven door geld verdienen of daadwerkelijk interesse is in hen en hun eiland. Veel van de hier al langer verblijvende Nederlanders of teruggekeerden zeggen het zo: Statia gaat op enig moment in je zitten en je raakt het niet meer kwijt. 

    Dat geluid hadden we voor ons vertrek in Nederland al gehoord, maar toen klonk het nog vreemd. Een toenmalige collega van Anja heeft in 2020 de tussentijdse verkiezingen voor de eilandsraad verzorgd en gaf aan dat zij als Europeaan was gekomen maar als Statiaan was vertrokken. Degenen, die ik tegenkom binnen de gemeentelijke organisatie zoals de eilandraadsleden en de regeringscommissaris  kennen haar nu nog! Haar werk wordt nu nog gewaardeerd. Ze beschouwen haar als een van hen, terwijl ze van buiten komt. 

    Echte Statianen worden we niet maar ze maken het je makkelijk om het gevoel te krijgen van zeer betrokken buitenstaanders!

  • Een maand lang carnaval

    1 augustus 2022

    Wonen 6 

    Kinderoptocht

    Het carnaval in Nederland duurt officieel 3 dagen maar is in de laatste 40 jaar uitgegroeid tot 6 dagen: van donderdagavond tot en met dinsdagavond. Ik had collega’s die de hele week vrij namen want na de dinsdagavond hadden ze nog wel 2 dagen nodig om hun stem weer terug te vinden. Op Statia duurt carnaval een week en echte feestvierders nemen die week ook vrij. Dat moet wel want alle feesten beginnen volgens het programma om 20.00u maar in de praktijk veel later en soms pas om 24.00u. De feesten worden allemaal op een festivalterrein gehouden in de open lucht. Ik heb oordopjes nodig gehad om te kunnen slapen. De week carnaval is ingebed in een feestperiode van 5 weken: het programma van carnaval loopt van vrijdag 1 juli tot en met dinsdag 6 augustus. Daarvan kun je de 7 feesten in de eerste drie weken zien als voorproefje en de 3 activiteiten in de laatste 7 dagen als afscheid. We zijn gaan kijken naar drie onderdelen: de kinderoptocht, de miss carnaval verkiezing en de grote optocht. Achteraf kan ik zeggen dat de kinderoptocht een kopie is van de grote optocht. De kinderen zijn verkleed in lycrapakjes met veel veren erop en ze dansen achter de muziekwagen aan. Het is echt een kwestie van jong geleerd is oud gedaan want bij de grote optocht heb ik dames gezien die zeker 70 jaar waren en die nog net zo soepel in de heupen waren en die graag hun pak, hun lijf en hun moves wilden laten zien. En alles was ook te zien: de pakjes waren laag uitgesneden van boven en hoog opgesneden van onderen, maar wel allemaal een panty aan dus het was niet bloot. We stonden aan het begin van de optocht. Er was live muziek, mooi weer en iedereen had er zin in. Toen de stoet voorbij was, gingen de  omstanders niet naar huis. Wij begrepen dat de stoet hier weer voorbij kwam op de terugweg. Iedereen bleef, wij ook. Toen de stoet voor de tweede keer langskwam was de stemming onder de dansers nog veel beter. Een aantal dansers had de schoenen uitgetrokken en kwam voorbij op pantyvoeten. Toen ontdekte ik ook miss carnaval die in de achterste groep meeliep. Ze poseerde trots toen ik een foto nam.

    Hollanders onder elkaar, die gezamenlijk genieten……….

    De miss verkiezing was afgelopen donderdag. We wisten dat we er niet om 20.00u maar rond 21.30 u moesten zijn, maar we wilden niks missen en dus waren wij er al om 20.30u. We moesten nog een kaartje kopen. Die waren $ 25, dus $ 50 voor ons tweeën. Hans vroeg of hij het wel goed verstaan had. “Ja”, zei de dame, “in de voorverkoop $ 20 en aan de deur $ 25”. Hij vond het duur. Er was niet eens een band maar een avondvullende verkiezingsshow. “Echt waar $ 50?”, vroeg Hans. Ik vroeg me af of de gezinnen met kinderen die ik om me heen zag ook allemaal zoveel geld betaald hadden. “Oké, $ 40”, zei de dame. “Oké”, zei ik snel en betaalde. Ik zag Hans er voor aan om om te keren en weer naar huis te gaan. De eerste hobbel was genomen. Ik stond onhandig met de polsbandjes in de aanslag, toen Hans naar een mevrouw liep en haar aansprak. Dat was de regeringscommissaris. Hans had haar al gezien en gesproken in Nederland. Ik stelde me voor. Ze vond het leuk dat we er waren en ze liep naar binnen naar de stoelen voor genodigden bij het podium in het midden van de ruimte. Wij liepen een rondje langs alle barretjes langs de kant waar je drank en eten kon kopen. Wij installeerden ons en het kijken en afwachten kon beginnen. De toeschouwers waren fantastisch om te zien. Het was een avondje uit en de meesten waren er naar gekleed. Sommigen waren netjes zoals ze naar de kerk zouden gaan en anderen waren in feesttenu. Dat betekent strakke kleding, kleurig, glitter, waarin billen en borsten goed zichtbaar zijn. Jonge vrouwen had vaak blonde nepvlechten die tot hun knieën komen. Blijkbaar mode. Het programma zelf was vermoeiend omdat de presentator niet zo creatief was. Hij vertelde minstens 5 keer het zelfde en sprak de namen van de juryleden meerdere keren verkeerd uit. Er waren drie deelnemers (ik neem aan na talloze voorronden) die werden beoordeeld op vijf onderdelen: speech, cultuur, talent, avondjurk en interview. De speech moest gaan over leiderschap. De eerste deelnemer raakte me met haar persoonlijke verhaal dat ze als ‘alleenstaande moeder van drie’  met 3 banen coach is (of wil zijn) voor jongeren om ze te bewegen hun school af te maken en niet in de valkuil te lopen waar zij in is gelopen. Cultuur stond voor een outfit waarmee de deelnemer iets wil uitdrukken over de cultuur op Statia. Aan deze outfit herkende ik de miss carnaval in de optocht. Talent was een onderdeel waarin de deelnemers konden shinen met iets waar ze goed in zijn. Helaas dacht de een dat ze kon dansen, de ander dat ze kon zingen en de derde dat ze kon presenteren. De avondjurk was een mooi onderdeel. De eerste deelnemer zag er geweldig uit in hemelsblauw. De jurk ‘deed wat voor haar’ en was klassiek, goed gesneden met een decolleté tot aan haar navel, maar dat kon ze goede hebben. Maar dat was een Nederlandse observatie. De andere twee overtroffen elkaar in glitter, tierelantijnen en hoog opgesneden splitten, kortom je zag de jurk en niet meer de vrouw die erin zat. Het interview was het antwoord van maximaal 1 minuut op de vraag: wat is je reactie op bodyshaming? Daar wisten deze vrouwen wel een antwoord op. En volgens mij hebben alle vrouwen op Statia daar wel een antwoord op. Ik vraag me af of het hier een probleem is want er is hier een enorme voorkeur voor het showen van weelderige lijven. Maar dit is glad ijs voor een buitenstaander zoals ik. 

    De winnaar was nummer drie. Dat hoorden we de volgende dag van de regeringscommissaris die langs ons huis kwam rijden en riep dat ze het leuk vond dat wij er geweest waren. Het was ook leuk om het een keer te hebben meegemaakt. Maar waar hebben we nou naar zitten kijken? Het was geen klassieke veekeuring voor het mooiste lichaam. Het ging om de outfits, de gebektheid van de deelnemers en wat ook meespeelde was de teamprestatie voor de regie en de aankleding van alle performance onderdelen. De teamleden waren zeer aanwezig op het toneel en in de feestruimte. Ze lieten ook stevig van zich horen door te joelen en schreeuwen. Het had wel iets van ter land, ter zee en in de lucht.

  • Water en dozen uit Nederland

    27 juli 2022

    Wonen 5

    het lek in de straat

    Het waterlek was maandag verholpen. Het heeft nog twee dagen geduurd voordat de straat weer dicht was met aarde en cement er bovenop. Nu konden we onze aandacht weer richten op andere zaken. Hans had vorige week al het gevoel dat onze dozen waren aangekomen. Maar we hoorden nog niks. De medewerkster van de griffie zou worden gebeld als ze waren aangekomen want de adressering was aan de griffie. Maandag kwam de medewerkster speciaal naar kantoor om te zeggen dat de dozen waren aangekomen. Ten minste dat dachten ze bij de haven want er stond geen adres op, dus zeker was het niet. Dinsdag om 10.00u konden we naar de haven. Om 10.30u kwam de mevrouw die het papierwerk moest doen. Ondertussen had een vriendelijke man ons al binnengelaten en hadden wij al gezien dat het onze dozen waren. De mevrouw vroeg naar onze papieren. We hadden alleen een bewijs van de vervoerder uit Hoogvliet. Nee we moesten een inklaringsbewijs hebben van Universal Xpress. Daarvoor moesten we naar een kantoor in het centrum. Ze legde uit waar we moesten zijn. Ik vroeg nog of er een bord op de deur stond of een huisnummer. Nee we zouden het vanzelf zien, het witte huis derde van rechts. Dat was een goede aanwijzing. Wij propten ons naar binnen en stonden in een klein kantoor waar drie ( later vier) mensen aan het werk waren tussen enorme stapels papieren, tijdelijk bewaarde goederen en een kapotte bureaustoel. Een mevrouw vroeg naar de goederenlijst waar de inhoud en waarde van de goederen op stond. Die hadden we niet. We hadden alleen een bewijs dat we 8 dozen hadden achtergelaten bij de vervoerder die op transport naar Sint Eustatius werden gezet. We boden aan ter plekke een goederenlijst op te stellen want we weten heel goed wat er in onze 8 dozen zit. Ze moest de procedure volgen dus ze wilde de goederenlijst van de vervoerder. Gelukkig bemoeide een andere medewerker zich ermee. Hij gaf ons papier en pen en we mochten een lijst opstellen met de goederen en de waarde ervan. Over de waarde moesten we invoerrechten betalen omdat we tijdelijk bleven. Als we waren geëmigreerd was het gratis geweest. Hij vroeg ook naar de factuur van de vervoerder. Die hadden we ook niet en Hans kon die niet vinden in zijn telefoon. We hadden wel een betaalbewijs aan de vervoerder. Daar wilde hij het wel mee doen. Hans wilde het bewijs mailen naar het kantoor, maar hij had daar geen bereik. De derde medewerker had een Iphone en wist hoe je een bericht draadloos van deze in een andere Iphone krijgt. Ze had ook 3 cm lange nagels waarmee ze prima een telefoon kon bedienen. Zij printte het document. De eerste mevrouw moest toen het papierwerk in orde maken, maar klaagde voortdurend geluidloos met een lang gezicht. Waarschijnlijk omdat dit niet volgens de gewone procedure was. De man gaf haar voortdurend aanwijzingen. Het duurde nogal lang voordat er een papier uit de computer kwam rollen. Inmiddels had ik spijt dat ik de aangeboden stoel had afgeslagen. Na betaling werden de papieren aan elkaar geniet en meegegeven. We konden weer terug naar de haven.

    Bij de haven moesten we betalen voor de afhandeling. Dat was niet eenvoudig want er stond geen adres op de dozen en daarom kon de mevrouw van de haven niet opzoeken met welk schip dit was aangekomen. Ze riep haar collega die we het eerst hadden ontmoet. De mevrouw van de werkvloer ging even kijken en kwam terug met de mededeling dat er wel een adres op stond: het gemeentehuis. Toen kon ze vinden met welk schip dit was aangekomen en was het snel afgehandeld. Na betaling moesten we met alle papieren nog een keer langs de douane. De douane moest controleren. Hans maakt nog de opmerking dat het toch vreemd is als je van Nederland naar een Nederlands eiland vertrekt dat je langs de douane moet. De controleur (Nederlander) keek Hans aan met een lachje dat van alles kan betekenen. Ik hou het er op dat het betekende: je moest eens weten wat wij hier allemaal tegenkomen. Hij stelde ons nog een paar vragen over de goederen. De man van het inklaringsbureau stond toen toevallig ook bij de douane en zei dat hij het papierwerk had gedaan en dat de invoerrechten betaald waren. Hij gaf de papieren terug. Alles was rond. We mochten de dozen meenemen. 

    Onze dozen zijn thuis………

    Thuis keken we op de papieren. De dozen waren op vrijdag 22 juli aangekomen. Hans had het goed aangevoeld.

  • De herstelwet of hoe een bevolking weer grip probeert te krijgen op de eigen toekomst

    26 juli 2022

    Al ruim 4 jaar kent Sint Eustatius geen feitelijke democratie. Alles wat er bestuurlijk gebeurt, ligt in de handen van de Regeringscommissaris, die haar rechten en bevoegdheden ontleend aan de zogeheten Herstelwet. Van enige checks en balances, zo belangrijk in onze eigen democratische organen is vooralsnog geen sprake. De Regeringscommissaris hoeft alleen verantwoording af te leggen aan “Den Haag”, meer bepaald aan de staatssecretaris voor Koninkrijksrelaties, Alexandra van Huffelen. 

    De Herstelwet is sinds 2020 de opvolger van de Tijdelijke Wet verwaarlozing uit 2018, waarmee de Eilandsraad, de (waarnemend) Gezaghebber en het Bestuurscollege van hun wettelijke taken werden ontheven en ontbonden. Met de Herstelwet werd het weer mogelijk voor de bevolking van Sint Eustatius om een eigen Eilandsraad te kiezen, die overigens niet of nauwelijks bevoegdheden kreeg toebedeeld. In een bij de Herstelwet behorende route-tabel werd wel een inzicht gegeven hoe uiteindelijk de democratie weer zou worden hersteld.

    Den Haag hoopte dat de verkiezingen in 2020 zouden leiden tot een Eilandsraad, waarin vooral nieuwe gezichten (en daarmee nieuwe stemmen) zouden worden gekozen. Echter, de Eilandsraad, die in 2018 uit hun taken werd ontheven en buitenspel werd gezet, werd met de verkiezingen in 2020 in dezelfde samenstelling herkozen. Feitelijk kan je stellen dat de bevolking daarmee het signaal gaf dat wat hen betreft hun volksvertegenwoordigers het goed hebben gedaan. Sindsdien is er getracht door enerzijds de Regeringscommissaris en anderzijds de Eilandsraad om tot een werkbaar evenwicht te komen, waarin “de stem” van de eigen bevolking in het beleid zou terugkomen. De Herstelwet bood daar evenwel weinig mogelijkheden voor, wat een grote wissel trok op de bestuurlijke samenwerking. In 2022 leidde dat uiteindelijk tot een mediation-traject om tot een werkbare samenwerking te komen. Tegelijk ontstond er een dialoog met de nieuw aangetreden regering in Nederland om tot een echt herstel van de democratie te komen. Vooral het “terugkrijgen” van het budgetrecht voor de Eilandsraad staat bovenaan het verlanglijstje. 

    Een nieuwe stap is dat in oktober weer twee gedeputeerden worden benoemd door de Eilandsraad, die dan in samenwerking met de Regeringscommissaris het dagelijks bestuur van het Openbaar Lichaam Sint Eustatius (zeg maar de gemeente Statia) gaan vormen. Maar wel onder de geldende Herstelwet, dus het bestuurlijke primaat blijft bij de Regeringscommissaris. Maar het is een begin. Voorts is afgesproken dat de begrotingsvoorbereiding voor het jaar 2023 in nauwe samenwerking met de Eilandsraad gaat gebeuren. En in 2023 vinden weer de reguliere verkiezingen plaats voor de Eilandsraad, tegelijk met die voor Saba en Bonaire. 

    Het is de uitdrukkelijke wens van de verschillende fracties binnen de Eilandsraad dat met de verkiezingen in 2023 ook het felbegeerde budgetrecht weer terugkomt bij de Eilandsraad. Hoewel de staatssecretaris heeft aangegeven deze wens heel goed te begrijpen en dit ook wil, houdt ze nog veel slagen om de arm. Dat is tegen het zere been van de verschillende politieke partijen op Statia. Belangrijkste reden voor de terughoudendheid is de vraag vanuit Den Haag of de financiële administratie inmiddels voldoende op orde is om het budgetrecht weer in handen van de Eilandsraad te leggen. Maar de Eilandsraad heeft geen enkele grip op dat proces en kan daar ook geen invloed op uitoefenen. Het is de Regeringscommissaris die daarvoor in haar eentje verantwoordelijk is en die dit met de gemeentesecretaris en het ambtelijk apparaat moet regelen.  De Eilandsraad heeft het gevoel de dupe te worden van de twijfels aan het functioneren van de Regeringscommissaris. 

    Ik ben nog een relatieve nieuwkomer op Sint Eustatius en ben bezig om de “bestuurlijke mores” te leren kennen. Wat ik zie is dat veel van de nog bestaande hobbels om tot een terugkeer van de lokale democratie te komen vooral gelegen zijn in het intern functioneren van de ambtelijke organisatie (die overigens haar stinkende best doen om het goede te doen). Tegelijk kan je ook de vraag stellen of 4 jaar na het ingrijpen vanuit “Den Haag” voldoende aandacht is geweest om deze periode zo kort mogelijk te laten zijn. Ik heb het gevoel dat er veel aandacht is geweest voor het instrumentele (modernisering verordeningen, betere financiële administratie e.d.) en dat er te weinig aandacht is uitgegaan naar de onderliggende gevoelens en ervaringen bij bevolking en bestuur, die tot het ingrijpen hebben geleid. Democratie is veel meer dan alleen de meeste stemmen tellen of de grootste zijn. Democratie betekent ook zoeken naar een zo groot mogelijk draagvlak voor leuke maar vooral ook minder leuke besluiten. Zeker op een klein eiland als Sint Eustatius met een grote verscheidenheid aan kerken, families en tradities is het werken aan een zo breed mogelijk draagvlak in mijn optiek heel belangrijk. Zoals ik al eerder heb aangegeven past daarin ook opnieuw te kijken naar de omvang van de Eilandsraad. In Nederland zou Sint Eustatius met dit inwonertal recht hebben op 9 leden, terwijl men het nu met 5 moet doen. Voorts zou geïnvesteerd kunnen worden in de kennisoverdracht binnen het voortgezet onderwijs op het eiland, waar eilandsraadsleden, gedeputeerden, de gezaghebber en de ambtelijke top ieder vanuit hun eigen rol iets kunnen vertellen over wat ze doen, hoe ze het doen en waarom dit belangrijk is voor de toekomst van Sint Eustatius. Maak de democratie een levend onderdeel van het onderwijs, want uiteindelijk hebben ook hier de jongeren de toekomst. Experimenteer met bestuursvormen, waarbij de bewoners nadrukkelijker bij het bestuur kunnen worden betrokken. Volgens mij komen we op deze manier verder met de toekomst van Statia.

  • Eten, uit eten en weer een waterlek 

    25 juli 2022

    Wonen 4

    Al bijna 3 weken op Statia. We zijn gewend aan de warmte en kunnen inmiddels goed de weg vinden. We weten welke supermarkt sterke drank verkoopt en waar we het beste wijn kunnen halen. De beste chinees heeft inderdaad lekker eten en gisteravond zijn we uit eten geweest in het hotel met het mooiste uitzicht Quill Gardens. Dit hotel is geen restaurant en kookt alleen voor de eigen gasten, maar als er minder gasten zijn mag je aanschuiven. Dat is te volgen op een app die onze huisbaas aan Hans had doorgegeven. Iemand zei dat we in de gaten moeten houden wanneer ze weer Indische rijsttafel op het menu hebben want die is heerlijk. Dat was dus gisteren en er was nog plek. Bij aankomst troffen we het hele gezin van de gemeentesecretaris. De vier volwassen kinderen waren net thuis gekomen. Drie studeren er in Eindhoven en de vierde werkt op een jacht en is binnenkort gediplomeerd stuurvrouw. Zij vertelde dat ze heeft gewerkt op een schip met een bemanning van 80 mensen op een aantal passagiers van 20 en ook op een schip met 26 mensen personeel op een aantal passagiers van 50. Kortom heel afwisselend. De familie ging aan tafel en wij zochten een plekje op de veranda met een glas rosé en genoten van de skyline waar steeds meer lichtjes aangingen en waar het donker van de nacht langzaam overheen viel. In een half uur is het hier donker. De uitbater kwam zich voorstellen en een praatje maken. In november is het 2 jaar dat hij en zijn vrouw Quill Gardens runnen voor de eigenaar (onze huisbaas). Dat was coronatijd en ze moesten eerst 14 dagen in quarantaine na aankomst. Die 14 dagen hebben ze doorgebracht in het huisje waar wij nu wonen (hij wist al wie wij waren). Zij vonden het een leuk huis maar wel aan de snelweg van Statia en dat vonden ze niks. Ik vroeg hoe ze er bij kwamen om Indische rijsttafel te maken? Ze hebben al jaren een tweede huis op Bali en daar hebben ze geleerd hoe je dat maakt. Ze wonen in Ermelo maar denken niet dat ze daar naar teruggaan. Uiteindelijk willen ze zich vestigen in Indonesië en daar een horecazaak starten. Statia kwam toevallig voorbij en nu hebben ze Indonesië geparkeerd voor over 3 jaar. De rijsttafel was heerlijk. De rit terug door het donker viel me mee, misschien omdat ik wijn had gedronken en omdat er geen tegenliggers aankwamen. 

    Vandaag gaan ze het lek in de waterleiding repareren. Vrijdagmiddag hebben ze met een spuitbus verf aangegeven welk stuk beton er uit de weg moet worden gezaagd. Ik kan het vanuit huis goed zien want het is 20 meter verder. Afgelopen vrijdag was het al de vierde keer dat het water was afgesloten sinds onze aankomst (ik blijf het turven in mijn agenda). We mochten weer verhuizen van de huisbaas maar daar hebben we geen zin in. Het is deze keer zo dat er van 05.00 – 08.00u en van 17.00 – 20.00u wel water is met druk zodat we er goed rekening mee kunnen houden. Vanmorgen om 8.30u kwam er een auto die de weg blokkeerde. De chauffeur wachtte in zijn auto op zijn collega’s om de klus te klaren. Om 9.30u kwam er een auto langs van Stuco (het waterbedrijf) die weer weg ging en vervolgens kwam er een 2de collega. Beide mannen hebben tot 11.30u gewacht op de noodzakelijke drilboor, graafmachine en afvoerwagen. Vanaf 11.45u zijn ze aan de gang. Plakken beton van dik 10 cm worden uit de weg getild en er wordt een sleuf in de grond gegraven. Ik zal jullie de volgende keer laten weten hoe het verder is gegaan.

  • Een grote waterstoring en veel regen

    21 juli 2022

    Wonen 3

    Een grote waterstoring en veel regen

    De afgelopen dagen zijn beheerst door het gebrek aan water uit de kraan en de onvoorspelbare regens. Het is hier leven met de elementen. We worden teruggeworpen op basale behoeften en mogelijkheden. Afgelopen vrijdag viel de druk van het water weg. Er was wel water maar een heel klein straaltje. Het zal wel tijdelijk zijn. Dan maar even niet douchen en niet de wasmachine gebruiken. Zaterdag was het water afgesloten. Tussen 17.30u en 19.30u was er wel weer een klein straaltje. Daarna weer afgesloten. Zondag hetzelfde. Onze huisbaas laat ons weten dat er een groot probleem is met de watervoorziening. Er is een lek maar niemand weet waar. Het kan lang gaan duren. Hij biedt ons tijdelijk een ander appartement aan. Daar kunnen we dinsdag in.

    We horen dat er vaak problemen zijn met het water. De aanleg van de waterleidingen zijn na een aanbestedingsprocedure gegund aan een Nederlands bedrijf. Er wordt gezegd dat dat werk slecht is uitgevoerd. Nu zijn er om de haverklap lekkages. Deze ervaringen maken het niet makkelijk om door te gaan met het aanleggen van waterleidingen op het eiland.

    We gaan naar het andere appartement omdat niemand weet hoe lang het gaat duren. Ik vind het moeilijk om weg te gaan uit ons huisje. Ik voel me hier helemaal thuis. Ik was net begonnen om de tuin op te knappen door bladeren weg te halen en onkruid uit te trekken. Er groeit hier een exoot die alles overwoekert, ook in onze tuin. Op dinsdag ga ik verhuizen. Ik neem al het eten mee en wat kleren. Het appartement heeft een zwembad. Heerlijk. En een grote buitenbarbecue. Ik haal Hans op van zijn werk (dat is nu te ver weg om te lopen). We zwemmen wat en wachten op de thuiskomst van de andere bewoners. Die komen wel maar verdwijnen direct naar binnen. Niemand gaat zwemmen. We zijn benieuwd of de barbecue wordt gebruikt. Wij plannen om die morgen te gebruiken. Dan gaat het ineens regenen. Dus als je de barbecue wilt gebruiken moet je ook een plan B hebben voor het geval het gaat regenen. Dat is nou jammer. ‘S Avonds meldt de huisbaas dat het lek is gevonden en de watervoorziening weer in orde is. Nou dan verhuizen we morgen weer terug.

    De volgende dag breng ik Hans naar zijn werk en controleer of het water inderdaad terug is. Dat is zo. Mooi. Ik ga weer terugverhuizen en ga voor de laatste keer  het zwembad in. Terug doe ik de afwas en draai een was. Alles weer in orde. Vandaag ben ik weer doorgegaan met onkruid uit de tuin halen. Tussen de buien door.

    De regen is fascinerend. Vaak zie ik het niet aankomen. Als de eerste druppels beginnen, dan snel de was binnenhalen, anders ben je te laat. Vaak zwelt de regen aan en gaat het hard en veel en met grote druppels. Het gebeurt ook dat ik het uren van tevoren zie aankomen omdat de lucht dan donker grijspaars is en het hard gaat waaien. Het kan ook dat de bui wegwaait en er niks gebeurt. Als de bui voorbij is dan zie je er na 5 minuten niks meer van: volop zon en het water zakt snel de grond in. Toen we kwamen dacht ik dat het een verwaarloosde tuin was. Maar na een week regen was de grond groen. Er is veel aangeplant alleen moet er nodig gesnoeid worden. Het regenseizoen is pas begonnen toen wij aankwamen, dus eigenlijk een maand te laat. Nu gaat er geen nacht voorbij zonder dat het regent en vaak zo hard dat ik er wakker van word. Goed voor de tuin en goed voor de mensen met een waterput.

    Anja

  • Een gemeente van Nederland of toch niet……..?

    Sint Eustatius heeft de status van Nederlandse gemeente binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Dat betekent dat voor het eiland in principe dezelfde rechten en plichten gelden als voor een gemeente in het verre Nederland. Dat is anders dan op het bovenwindse eiland Sint Maarten, dat met Aruba en Curacao een zogeheten “status aparte” heeft. 

    Een soort waddeneiland dus, maar dan iets verder gelegen van het Nederlandse vaste land. Kijk naar de hulpdiensten: De bekende gele kleuren van de ambulance sieren ook de ambulance op Sint Eustatius. De rode kleuren en strepen van de brandweerwagens zie je ook terug op het brandweermaterieel hier. De politie rijdt in de Hollandse kleuren en zelfs de marechaussee is herkenbaar. Het enige verschil met het vasteland in Nederland zijn hier de kentekenplaten: die zijn statiaans en volgens mij een must-have voor verzamelaars.

    Ook herkenbaar is de verzuiling. Er is de katholieke kerk, de protestante kerk, en de methodisten en de 7e dag adventisten hebben ieder hun eigen kerkgebouw.  Ook in het basisonderwijs zie je de verschillen terug met eigen scholen. De Nederlandse trend dat een gemeente pas meetelt als er een rotonde is aangelegd, herkennen we hier ook. Sinds kort beschikt Sint Eustatius over twee heuse rotondes, die worden geacht het verkeer in goede banen te leiden. De vraag is uiteraard welk verkeer dan, maar op zulke details moet je niet letten. Sinds kort ontbreken ook de verkeersheuvels niet, dus je waant je thuis. Alleen stoplichten ontbreken hier. Tenslotte wordt net als in Nederland rechts gereden en hebben de auto’s het stuur aan de linkerkant. 

    De meest in het oog lopende verschillen zijn dat er Engels wordt gesproken, betaald wordt in dollars en het prijspeil een stuk hoger ligt als op het Nederlandse vasteland. Alles wat hier nodig is, komt met de boot, waarbij Sint Maarten als overslaghaven fungeert wat ook weer extra geld kost. Zo betaal je hier voor een kartonnen doos met 24 flesjes Heineken van 25 cl 22 dollar in de supermarkt. Een fles heel gewone wijn kost 8 dollar en een vers volkoren brood gesneden kost 6 dollar bij de bakker. Dat zijn de eerste verschillen als je een voet op het eiland zet en je er tijdelijk gaat vestigen. 

    Oh ja, om er te komen moet je altijd een vliegtuig of boot nemen, anders is een bezoek niet mogelijk. Een retour naar Sint Maarten met het vliegtuig (nog geen 20 minuten inclusief stijgen en dalen) kost circa 300 dollar. Een retour via de boot kost 85 dollar, maar dan zul je een stevige maag of zeemansbenen moeten hebben, want de zee tussen beide eilanden is vrij ruw. Hugo de Jonge zal dat beamen, nadat hij na zijn laatste bezoek hier met de boot naar Sint Maarten ging.

    Als het eten, het wonen en het reizen van en naar Statia zo duur is, dan verwacht je dat de inkomens ook hoog zijn net als de sociale vangnetten voor de mensen die zonder werk komen te zitten. Maar dan ineens blijken er verschillen te zijn met het vasteland van Nederland en zelfs met de Waddeneilanden. Dan ineens vormt Statia geen onderdeel meer van Nederland en behoort het alleen nog tot het Koninkrijk der Nederlanden. 

    Een Statiaan heeft dan wel de Nederlandse nationaliteit, maar heeft geen BSN-nummer en daarmee geen Digid. Wat wij met onze BSN (digitaal) kunnen aanvragen of inzien, bestaat niet voor Statianen of is anders geregeld. Ook het minimumloon op Statia is zo’n 500 euro lager als in Nederland, terwijl het prijspeil hoger is.

    Het belangrijkste verschil met de Nederlandse voorzieningen is het ontbreken van een vangnet bij werkloosheid. Een WW-uitkering is er niet en een bijstandsuitkering ook niet. Hier bestaat de zogeheten onderstand. Per twee weken heeft een werkloze inwoner recht op een bijdrage van 233 dollar (oftewel 466 dollar per maand), plus voor het eerste kind 41 dollar (82 per maand) en voor de volgende kinderen 21 dollar (42 dollar per maand) en als deze inwoner zelfstandig woont ook nog 132 dollar voor huisvestingskosten (264 dollar per maand). Overigens was dat bedrag tot voor kort nog maar 160 dollar per maand! Een alleenstaande moeder met twee kinderen met een eigen woning, maar zonder werk, moet rondkomen van zo’n 854 dollar per maand. Daarvan moet alles betaald worden ook het onderwijs van de kinderen. In Nederland heb je dan al snel een uitkering van zo’n 1.100 euro plus nog veel toeslagen.  Als je dus geen werk meer hebt val je hier al snel in een financieel gat. Daar staat dan tegenover dat de zorgverzekering er voor alle inwoners is, maar wel zonder keuze in pakketten. Ondanks alle goede zorgen van de mensen die werken binnen de gezondheidszorg op het eiland, is er sprake van minimale zorg. Al snel ben je aangewezen op de helikopter voor zorg in Sint Maarten of het vliegtuig voor zorg op Curacao. Als snel handelen belangrijk is, zijn je vooruitzichten niet goed. 

    Bij de totstandkoming van deze bijzondere gemeenten van Nederland is beloofd dat er een acceptabel niveau van voorzieningen zou worden geregeld. Dat is nog steeds niet gebeurd.

    Hans 17 juli 2022

  • Bestuurlijke zaken Statia

    Sint Eustatius is sinds 2018 ontheven uit haar taken en bevoegdheden als zelfstandig Openbaar Lichaam, zeg maar gemeente. De wijze van besturen kon geen genade vinden in de ogen van Den Haag en derhalve werd er ingegrepen. Het allerzwaarste bestuurlijke instrument werd uit de kast gehaald, opgepoetst en ingezet op Statia. De Gezaghebber (burgemeester), de gedeputeerden (wethouders) en de Eilandsraad (gemeenteraad) konden naar huis. In plaats daarvan kwam er een Regeringscommissaris, die orde op zaken moest gaan brengen. Wat was er zoal aan de hand, dat een zo zware ingreep in het lokale bestuur noodzakelijk was? 

    Een zogeheten Commissie van Wijzen heeft in 2018 onderzoek gedaan naar de staat van het bestuur op Sint Eustatius. In haar rapportage heeft de commissie vastgesteld dat Sint Eustatius zowel sociaaleconomisch als fysiek in sterk verwaarloosde staat verkeerde en dat er sprake was van ernstig verstoorde bestuurlijke verhoudingen en een ongunstig ondernemings- en investeringsklimaat met elementen van willekeur. Volgens de commissie werd de situatie op bestuurlijk vlak gekenmerkt door wetteloosheid, financieel wanbeheer, het negeren van ander wettelijk gezag, discriminatie, intimidatie en het nastreven van persoonlijke macht; de verhoudingen tussen de coalitie en de oppositie en tussen het Nederlandse en Statiaanse bestuur waren ernstig verstoord of vrijwel geheel verbroken. Tenslotte was in de eilandsraad een motie aangenomen waarin werd uitgesproken dat de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (ook wel genoemd WolBES) en de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (kortweg FinBES) niet langer op het eiland zouden worden toegepast. De ingreep werd vastgelegd in de zogeheten Herstelwet en via een spoedprocedure door de Tweede en Eerste Kamer geleid.  

    Inmiddels is het 2022. In 2020 zijn er tussentijdse verkiezingen geweest voor de Eilandsraad en is een nieuwe raad aan de slag gegaan. Nieuw is overigens betrekkelijk, omdat feitelijk de weggestuurde raadsleden zich verkiesbaar hadden gesteld en ook opnieuw werden gekozen. Wel met een mandaat van de eigen bevolking derhalve. Edoch, belangrijke bevoegdheden als het budgetrecht werden niet toegekend aan de Eilandraad. Wel was er een soort van spoorboekje verschenen, waarlangs gewerkt ging worden aan verbeteringen in de wijze van besturen en vooral de administratieve processen. Afgelopen maand heeft het kabinet in Nederland het licht op groen gezet als het gaat om het kunnen benoemen van gedeputeerden (wethouders) in het bestuur van Statia. Per 1 oktober a.s. beschikt het Openbaar Lichaam dus weer over een dagelijks bestuur, tezamen met de Regeringscommissaris. Echter, ook dan geldt dat de uiteindelijke macht nog steeds bij de Regeringscommissaris berust. 

    In maart 2023 vinden de reguliere verkiezingen plaats op Sint Eustatius voor de Eilandsraad, net zoals binnen de andere BES-eilanden Saba en Bonaire. Voor de Eilandsraad op Statia zou dat het moment moeten zijn dat vooral het budgetrecht weer komt te liggen bij henzelf. In de afgelopen jaren heeft ook de Eilandsraad zich veel moeite getroost om de verhoudingen te normaliseren en zijn ook opleidingen gevolgd om beter te kunnen besturen. Zij voelen zich klaar voor de volgende stap. Daarover worden momenteel gesprekken gevoerd met de Staatssecretaris voor Koninkrijksrelaties Alexandra van Huffelen. 

    Dit is de stand van zaken, die ik aantrof, toen ik aan de slag ging op Sint Eustatius. Veel informatie had ik inmiddels zelf al gevonden op internet of vernomen uit gesprekken met de Werkgeverscommissie en mijn collega op de griffie. Ik was derhalve niet verrast, maar had wel veel vragen. De belangrijkste vraag, die ik mijzelf in de voorbereiding heb gesteld was de vraag hoe het mogelijk kon zijn dat 4 jaar na de feitelijke ingreep de situatie nog steeds niet was genormaliseerd? Uit mijn eigen ervaring kende ik iets over de achtergronden van het bestuurlijk ingrijpen in de gemeenten Maasdriel en Den Helder, waarbij de gemaakte bestuurlijke diagnoses in essentie niet heel veel verschillen van die op Statia. Via kortdurende bestuurlijke ingrepen is toen weer orde op zaken gesteld. 

    Een helder antwoord op deze vraag heb ik nog niet, al heb ik wel het gevoel dat veel van de noodzakelijk te nemen maatregelen buiten de directe invloedssfeer van de Eilandsraad liggen. Feitelijk zijn zij afhankelijk van wat de Regeringscommissaris, de Eilandsecretaris en het gemeentelijk apparaat  voor elkaar kunnen krijgen. Daarop wordt de voortgang vanuit Den Haag getoetst en op grond daarvan wordt dan ook bepaald of Statia weer zelfbeschikkingsrecht kan krijgen. Dat de raadsleden, zeker gezien de lange tijd dat het al duurt, daarover gefrustreerd raken valt dan ook goed te begrijpen. Tegelijkertijd valt ook de positie van de Regeringscommissaris niet te benijden: als voorzitter van de Raad ook verantwoording afleggen over het beleid, waarvoor je als Regeringscommissaris ook alle bevoegdheden en zeggenschap hebt. Dat de spanningen onderling dan soms ook hoog oplopen, is geen verrassing.

    Ik zal in toekomstige blogs de lezers meenemen in de verdere bestuurlijke ontwikkelingen. Er lijkt licht te komen aan het einde van de tunnel voor het bestuur en de inwoners van Statia, maar de lange duur van de ingreep heeft meer en meer ruimte gegeven voor wantrouwen tussen alle belangrijke actoren in het proces, terwijl juist in zo’n moeilijk proces vertrouwen het beste cement vormt. Wordt derhalve vervolgd……..

    Hans