-
Het herstel verder vormgeven

Woning op de Berkel Plantation vlakbij de zee met Quill op achtergrond De commissionairs zijn dus benoemd en aan de slag gegaan. De Regeringscommissarissen en mn collega eilandsecretaris en haar medewerkers zijn druk bezig om hen wegwijs te maken binnen de huidige organisatie. Hoewel de commissionairs wel al vroegere ervaring hebben in het werk binnen het bestuurscollege, zullen de nieuwe werkwijzen hen wel eigen moeten worden gemaakt. Als griffier sta ik vooralsnog aan de zijlijn, maar op het gebied van de samenwerking tussen raad en bestuurscollege zijn goede afspraken noodzakelijk. Maar ook hier geldt dat alles niet in een keer vorm kan worden gegeven.
Voor mij als griffier is het nu weer bezig zijn met de dagelijkse gang van zaken en trachten ook binnen de griffie en in de werkprocessen met de eilandsraad instrumenten die passen binnen de WolBES op tafel te brengen. Belangrijk zal zijn de introductie van een digitaal systeem, waarbinnen alle noodzakelijke werkprocessen kunnen worden vormgegeven. Denk aan registratie stukken, routing vergaderstukken, vastleggen vergaderingen e.d. Wat voor ons in de meeste Nederlandse gemeenten inmiddels heel normaal is, staat hier op Sint Eustatius nog in de kinderschoenen. Voordeel van het pas starten nu met digitalisering betekent overigens ook leren van fouten, die in Nederland zijn gemaakt. Welke oud-Feyenoorder zei ook al weer: elk nadeel heeft zijn voordeel?
Afgelopen week bracht een delegatie van het ministerie van BZK een bezoek aan het eiland om te praten over de aanpassingen binnen de WolBES. Er staat een revisie op de rol en ze wensten daarover ook met de eilandraadsleden en de griffier te spreken. Vanuit onze kant is aangedrongen op gelijkschakeling van het aantal raadsleden met dat van vergelijkbare gemeenten in Nederland. Nu mogen Sint Eustatius en Saba ieder 5 raadsleden hebben. In Nederland zou Sint Eustatius op basis van dezelfde inwoneraantallen recht hebben op 11 raadsleden. Eigenlijk is de achtergrond van het verschil de vraag of er wel 11 geschikte kandidaten zouden zijn te vinden op het eiland. Alsof we dezelfde vraag ook stellen bij Ameland met ook iets meer dan 3000 inwoners? BZK wil wel het aantal naar boven bijstellen maar dan in stappen. Dat betekent eigenlijk dat pas over ruim 8 jaar het normale aantal kan worden bereikt (dus na twee verkiezingen). Volgens mij kan en moet dat veel sneller, het liefst al bij de komende verkiezingen in maart 2023. Zoals ik zelf heb betoogd in het gesprek met BZK kan dan gebruik worden gemaakt van de ervaring van de zittende raadsleden in combinatie met de nieuwe raadsleden. Uiteraard moet er daarnaast ook worden gewerkt aan de toekomstige scholing van kandidaat-raadsleden, via bijeenkomsten gedurende het jaar en via het voortgezet onderwijs met gastlessen van bv de gezaghebber, een commissioner, de eilandsecretaris, de eilandgriffier en een raadslid. Breng het bestuur dichter bij de mensen derhalve.
Voorts heb ik gepleit voor een uitbreiding van 2 naar 4 commissioners vanwege de vele taken, die op het bestuurscollege afkomen. Ook biedt dat de mogelijkheid om een verdeling te maken over de verschillende fracties op het eiland, waarmee ook een bijdrage wordt verleend aan breder draagvlak voor maatregelen en beleid. De huidige constructie met een soort van politieke assistenten voor de eiland-wethouders kan je dan omzetten in een meer transparante bestuursvorm waarin iedereen dezelfde rechten en plichten heeft en ook voldoen aan de in de wet gestelde eisen aan commissioners. Dat geldt ook voor de raadsleden. In plaats van het uitbreiden van het zogeheten ondersteuningsbudget voor fracties zou je ook gebruik kunnen gaan maken van burgerleden, die daarvoor ook een vergoeding ontvangen, maar ook moeten voldoen aan de in wet gestelde eisen omtrent volgen van de wettelijke regels. Transparantie voorop derhalve.

Ondergaande zon op Statia Tenslotte heb ik ook een pleidooi gehouden voor het rechttrekken van de bekostiging van eilandraadsleden met hun collega’s van Nederland. In Nederland ontvangen raadsleden in soortgelijke gemeenten als bv Ameland of Vlieland ca 1100 euro per maand, terwijl dat bij Saba en Sint Eustatius ongeveer 600 euro is. Het waarom is nauwelijks uit te leggen, temeer daar voor een contact met collega-raadsleden al snel tot 300 euro voor een retour op tafel moet worden gelegd.
In een apart gesprek heb ik ook aangegeven dat ik het een goede zaak zou vinden als de benoeming, schorsing en ontslag van personeel binnen de griffie en wat ik noem de “staande organisatie” zou worden ondergebracht bij respectievelijk de eilandgriffier en de eilandsecretaris. Daarmee krijg je een duidelijk scheiding van de machten. Tegelijkertijd onderschrijf ik volkomen de oproep van de Bes-gemeenten om een fundamentele herziening in de rechtspositie van het personeel te bewerkstelligen. Om goede mensen te kunnen krijgen en behouden op de Bes-eilanden is een substantiële verruiming van de arbeidsvoorwaarden noodzakelijk, waaronder een echte verhoging van de salarissen. Daarmee worden de eilanden echt aantrekkelijk voor de Antilliaanse bevolking om te gaan werken op de eigen eilanden. De verschillen tussen wat kan worden verdiend in Nederland en hier is veel te groot, terwijl het werk op de eilanden feitelijk veel complexer is. Tijdelijk personeel, zoals die nu in grote getalen te vinden zijn op de eilanden brengen feitelijk geen structureel soulaas. Tijdelijke contracten van bv 3 of 4 jaar daarentegen wel met mogelijk ook bijkomende arbeidsvoorwaarden als woningen en reiskosten. Maak het echt aantrekkelijk om te gaan werken in de eigen regio! Voor wat het meer zal kosten hoeven we het niet te laten, want de uiteindelijke meerkosten zijn maar een fractie van wat we in Nederland te besteden hebben. De politiek moet dan ook zelf direct afstand nemen van benoemen, schorsen en ontslag van personeel. Laat dat aan de eindverantwoordelijke griffier en secretaris over. Selecteer hen wel mede op die kwaliteiten en laat hen ook over hun beleid verantwoording afleggen. Dan bereik je mijns inziens gezonde bestuurlijke verantwoordelijkheden.

Net als Bonaire kent ook Sint Eustatius vrijlopende ezels Als laatste wil ik nog iets opmerken over de Herstelwet zelve. Zoals de naam al doet vermoeden, beoogd deze wet het daadwerkelijke herstel van de democratie op Sint Eustatius of anders gezegd de teruggave van het zelfbeschikkingsrecht aan het lokale bestuur. Er zijn veel voorwaarden opgenomen in de wet die de verschillende stappen markeren, zoals de in een eerder genoemde blog de vaststelling van de gemeentelijke verordeningen. Maar het herstel is meer dan alleen het volgen van een tijdlijn. Het herstel moet ook betekenen het herstel van vertrouwen in elkaar. Dat kan je niet vastleggen in regeltjes, maar moet tot uiting komen in gedrag en in houding. Dat is wederzijds overigens, wederzijds tussen “Den Haag” en Sint Eustatius. Als we nadrukkelijker gaan werken aan dat herstel van vertrouwen, dan vormen de regels geen stok meer om elkaar te slaan, maar een staf om samen verder te gaan.
Hans 21 oktober 2022
-
De nieuwe fase is ingegaan

De statiefoto: eilandraadsleden en bestuurscollege Afgelopen dinsdag, 4 oktober dus, zijn de commissioners benoemd, voor het eerst sinds ruim 4 jaar. Een feestelijke gebeurtenis op een aparte lokatie (Lions Den genaamd), waar ook het carnaval en andere buitenactiviteiten plaatsvinden. De zaal was gevuld met allemaal genodigden en velen waren op hun paasbest gekleed. Er waren vertegenwoordigers van andere eilanden, zoals Saba, de Rijksvertegenwoordiger (vergelijkbaar met onze commissaris van de Koning) was aanwezig en een hooggeplaatste ambtenaar van het ministerie van BZK gaf ook acte de présence. Het is een waardige vergadering geworden en het belang ervan is onderstreept door emoties bij vele aanwezigen.
In mijn vorige blog heb ik nogal scherp mijn gedachten opgeschreven over hoe we uiteindelijk tot dit moment zijn gekomen. Ik heb daarin de voorgeschiedenis proberen te duiden vanuit mijn perspectief, waarbij ik heb getracht bij de op internet bekende werkelijkheid te blijven en datgene wat achter de schermen gebeurde ook achter de schermen te laten. In gesprekken na het verschijnen van mijn blog bleek dat de impact daarvan groter is geweest dan ik had voorzien. Ik heb niemand willen kwetsen, alleen willen laten zien wat voor impact bepaalde besluiten uit Nederland hebben op een eiland als Sint Eustatius. Inmiddels is de afspraak gemaakt dat de dialoog daarover tussen Den Haag en hier zal worden voortgezet, juist in het belang van Sint Eustatius.

BZK, waarnemend Rijksvertegenwoordiger en ik De nu aangebroken fase in het herstel naar volledige democratie op Sint Eustatius zal ook van de Eilandsraad een andere opstelling gaan vragen. In plaats van zich te richten op alles wat er gaande is op het eiland (omdat de Eilandsraad het enige gekozen orgaan was), zullen zij zich moeten gaan richten op hun kerntaken, namelijk het uitzetten van de grote lijnen (de kaderstelling) en het gesprek voeren met het bestuurscollege of deze lijnen ook tot de beoogde doelen hebben geleid (de controlerende taak). Dat is het normale spel tussen de Eilandsraad en het bestuurscollege. Voor de Regeringscommissarissen verandert het werk ook na dinsdag, omdat zij er nu niet meer alleen voor staan.
Daarnaast gaat er een zogeheten dialoogtraject van start onder leiding van het NIMD. Zelf kijk ik daar naar uit, omdat het de kans biedt om, naast de waan van de dag, daadwerkelijk met elkaar te kunnen praten over hoe de democratie voor Sint Eustatius vorm kan worden gegeven. Ik ben daarin best simpel: de Nederlandse wetgeving kent een aantal uitgangspunten, zoals het toekennen van bevoegdheden als daar ook de verantwoording tegenover staat, de op zich heldere taakverdeling tussen college (dagelijks bestuur) en raad (beleidsvormend en controlerend) met de burgemeester/gezaghebber als een vorm van toezichthouder op beide organen en het streven naar zoveel mogelijk gelijke kansen voor iedere volksvertegenwoordiger, of deze nu behoort tot de coalitie of tot de oppositie. Het zou in de politiek niet altijd moeten gaan om de macht van het getal (ik heb meer zetels dan jij), maar om de kracht van de argumenten. In plaats van te kijken naar de verschillen -wat meestal gebeurt-, pleit ik voor het starten met een onderzoek naar wat wordt gedeeld om veel meer draagvlak te kunnen krijgen.
Net zoals in de Gemeentewet kent de WolBES ook veel instrumenten, die de raad ten dienste staan om voldoende informatie te krijgen en invloed te kunnen uitoefenen op het te voeren beleid. Zonder helemaal compleet te zijn, denk ik in dit kader aan de bevoegdheden om met moties en amendementen te komen, schriftelijk en mondeling vragen te stellen, met initiatiefvoorstellen te komen, te interpelleren en gebruik te maken van de onderzoeken van de lokale Rekenkamer en het eigen onderzoeksrecht. Elk instrument kan op elk moment en naar keuze worden ingezet en is afhankelijk van het onderwerp of de urgentie.
Waar ik zelf minder fan van ben is de mogelijkheid die hier bestaat dat elk eilandraadslid onderwerpen aan de vergadering van de Eilandsraad kan toevoegen. Alleen maar praten over onderwerpen, zonder stukken op tafel en zonder dat dit leidt tot een motie is mijns inziens geen passend instrument binnen een eilands- of gemeenteraad. In mijn optiek is de eilands- of gemeenteraad vooral gericht op het nemen van besluiten, waarover in een eerder overleg (commissievergadering) uitgebreid is gesproken aan de hand van ambtelijk voorbereide stukken waarin het onderwerp van alle kanten is bekeken. Ik bedoel dus voorstellen, die komen van het college, want dat is het orgaan, dat de besluitvorming voorbereidt en na besluitvorming de besluiten ook uitvoert. Het college vertegenwoordigt de gemeente of het openbaar lichaam ook naar buiten toe en kan dat ook makkelijk doen: zij werken op basis van collegiaal bestuur en spreken allen met een mond. Daarin zit ook het grote verschil met de gemeente- of eilandsraad. Daar staat juist de verscheidenheid tussen de fracties centraal en probeer je met elkaar tot overeenstemming te komen. Als dat niet lukt dan komen naast het besluit ook de verschillen naar buiten.
Ik vind het van belang er op te wijzen dat de Nederlandse wetgeving, hoezeer ook aan revisie toe als het gaat om de verhouding tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland, in essentie alle ruimte biedt om tot eigen lokaal beleid te komen. Natuurlijk bieden de wetten grenzen, waarbinnen het lokale beleid kan worden vormgegeven en beperken de beschikbaarheid van financiële middelen de keuzes, maar daarin verschilt de Nederlandse wetgeving op geen enkele manier van die van andere landen of andere bestuurlijke systemen.
Zoals gezegd vind ik het boeiend om deel te mogen nemen aan het gesprek dat de NIMD gaat starten met de bestuurlijke actoren op Sint Eustatius over de vormgeving van het lokaal bestuur hier.
-
De commissionars komen…….

Gezicht op de zee vanaf Fort Oranje met links in de verte Saba Uiteindelijk is de kogel door de kerk: op 4 oktober a.s. kan Sint Eustatius weer …
De commissionars komen……. -
De commissionars komen…….

Gezicht op de zee vanaf Fort Oranje met links in de verte Saba Uiteindelijk is de kogel door de kerk: op 4 oktober a.s. kan Sint Eustatius weer beschikken over eigen commissionars of zoals we zeggen in Nederland: wethouders. Na ongeveer 5 jaar wordt het aan de Eilandsraad toegestaan om twee commissionars te benoemen, weliswaar nog steeds binnen de grenzen van de zogeheten Herstelwet. Dat laatste betekent dat de personele en budgettaire bevoegdheden nog steeds bij Nederland blijven liggen (via de Regeringscommissarissen) en ook het laatste woord. Maar binnen die beperkingen kan het bestuurscollege aan de slag.
Het was een dubbeltje op z’n kant of deze mijlpaal kon worden gehaald. Vanachter de juridische tekentafel is een vorm van wetgeving opgesteld, waarin de terugkeer naar de echte lokale democratie is uitgewerkt. De wijze waarop de verschillende fases zijn ingericht verraden een groot gemis aan kennis van hoe het er echt aan toegaat in het lokaal bestuur. Wie verzint het bijvoorbeeld om nadrukkelijk te eisen dat Sint Eustatius moet beschikken over een eigen rekenkamer, voordat het de democratische rechten weer terug krijgt, terwijl de onderwerpen waarover die rekenkamer onderzoek moet uitvoeren nog steeds niet tot de bevoegdheden van de Eilandsraad behoren? Wie verzint het dat eerst alle, echt alle, verordeningen moeten zijn gemoderniseerd om weer commissionars te mogen benoemen.
Toen de allerlaatste verordening (op een totaal van circa 100!) te laat werd aangeleverd voor een normale besluitvormingsprocedure, werd er vanuit Binnenlandse Zaken simpelweg gesteld dat zij dan een streep zou zetten door de benoeming van de commissionars. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de Eilandsraad op geen enkele wijze directe invloed heeft op de presentatie van die verordening. De Eilandsraad is daarvoor afhankelijk van de Regeringscommissarissen, die de ambtelijke organisatie aansturen. En laten nou juist deze Regeringscommissarissen op hun beurt direct worden aangestuurd door Binnenlandse Zaken. Zie daar een bron van sterke frustraties.
Als griffier werk ik nauw samen met de Eilandsraad en ook met de Regeringscommissarissen. Ik weet dat de Regeringscommissarissen er alles aan doen om de bijzondere situatie op Sint Eustatius zo snel als mogelijk te beëindigen. Tegelijk begrijp ik de frustraties bij de Eilandsraad, die toch al weinig te vertellen hebben en uitgerekend voor het verdere herstel van de lokale democratie van dezelfde Regeringscommissarissen afhankelijk zijn. Elke fout wordt dientengevolge uitvergroot hetgeen het toch al wankele vertrouwen onderling steeds opnieuw ernstig verstoord.
Ik ben simpel als het gaat om mijn werk. Ik stel mij op het standpunt dat wij als ambtenaren het bestuur zo goed mogelijk moeten ondersteunen en steeds opnieuw helder moeten maken waar het bestuur voor kan staan, wat de keuzes zijn en wat de gevolgen zijn. Zonder goede ambtelijke ondersteuning kan een bestuur niet functioneren. Niet de bestuurders, of het nu Regeringscommissarissen zijn of leden van de Eilandsraad, moeten het werk doen, maar wij als ambtelijke ondersteuning. Daarvoor kunnen we te rade gaan bij wetten en verordeningen en als er geen regels zijn, dan moeten wij wegen zoeken die het best passen bij het bestuur waar we voor werken.
Bij problemen in de relatie tussen Regeringscommissarissen en de Eilandsraad, dienen wij als ambtenaren eerst naar ons eigen functioneren te kijken. De tandem (eiland)secretaris en (eiland)griffier dient goed te werken. Daarvoor moet helder zijn waarvoor we samen staan en op welke wijze wij ons bestuur het beste kunnen ondersteunen. Aan die ambtelijke ondersteuning in de brede zin van het woord heeft het ontbroken in de afgelopen periode op Sint Eustatius en dat heeft mede tot de nu ontstane situatie geleid. Ik heb deze constateringen en conclusies overigens ook afgelopen weken gedeeld met de Regeringscommissarissen, de Eilandsraad en mijn collega de eilandsecretaris. Niet om te wijzen naar elkaar, maar om te komen tot verbeteringen voor de toekomst. Dat vind ik de interne verantwoordelijkheid van Sint Eustatius. Wij hadden als ambtenaren op Sint Eustatius alles op alles moeten zetten om de verordeningen tijdig te presenteren bij de Eilandsraad.
Daarnaast staat het ministerie van BZK dat heel star opereert. In plaats van te zoeken naar een oplossing, die echt recht doet aan wat er speelt, kiest dit ministerie voor de strikte juridische uitleg: als de laatste verordening niet op dinsdag 27 september j.l. om uiterlijk 12.00 uur s nachts is vastgesteld en in werking is getreden, dan kan de benoeming van commissionars op 4 oktober a.s. geen doorgang vinden. Het Juridisch Cluster (zo noemen ze het zelf….) vindt namelijk dat je onze Koning Willem Alexander niet een Koninklijk Besluit kan laten tekenen als nog niet alle verordeningen zijn behandeld en vastgesteld, ook al is het Juridische Cluster als onderdeel van BZK mede verantwoordelijk voor de ontstane situatie en ook al gaat het niet om onwil om de verordening vast te stellen maar om onmacht. De bewuste verordening was namelijk nog niet in handen van de raad.
Het volgende is gebeurd. De bewuste verordening (overigens een document van bijna 150 pagina’s) kwam op vrijdag 23 september om 17.00 uur aan bij de griffie. In het reguliere voorbereidingsproces dient een verordening eerst te worden besproken in de raadscommissie. Daarvoor is een extra vergadering geagendeerd op maandag 26 september om 09.30u. Op dinsdagmiddag 27 september is een extra vergadering van de Eilandsraad gepland om de laatste verordeningen vast te stellen.
Met recht kan worden gezegd dat de Eilandsraad alles op alles heeft gezet om alsnog de deadline te kunnen halen en BZK heeft geen enkele poging gedaan om de Eilandsraad in deze tegemoet te komen. Alsof onze Koning de website-pagina van Sint Eustatius volgt en constateert dat de laatste verordening wel staat geagendeerd voor een commissie- en eilandsvergadering en dus nog niet is vastgesteld en hij dus wordt voorgelogen in het Koninklijk Besluit. Dat heet leven in een Haagse bubbel en je niet realiseren dat de voorbereidingen voor de benoeming van de commissionars al in volle gang zijn, dat er naar wordt uitgekeken en dat het afblazen van de benoeming op het laatste moment juist de verkeerde energie gaat losmaken.
Twee weken uitstel heeft BZK genoemd. Dat is spelen met de gevoelens van Sint Eustatius. En eigenlijk gaat het nog verder: de toch al broze verhouding tussen de Regeringscommissarissen en de Eilandsraad wordt wederom geweld aangedaan en eigenlijk staan beide partijen hierin machteloos. De ambtelijke ondersteuning in Den Haag blijft kiezen voor het schoonvegen van het eigen paadje, weglopen voor de eigen verantwoordelijkheid en laat wederom het bestuur en daarmee de inwoners van Sint Eustatius in de kou staan.
Besturen is verantwoordelijkheid nemen en als er iets fout is gegaan, moet je daarvoor ook verantwoordelijkheid nemen. Wees een vent, zou ik zeggen en zeg dan tegen Willem Alexander dat vanwege een eigen foutje van BZK de condities waaronder toestemming kan worden gegeven om commissionars te benoemen weliswaar formeel niet zijn gehaald maar op de kortst mogelijk termijn wel worden gehaald. Ik denk dat Willem Alexander blij zou zijn met zo’n uitleg, je zou complimenteren voor de wijze waarop het is opgelost en met een grote zwier zijn handtekening zou hebben gezet. Maar nu moest het mogelijk eigen gezichtsverlies het winnen van de belangen van Sint Eustatius.
En ik mag als griffier weer verder met iedereen en de ontstane schade weer repareren. De energie die dat kost had ik liever willen gebruiken om het ingezette verbeterproces verder vorm te geven.
Hans
-
Onze eerste storm
Wonen op de bovenwindse eilanden betekent meer dan voor de benedenwindse eilanden rekening houden met tropische stormen en orkanen. Vooral de maand september kan het prijs zijn. Dan is er grootste kans dat er stormen en orkanen ontstaan. Tot nu toe waren wij verschoond gebleven van een zware storm of orkaan, maar Fiona zou daar verandering in gaan brengen.
Aan het begin van elk stormseizoen worden de namen bekend gemaakt van mogelijke stormen en orkanen en dat begint met een naam met een “A”. Fiona heet deze storm en dat betekent dat het de 6e storm of orkaan van enige omvang is en deze had een baan over Sint Eustatius.
Op het moment dat bekend is dat een storm of orkaan richting Sint Eustatius gaat trekken, wordt alles in het werk gesteld om een zo veilig mogelijke situatie te krijgen. Het publiek wordt geïnformeerd wat er te verwachten valt en op het eiland zie je overal werkzaamheden om eventuele schade te beperken. Zo hoorden we in de buurt dat ze een steiger afbraken, zagen we bij de haven dat veel boten op trailers aan de wal waren gebracht en was het drukker dan normaal in de supermarkt. En ook wij hadden kriebels, die je ook bij Kerst of Sinterklaas hebt: wat gaat er gebeuren?
Onze huisbaas was paraat en liet ons weten er te zijn voor ons als het onverhoopt zwaar zou gaan uitvallen; in dat geval konden we op een noodadres terecht, daar zou hij voor zorgen. Zelf liepen we ons houten huisje eens rond, deden daar waar mogelijk de luiken voor de ramen en het tuinmeubilair kreeg een plek binnen, net als onze kamado. We hadden ook genoeg bier en wijn in huis (en 6 potten tuinbonen van het marktje van de lokale hollander die dit heeft ingevoerd via zijn container). De bar bij de haven had nog een laatste happy hour met als specialiteit de Fiona-cocktail. Laat de storm maar komen.

De verlokkende cocktail……. Dat het vooral een tropische storm zou worden en geen orkaan, werd ons steeds duidelijker. Een speciale app op de telefoon liet het verloop van de storm zien en we konden als het ware van uur tot uur de ontwikkelingen zien. Vrijdagavond begon het steeds harder te waaien. Wij waren net terug van ons gebruikelijke borrelmoment bij Frenkies, een lokale bar om de hoek, waar we altijd schitterende ontmoetingen hebben. Toen wisten we al dat de storm net onder Statia langs zou gaan.
’s Nachts hoorden we de wind loeien om ons huisje en er viel veel regen. De zaterdag was het heel rustig op straat. Nauwelijks verkeer en van tijd tot tijd sprak Alida als regeringscommissaris de bevolking toe via de Facebookpagina van het gouvernement. Je merkt dat ze op dezelfde school als Anja heeft gezeten (school voor de journalistiek in Utrecht) en dat ze haar boodschap helder en duidelijk kan neerzetten. De haven blijft tot nader orde dicht, net zoals de luchthaven. De winkels en horeca blijven gesloten en dus restte ons een luie lome zaterdag.
We hebben onze voordeur opengezet, zodat we een beetje verse lucht kregen. We bakten voor de lunch poffertjes op een pan, die we op Bonaire hebben gekocht. We maakten mooie cocktails voor de aperitief en zetten leuke muziek op. De elektra bleef werken en ook het internet, dus wij hadden geen klagen. Het enige wat tegenviel was de storm…………. Eigenlijk waren wij verbaasd over wat we meemaakten. Wel soms wat harde wind, veel water dat wel maar verder vooral een heerlijke temperatuur van rond de 25 graden. Nooit gedacht dat wij dat cool en koel vonden.
Voorkomen is beter dan genezen, dus ook al valt het achteraf mee, je weet dat nooit van tevoren. Kijk het verdere verloop van Fiona. Na het passeren van Statia is de kracht toegenomen en inmiddels lijkt het op een orkaan van klasse 1 en is er al veel schade op Puerto Rico op te tekenen. En ook de Dominicaanse Republiek kan haar borst natmaken. Dus voor je het weet is het heel anders.

de golven na de storm Bij ons is zondag alles weer bijna normaal. Het is bewolkt maar we zitten weer buiten op de porch, zijn met onze eigen dingen bezig, zijn ook even bij de zee geweest, die normaal heel rustig is aan onze kant, maar nu heel grote golven kent. De naweeën dus van een tropische storm. Morgen weer normaal aan het werk en dan de komst van de gedeputeerden gaan voorbereiden. Maar daarover meer in volgende blogs.
Hans
-
Een BES-top op Bonaire…..

de vlag van Bonaire wordt gehesen Afgelopen week was het de dag van de vlag op Bonaire. Dat is een nationale eilandfeestdag. Veel zaken zijn dan gesloten en iedereen is op straat te vinden. Op deze dag komen vertegenwoordigers van bijna alle eilanden van de Nederlandse Antillen naar Kralendijk op Bonaire. Ook consuls van verschillende landen uit de omgeving zijn aanwezig.
De dag begint om 08.00 uur met een officiële zitting in de raadszaal van het eilandsbestuur, waar de fractievoorzitters hun kijk op het nu en de toekomst van Bonaire verwoorden. Gezien de toon heel gewichtige toespraken, maar gezien de taal, het Papiaments voor mij totaal onbegrijpelijk. Maar de entourage waarbinnen dit plaatsvindt is indrukwekkend. Ook mijn collega-griffier Shuzelle ziet er prachtig uit in een veelkleurige jurk.
Na afloop om 09.00u begeeft het gezelschap zich naar het gebouw van het Bestuurscollege, waar buiten een tent is neergezet met stoelen voor de genodigden. Ook op Bonaire is de zon altijd aanwezig, dus enige schaduw is heel welkom. Ook mijn naam staat op de gastenlijst en stoel 7 op de tweede rij is mijn plek. In de verte hoor ik een muziekkorps de trommels slaan en inderdaad arriveert er een stoet van scouts, sportverenigingen, boa’s, politieagenten etc. Twee scouts blijken een grote vlag van Bonaire bij zich te dragen, die vervolgens wordt ontvouwd en die wordt vastgehouden door leden van de politie, de marechaussee, de scouts en hulpdiensten. De vlag wordt gehesen en daarmee is de opening een feit. In het verdere programma staan uiteraard de nodige toespraken op de agenda, maar ook het in de schijnwerpers zetten van 4 inwoners vanwege hun bijzondere bijdrage aan de samenleving op Bonaire. Ze krijgen ieder een gepersonifieerde schaal met hun naam erin gegraveerd. Anja bleek naast hen op de tribune te zitten en kon hen dus ook als een van de eersten feliciteren. Een mooi gebaar van het eilandsbestuur van Bonaire.

de laureaten… Het ochtendprogramma eindigde met een voorstelling van wat de jeugd van Bonaire zoal onderneemt op sportief en cultureel gebied en waarin ook een plek was ingeruimd voor jongeren met een lichamelijke of geestelijke handicap. Uiteraard was er daarna onder de schaduw van de bomen in de tuin van het Bestuurscollege een receptie, waarbij duidelijk was dat vanwege de afgelopen corona-jaren velen elkaar sinds lange tijd weer eens echt konden ontmoeten. Wij hadden vooral een genoeglijk contact met de consuls van Mexico en België (!) met wie we een soort van afspraak hebben gemaakt om elkaar weer te ontmoeten op de vlagdag van Statia in november. Zij nemen dan ook de consul van de VS mee………..
Het middagprogramma was op locatie oftewel in een wijk in Kralendijk. Elk jaar is een andere wijk of dorp binnen Bonaire gastheer van het middagprogramma, dat vergelijkbaar is met Koningsdag in Nederland: veel eettentjes en verkoop van spullen en uiteraard de nodige optredens. Op het terrein staat een grote tamarindeboom en daar is het plein dan ook naar vernoemd. Bij een van de kraampjes kon je poffertjes eten, maar echt druk was het daar niet toen wij er eind van de middag waren. ‘s Avonds was er veel muziek en een gezellige drukte, hebben we gehoord. Toen was bij ons de energie al op. De feestdag was immers al vroeg begonnen.

onder de tamarindeboom De volgende ochtend was er een heel informatief bezoek gepland aan het ziekenhuis. De dag daarna stond voor het eerst in jaren een bijeenkomst van de drie eilandsraden van de BES-gemeenten op de rol. Ik zal niet verder uitweiden over de totstandkoming van deze bijeenkomst, maar het had wel enige voeten in de aarde………. Vooral Statia had aangedrongen op deze bijeenkomst en had daarvoor ook de meeste onderwerpen aangedragen. De vertegenwoordiging van Saba bestond uit een eilandraadslid, die ook voortijdig de bijeenkomst moest verlaten vanwege zijn vlucht huiswaarts.
Zoals gezegd had corona er mede voor gezorgd dat de contacten op een heel laag pitje hadden gestaan. Pas bij het laatste VNG-congres afgelopen juni is er voor het eerst wat onderling contact geweest. Op verzoek van de andere eilanden heeft Sint Eustatius een update gegeven van de bestuurlijke situatie op ons eiland. Dat heeft veel indruk gemaakt en ook geleid tot een soort van ongeloof dat de rollen van gezaghebber, uitvoerend college en ook die van eilandsraad feitelijk in een persoon zijn samengebracht, namelijk de regeringscommissaris. Op verzoek heb ik de bijeenkomst mogen leiden, waarbij de taal wisselend Nederlands en Engels was en soms een verdwaalde opmerking in het Papiaments. Op de agenda stonden onderwerpen als het Armoedebeleid, het vraagstuk van het minimumloon in samenhang met een sociaal minimum uitkering, de verbindingen tussen de eilanden, de voorgenomen wijzigingen in de “gemeentewet van de BES” en de “financiële verhoudingswet BES” en de gezondheidszorg. De belangrijkste afspraken die zijn gemaakt hebben vooral betrekking op vaker bij elkaar komen om samen te kunnen optrekken, waarbij men een uitdrukkelijke rol ziet weggelegd voor de VNG, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Daarnaast is uitgesproken dat ze samen willen optrekken bij die onderwerpen, waar het gemeenschappelijke voorop staat, maar ook solidair zijn bij zaken die voor de individuele eilanden van belang zijn. Want er zijn overeenkomsten tussen de verschillende eilanden, maar ook zeker duidelijke verschillen. Denk daarbij aan zaken als grootte van de eilanden, de gevoeligheid voor orkanen en de mogelijkheden om iets te doen met toerisme. De griffies van de verschillende eilanden zullen vooralsnog een coördinerende rol vervullen als het gaat om de rol en positie van de eilandsraden, maar ook onze collega-eilandsecretarissen en de gezaghebbers kunnen deze samenwerking goed gestalte geven.

de andere bezienswaardigheid van Bonaire: de flamingo Zo werd een bezoek aan Bonaire vanuit Statiaans oogpunt een goed bezoek en zijn er stappen gezet naar een beter onderling begrip. Anja en ik houden daarnaast mooie herinneringen over aan dit prachtige eiland, dat het zogeheten Zwitserlevengevoel heel dicht benadert. Maar we zijn ook weer blij thuis te zijn op Statia, dat inmiddels heel vertrouwd aanvoelt en waar een bezoek aan ons buurtcafé Frenkies dat gevoel nog eens onderstreept.
-
Reizen binnen het Koninkrijk der Nederlanden….

Maho beach Sint Maarten Zoals uit onze eerdere blogs al naar voren is gekomen, bestaat het Koninkrijk der Nederlanden uit meer dan alleen de Waddeneilanden, de Veluwe en het brons-groen-eikehouten Limburg. Ergens ver weg in de Cariben liggen 6 eilanden, die tot ons Koninkrijk behoren. De geschiedenis van deze eilanden noemen we in deze tijden, terecht, niet meer de mooiste tijd om op terug te zien. De voor ons Hollanders zo geroemde Gouden Eeuw werd binnen de Cariben door de inheemse en daarheen getransporteerde bevolking zeker niet als zodanig ervaren. Gelukkig zie je dat tegenwoordig ook terug bij de kunstverzameling in het Rijksmuseum, waar duidelijk wordt aangegeven met welke handel de geportretteerde personen hun geld hadden verdiend. Het contrast op Bonaire kon niet groter zijn, toen we zagen waar de uit Afrika gehaalde mensen voor de zoutwinning werden gehuisvest in vergelijking met bv het Marriot complex in Kralendijk, waar de hedendaagse vreemdeling wordt ondergebracht.
Anja en ik zitten dus op Bonaire: net als Statia ook een BES-gemeente. Op 6 september wordt de jaarlijkse Bonaire-dag gevierd, een dag waarop men terugkijkt op de eigen geschiedenis en vooruit kijkt naar de toekomst. Het is een vrije dag en ook de collega-eilanden worden daarvoor uitgenodigd. Dus ook Statia. Een delegatie van de eilandsraad van Statia bezoekt Bonaire en en passant worden een paar dingen bezocht en uiteraard is er sprake van een ontmoeting tussen de vertegenwoordigers van Saba, Bonaire en Sint Eustatius. Mij is gevraagd om de delegatie van Statia te begeleiden en daarop hebben Anja en ik ja gezegd. We zijn wat langer gebleven (uiteraard op onze eigen kosten) om op die manier ook Bonaire beter te leren kennen.
Reizen binnen het Koninkrijk der Nederlanden binnen de Cariben is wat anders als reizen binnen Europees Nederland tussen bv Delfzijl en Hulst op Zeeuws Vlaanderen of binnen de Schengenlanden tussen Den Bosch en Madrid. Ook in deze gevallen ben je best wel wat tijd kwijt, zeker met openbaar vervoer als vliegtuig of trein, maar daar houden de overeenkomsten dan ook op. We nemen jullie mee op onze reis van Statia naar Bonaire. We hadden aangegeven op de woensdag te willen vertrekken. Echter het vliegtuig van en naar Statia vliegt maar twee keer per dag en kan maximaal 25 personen meenemen. Wij waren derhalve aangewezen op de dinsdagavondvlucht van 19.00 uur naar Sint Maarten om op de woensdag naar Curacao te kunnen vliegen. Echter, de op woensdagmorgen aansluitende vlucht van Sint Maarten naar Curacao was vol, dus waren wij aangewezen op de volgende vlucht. Dat was de vlucht op woensdagavond naar Curaçao, zodat wij ook op Curacao een overnachting hadden. De aansluitende vlucht naar Bonaire vertrok de volgende dag om 13.00 uur, zodat wij om 13.30 vaste voet konden zetten op Bonaire. oftewel een reis van 31 uur! Voordeel voor ons was wel dat we nogmaals Sint Maarten konden bezoeken en ook een avond en ochtend in Willemstad konden doorbrengen. Daarover hoor je ons dus niet klagen!
Waar we wel over klagen is de manier, waarop we reizen binnen ons Koninkrijk. Zoals het er nu naar uitziet lijkt Statia het makkelijkst toegankelijke eiland binnen ons Koninkrijk in de Cariben te zijn. Ik leg dat nader uit. Om van Statia naar Sint `Maarten te reizen en vandaar door te reizen naar Curacao, Nederland of waar dan ook, heb je een zogeheten E-health verklaring nodig. Met zo’n verklaring laat je zien aan Sint Maarten dat je ofwel volledig ingeënt bent tegen corona dan wel niet behoort tot de risicogroep. Op zich een nog te begrijpen procedure, zij het dat je voor elk bezoek aan Sint Maarten dit formulier opnieuw moet invullen. Waarom kiezen ze niet voor het scannen van je QR-code op je telefoon, waar alle gegevens in staan? Ik ben er nog niet achter. Overigens om Statia te kunnen verlaten moet je ook langs de douane en krijg je een groot stempel in je paspoort. Dat is zoiets als dat je in Delfzijl je paspoort moet laten zien om naar Hulst in Zeeuws Vlaanderen te reizen.

Overstappen op een ander vliegtuig Eenmaal met een goed ingevulde E-health verklaring kan je op Sint Maarten verblijven. Dat betekent dat je na aankomst op de luchthaven je paspoort moet tonen samen met je E-health verklaring. Wederom dus door de douane en wederom krijg je een groot stempel in je paspoort, maar nadien ben je welkom op Sint Maarten. De volgende dag check je in naar Curacao. Wederom uitgebreide controle van paspoort en bagaqe en wederom stempels in je paspoort. Alsof je op weg naar Hulst stopt in Amersfoort, van de trein gaat en bij terugkomst weer langs de douane moet. Een mens is flexibel en slikt het dus wetende dat het einddoel op Bonaire nog moet komen. De vlucht zelf is vliegen in voormalig nederlandse trots: een heuse Fokker 70, een vliegtuig uit de periode 1993-1997. Op wikipedia is te lezen dat vooral de KLM deze toestellen gebruikte voor de city-hoppers en inderdaad bij het uitdelen van een kleine snack tijdens de vlucht zag je de blauwe klm-kratjes nog. Maar klaarblijkelijk is het vliegtuig nog in goede conditie.
Aangekomen op Curacao moet je wederom door de douane, althans dat dachten we. Het bleek dat we een soort van formulier moesten invullen, waarin de meeste gegevens vanuit ons paspoort moesten worden overgenomen. Dat hadden we voor het inchecken op Sint Maarten al moeten doen, maar niemand had dat ons verteld. Gelukkig stonden ergens in een hoek van de aankomsthal enkele i-pads, waar we onze gegevens in konden voeren. Helaas trof ik een defecte i-pad, want toen ik na het invullen nog een foto moest nemen van mijn paspoort bleek de camera niet te werken. Ik moet bekennen dat mijn geduld bijna geheel op was. Maar je bent gast in weliswaar eigen koninkrijk en je houdt je in. We konden uiteindelijk door de douane en waren op een inmiddels donker Curacao aangekomen. Het eilandgevoel was wel direct weg, vergelijkbaar met Texel, waar de zee weliswaar nooit ver weg is maar tegelijk ook ver genoeg om er steeds aan te worden herinnerd. Een prachtige avond en ochtend in Willemstad waren onze beloning.

Het vliegtuig naar Sint Eustatius De volgende dag weer tijdig op de luchthaven voor de vlucht naar Bonaire (qua afstand vergelijkbaar met die van Sint Maarten naar Statia of Saba). Wederom langs de douane, wederom bagagecheck en dergelijke, maar de laatste etappe lonkt dus we gaan met een smile langs de loketten. Ditmaal een typisch zweeds product waarin we gaan vliegen: een Saab. Twee propeller vliegtuig met zo’n 30 personen vol. Je bent binnen 20 minuten op de plek van bestemming. We bereiden ons voor op wederom de douane, maar dan zijn we er. Dachten wij naïef. Op de luchthaven buiten onder een schamel afdak werd ons de vraag gesteld waar we vandaan kwamen. Wij braaf uitgelegd. De aap kwam uit de mouw: we werden aangemerkt als toerist en verzocht om per persoon 75 dollar af te tikken. Mocht met creditcard werd aangegeven. Achtergrond: in plaats van toeristenbelasting per hotelnacht, betalen alle niet ingezetenen 75 dollar bij aankomst op Bonaire. Dus als je als toerist op Bonaire ook nog een bezoekje wilt brengen aan Curacao, betaal je bij terugkomst wederom 75 dollar!
Terug naar Nederland en de Schengenlanden. In Nederland hebben we nergens last van, ook niet als je via Antwerpen naar Hulst rijdt of met de bus gaat. In Europa gaat het ook goed, al moet worden gezegd dat het tijdens corona-tijd ook wel lastig was bij de grenzen. Maar zoals het nu in de Cariben tussen de eilanden gaat binnen hetzelfde koninkrijk, is haast niet meer uit te leggen. Uiteraard heeft het gelijktrekken van bv de sociale voorzieningen en de medische zorg een veel hogere prioriteit dan het vrije vervoer van personen binnen ons koninkrijk; het verdient evenwel ook aandacht, omdat de huidige manier, zeker voor hen die verblijven binnen het Koninkrijk op de Cariben, een groot struikelblok vormt in hun mobiliteit. En dan heb ik het niet alleen over de tijdelijk verblijvende Nederlanders, maar ook de lokale bevolking van de eilanden. Schrale troost: de bevolking van de voormalige Antillen-eilanden betalen op Bonaire “maar” 10 dollar per aankomst.
-
De benoeming is nu officieel een feit……

Het vertrek naar mn eerste eilandraadsvergadering Op donderdag 25 augustus jl. heb ik mijn eerste officiële raadsvergadering gehad “in den vreemde”. In deze raadsvergadering ben ik ook officieel benoemd als griffier van het Openbaar Lichaam Sint Eustatius, zoals de gemeente officieel heet.
Ik had in de voorbereiding op de vergadering voorgesteld om een officieel tintje te geven aan deze benoeming, zoals we dat in Nederland gewend zijn. In Nederland wordt na het besluit direct overgegaan tot het afleggen van de eed of gelofte ten overstaan van de gehele raad. De voorzitter neemt de eed af. De functie van griffier is een in de Gemeentewet (en op Statia de Wet Openbare Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba) opgenomen functie met specifieke bevoegdheden, zoals het mede-ondertekenen van raadsbesluiten. Vergelijkbaar met die van de gemeentesecretaris, die besluiten van het college mede ondertekent. Met een eed- of gelofte aflegging wordt het belang van deze functie nog eens onderstreept.
Het afleggen van de eed of gelofte kent men wel op Statia, maar tot op heden is die aflegging gekoppeld aan het in dienst treden als ambtenaar bij het Openbaar Lichaam. Tijdens een interne bijeenkomst leggen alle nieuw in dienst getreden medewerkers hun eed of gelofte af ten overstaan van de Regeringscommissaris.
Het heeft mij enige gesprekken gekost om duidelijk te maken dat de benoeming tot medewerker van de griffie iets anders is als het benoemen van iemand tot griffier of plaatsvervangend griffier. Bij een benoeming tot ambtenaar hoort een interne eedaflegging en bij een benoeming tot griffier of plaatsvervangend griffier hoort een openbare eedaflegging.
Maar het is gelukt en op de publieke tribune zaten naast Anja ook familieleden en de verloofde van mijn medewerkster Marjani die werd benoemd tot plaatsvervangend griffier.

De benoeming is een feit De benoemingen werden door enkele eilandsraadsleden aangegrepen om nog iets op te merken over mijn persoon en vooral over Marjani. In een van de bijdragen werd door de spreker zijn blik gericht op de publieke tribune en werden vooral de ouders van Marjani in het zonnetje gezet. Zij werden gefeliciteerd met de opvoeding van hun dochter en dat Statia trots mocht zijn op het gegeven dat een van de eigen kinderen van het eiland het mooie ambt van plaatsvervangend griffier gaat vervullen. Dezelfde spreker heette mij welkom met de mededeling dat hij best wel lastig kan zijn voor mij en dat ik dat ook wel zal gaan merken. Dit beschouw ik als een bijzondere voetnoot bij deze ceremonie.
Raadszalen van een gemeente hebben vaak de bijzondere interesse van griffiers. Het zijn de plekken waar wij ons werk tonen aan de buitenwereld. Ik heb in verschillende raadszalen gewerkt en ben daarnaast door collega’s in andere raadszalen rondgeleid. De commissievergaderingen in het oude stadhuis van Gouda op zolder onder de houten balken van het dak waren heel bijzonder (voor raadsvergaderingen waren we indertijd helaas aangewezen op de kantine bij Gemeentewerken, omdat er nog geen nieuwbouw was en de raadszaal in het oude stadhuis te klein was) en ook onlangs nog de raadsvergaderingen in gebouw De Paauw in Wassenaar zijn voor mij onvergetelijk voor wat betreft de setting.

tete a tête met Claudia Toet plv. Regeringscommissaris Op Statia wordt gebruik gemaakt van een houten pand in het centrum van de “stad”\”het dorp”, waar op de bovenverdieping een ruimte is voor de raadsvergadering, en waar ook de rechtbank soms zitting heeft. Twee houten trappen aan de buitenzijde maken het gebouw toegankelijk voor raadsleden en bezoekers. Als je geen trap op kunt…….dan resteert op dit moment alleen een inbelverbinding met camera (als het weer het toelaat dan….) om deel te nemen.
Er is geen airco dus worden alle luiken en ramen geopend. De (overigens bijna altijd) aanwezige wind moet dan voor de nodige verkoeling zorgdragen. De grote vlag, die achter de voorzitter en de griffier hangt maakt regelmatig vreemde bewegingen en ook de stukken die ieder voor zich heeft op tafel moeten stevig worden verankerd om niet door de zaal te gaan zwerven. Onhandige omstandigheden, maar wel omstandigheden die cachet hebben. Ik heb sinds ik griffier ben mijzelf de gewoonte aangemeten om in pak, overhemd en stropdas te verschijnen om, zoals ik dat noem, de hoogdag van de lokale democratie te kunnen vieren. Ook op Statia doe ik dat, maar ik moet zeggen dat de omstandigheden waaronder de vergaderingen dus plaatsvinden, het mij wel moeilijk maken. Maar ik hou vol.
De vergaderingen worden gestart en afgesloten met het Statiaanse volkslied “The Golden Rock”. Daarvoor gaan alle aanwezigen staan. De bandopname die we horen is zonder tekst, maar velen zingen of prevelen de teksten mee. Op de basisscholen en de kinderopvang wordt deze tekst geleerd. De plaatsvervangend regeringscommissaris die uit Rotterdam komt heeft de tekst van buiten geleerd en zingt zichtbaar mee. Anja en ik zullen de tekst ook moeten leren via internet.
De raadsvergaderingen worden integraal uitgezonden met beeld via Facebook. Ook op de lokale radio worden de vergaderingen gevolgd. Hoe hoog de luisterdichtheid was in het verleden is lastig in te schatten als we weten dat sommige bijeenkomsten soms 7 uur! duurden. Maar dit keer was het anders want er is voor de eerste keer gewerkt met spreektijden. In de eerste termijn 10 minuten en in de tweede termijn 5 minuten per spreker. Hoewel de raad van 5 leden bestaat uit 3 fracties is er geen sprake van een fractiewoordvoerder per onderwerp. Bij elk onderwerp spreken alle 5 de leden een bijdrage uit, en ook in de tweede termijn. Met het oog op de komende verkiezingen in maart 2023 en vanwege de redelijk bezette publieke tribune durf ik te zeggen dat dit de start was van de komende verkiezingen. Aanleiding was het agendapunt waarin het verslag werd vastgesteld van een mediationtraject met afspraken voor een betere samenwerking tussen eilandsraad en regeringscommissarissen. Hoewel dit is gericht op de toekomst, was het voor enkele raadsleden opnieuw een kans om de (on)rechtvaardigheid van de ingreep in 2018 aan de orde te stellen. Verbaal wapengekletter derhalve. De soms gezwollen toon zie ik als politieke redenaarskunst en dat maakt het voor mij prachtig om deel te mogen zijn van deze vergadering. Er werd ook een motie aangenomen over dit onderwerp.
Een ander agendapunt was een motie over een voorstel van minister Carola Schouten inzake armoedebeleid. Als griffier heb ik deze motie voorbereid (en de eerder genoemde motie ook) om de leden van de council te ondersteunen. Voor wat betreft het armoedebeleid, een heel belangrijk thema op Statia in deze barre tijden, had Den Haag gemeend een reactietermijn te moeten vaststellen die compleet samenviel met het zomerreces. Voorts waren de teksten van de voorstellen zodanig ingewikkeld, dat het veel tijd kostte deze tot je te nemen. Met de aangenomen motie is ruimte gevraagd voor meer tijd om te reageren en daarin samenwerking te zoeken met de andere BES-gemeenten en hiervoor ook een beroep te doen op de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
De vergaderingen worden vooralsnog overdag gehouden en starten rond half 10. Deze vergadering eindigde voor 12 uur. Van verschillende kanten kreeg ik te horen dat dit de kortste vergadering was in lange tijd. Iedereen was er blij mee. Aan mij en de griffie de schone taak dit goede gevoel vast te houden en ook de komende raadsvergaderingen op een zelfde soepele manier te doen verlopen.
Voor Anja en mij staat de komende anderhalve week in het teken van een bezoek aan Bonaire. Er is een “top” gepland met raadsleden van de drie eilanden over verdere samenwerking en het vieren van Bonaire-dag. Voor ons samen wordt het ook een korte vakantie. We zien er naar uit.
-
Hetzelfde als in Nederland, tenzij……

Statia vanaf een ander fort met zicht op Saint Kitts and Nevis Ik heb in eerdere blogs al geschreven over de verschillen tussen Nederland en Statia (en daarmee ook de andere BES-gemeenten in de Cariben). Na ons verblijf aan Sint Maarten en het Franse Saint Martin vallen die verschillen ons nog eens extra op. Op het Franse Saint Martin kun je met euro’s betalen, kun je gewoon (!) bellen met Nederland zonder extra kosten en zie je op straat de normale Franse kentekens, maar dan met de code voor Saint Martin. De bakkers bakken stokbrood, er wordt Frans gesproken en de keuken is Frans, zij het met een heel grote Caribische invulling. De voor ons zo bekende Carrefour, Super U en zelfs de Leader Price tref je er aan (zij het dat de Carrefour gekozen heeft voor het Nederlandse gedeelte). Zo anders is het op Statia: geen KPN of Vodafone om te kunnen bellen, geen euro om te kunnen betalen en je kunt heel lang zoeken naar een Jumbo of Appie, maar je zult ze niet vinden. Ook de nummerborden zijn hier dus anders, zoals ik al had vermeld, maar dat is dan weer alleraardigst.
Frankrijk hanteert dus het motto dat als je in Frankrijk bent je overal min of meer dezelfde rechten (en ook plichten) hebt. Dat is overigens iets anders als dat dan ook alles goed is geregeld. We hebben het wel eens over de Franse slag en dat zie je op dat eiland ook goed terug. De gevolgen van Irma zijn, zeker in het toeristische gedeelte van het Nederlandse Sint Maarten heel goed aangepakt, terwijl aan de Franse kant de gevolgen nog heel goed zichtbaar zijn. Zelfs heel grote hotelcomplexen zijn nog steeds ontoegankelijk. Maar je voelt je wel in Frankrijk.
Op Statia is van een gelijktrekking nog niet echt sprake. Maar de gedachte leeft wel dat dat zou moeten. Ook het kabinet heeft in april 2022 het roer omgegooid. Eer wordt een inhaalslag gemaakt om het voorzieningenniveau op te krikken naar Nederlands niveau door nieuwe wet- en regelgeving. Dit wordt het ‘comply of explain’ principe voor Caribisch Nederland genoemd. Dit houdt in dat nieuwe wetgeving en afspraken ook moeten gelden voor Caribisch Nederland en als dat niet zo is dan moet worden uitgelegd waarom dat niet het geval is. Als we dat gelijktrekken eens doortrekken naar Sint Eustatius, wat zou dat kunnen betekenen? Zo maar een greep wat er in mij opkomt als ik denk aan het gelijktrekken van voorzieningen:
– een reguliere veerdienst vanuit Statia naar Sint Maarten en Saba, net zoals bij de Waddeneilanden met de mogelijkheid om de eigen auto mee te nemen en dat alles tegen een gereduceerd “eilanderstarief”, waarbij een zogeheten expresdienst zonder auto ook tot de keuzemogelijkheden behoort. Als iemand van Statia nu naar Sint Maarten gaat en daar een auto nodig heeft moet men er een huren;
– dezelfde tarieven en keuzemogelijkheden voor mobiele telefonie en internet, zoals de Fransen dat ook hebben georganiseerd op Saint Martin;
– een normaal Nederlands paspoort met een BSN-nummer en de daarbij behorende toegang tot tal van collectieve voorzieningen;
– geen paspoort of douane controle om te reizen tussen Saba, Bonaire en Sint Eustatius, alsof je voor het reizen naar Texel ook je paspoort moet tonen en niet meer dan 2 liter jenever mag meenemen;
– op het terrein van sociale zaken dezelfde mogelijkheden als in Nederland, waarbij moet worden aangetekend dat er inmiddels stappen zijn gezet om dat te bewerkstelligen, zij het nog steeds in een langzaam tempo;
– normale banktarieven voor normale banktransacties, waarbij de mogelijkheid voor “eilanders” om een rekening te kunnen openen ook worden vergemakkelijkt.
Eigenlijk kun je stellen dat op veel terreinen nog steeds het omgekeerde geldt: “anders als in Nederland, vanwege een andere historie”.
Dat de bewoners hier op het eiland daar boos over kunnen worden, is dan ook goed te begrijpen. Laat je kind studeren in Nederland en tot de ontdekking komen dat het studiesysteem (inclusief vergoedingen) niet is ingericht voor kinderen uit Statia, omdat ze geen BSN-nummer hebben. Ga als politicus van Statia met een identiteitskaart uit Statia naar een ministerie in Den Haag voor overleg en je wordt niet toegelaten, omdat ze dat officiële document niet kennen (wat gezien het kleine aantal dat in omloop is nog valt te begrijpen) maar ook niet willen kennen (wat gezien de status van Statia binnen ons land onbegrijpelijk is). Ga als griffier vanuit Nederland naar Statia om hen te helpen dit mooie vak invulling te geven en je wordt door je eigen zorgverzekering uitgesloten van zorg, omdat men “geen contract met Statia heeft”.

Een blik op de alom tegenwoordige Quill van een andere hoek op het eiland
Ik weet (en zie ook) dat op een aantal beleidsterreinen wordt gewerkt aan een daadwerkelijke gelijkschakeling tussen Nederland en Statia (en de andere BES-gemeenten). Dat is op zich een goede ontwikkeling. Tegelijkertijd zie ik ook dat dezelfde BES-gemeenten moeten reageren op documenten uit Nederland, die vooral afkomstig zijn van ministeries. Dan moet er binnen zes weken worden gereageerd, ook in de afgelopen twee maanden dat ik hier nu ben. Dan zijn op Statia mensen met vakantie en is de bezetting minimaal. Maar bovenal worden de ambtelijke apparaten van de BES-gemeenten geacht in staat te zijn te reageren op goed doorwrochte voorstellen van vaak hoog gekwalificeerde medewerkers bij ministeries, terwijl de bezetting bij de BES-gemeenten vooral is afgestemd op de omvang van deze gemeenten. Daarbij speelt dan ook nog eens dat het bestuurlijke Nederlands, waarin de stukken zijn geschreven heel wat anders is als het Nederlands wat wordt onderwezen op de BES-eilanden.
Dat kan en moet anders in mijn optiek: geef de eilanden voldoende tijd om zich te kunnen oriënteren op wat wordt voorgesteld vanuit Nederland. Nog belangrijker is een oproep aan Nederlandse ambtenaren om zich te verdiepen in wat er echt speelt op de eilanden en in overleg te gaan met de eilanden. Neem de “eilanders” mee, door op de eilanden zelf met hen in overleg te gaan. Luister naar wat zij bedoelen, want zij weten als geen ander wat het is om op Statia te wonen en wat zij nodig hebben. Vertaal hun behoeften naar wetgeving of voorstellen die de verschillen met Nederland verkleinen of wegnemen en die tegelijkertijd de kwetsbare samenleving op Statia niet schaden. Het gaat er niet om dat alle wetgeving rücksichtslos gelijk wordt getrokken. Wetgeving is altijd het vastgelegde resultaat van een maatschappelijke ontwikkeling. Dus kijk welke ontwikkeling gewenst is en maak daar passende wetgeving bij.
-
Weekend Sint Maarten
16 augustus 2022
Wonen 8
We hadden ons voorgenomen om met enige regelmaat Sint Eustatius te verruilen voor een korte vakantie op een van de andere eilanden in de Cariben. We zijn er toch, dus waarom niet iets anders ook meepakken. Op vrijdag 5 augustus vertrokken voor onze eerste trip naar Sint Maarten en het franse Saint Martin. We vertrokken met de ferry, omdat we voornemens waren om te winkelen en onder andere met een barbecue(!) wilden thuiskomen. We hadden daarom zoveel als mogelijk lege rolkoffers meegenomen. De boot vertrok om 07.10u en we hebben de wekker op 05.00u gezet om een pil tegen zeeziekte in te nemen (tip van vrienden). We meldden ons om 06.55u bij de haven en kregen van een boze mevrouw van de ferry te horen dat de boot al bijna weg was. Verbazing bij ons want wij zagen de boot liggen en de passagiers wachten onder een afdak, direct naast ons loket. De boze mevrouw ging door dat we bij het vliegveld toch ook niet op de vertrektijd aankwamen maar zeker een uur van te voren? Wij hebben met onze liefste blikken beterschap beloofd. Grappig hoe wij na vier weken dachten iets te begrijpen van de relaxtheid van het eiland en zo hebben misgekleund: je komt dus daadwerkelijk minstens een uur van te voren en gaat dan rustig zitten afwachten. Bij vertrek is de controle van kaartje en paspoort als je je meldt, een fluitje van een cent. Geen dranghekken, geen schoenen uit of wat dan ook zoals op Schiphol, maar gewoon kaartje controleren en je paspoort (dat dan wel weer handmatig wordt ingevuld op een lijst en wordt meegegeven naar degene, die meegaat met de boot en deze lijst weer overhandigd op de plek van bestemming).
Onze boot heeft een buitendek en een binnen gelegen benedendek. Wij kiezen voor het buitendek in de hoop dat we dan minder kans hebben om zeeziek te worden. Het gaat goed; niet zeeziek, wel zeiknat. Na aankomst met een taxi naar het autoverhuurbedrijf. En daarna met de kaart op schoot naar het hotel dat we voor 2 nachten hebben geboekt in het Franse deel. Niet te vinden. We zien geen bordje met de naam van het hotel. Hans schakelt uiteindelijk de routeplanner in en constateert dat we er moeten zijn. We zien alleen een lange omheinde muur met tekeningen. Dan zie ik in de muur een naam van een onbekend hotel met een logo waarop de naam staat van het hotel dat we zoeken. Dus toch gevonden. Het zoeken via de telefoon was ook heel gemakkelijk en heel goedkoop: volgens de Fransen ben je gewoon in Frankrijk, dus betalen met euro’s en bellen via Europese providers tegen Europese tarieven. Waarom kan dat niet op Statie denk je dan……. Het is sfeervol, luxe hotel met ruim balkon met zitje plus koelkast en drooglijn voor de zwemkleding. Achteraf bleek dat het is overgenomen door een bekende hotelketen, Mercure. Vroeger werd hier het personeel van Air France ondergebracht.

Palm bij het hotel We gaan meteen winkelen, omdat niet duidelijk is of alle winkels op zaterdag en zondag open zijn. We gaan met ons lijstje op zoek naar warenhuizen en ijzerwinkels. Het lukt om alles te vinden. Voor een barbecue kunnen we beter de volgende dag terugkomen, zegt een vriendelijke verkoopster, want dan is er op alle barbecue spullen 15 % korting. En we zijn nu eenmaal Nederlander en letten op de kleintjes. Deze winkel is 7 dagen per week open en de meeste andere winkels blijken ook op zaterdag gewoon open te zijn. We vallen met onze neus in de boter want dit weekend is het ook sale in de Franse hoofdstad Marigot.
Eten en drinken doen we ook in het Franse gedeelte. Vrijdag en zaterdag. Er zijn veel Franse restaurants en veel lokale booths die hier loco lolo’s worden genoemd. Daar wordt gebarbecued vlees en vis op Caribische wijze geserveerd. Er wordt veel geflaneerd en veel buitenshuis gegeten. Een zuid-Europese sfeer. We hebben krab gegeten (uit de oven en opgediend in de krabschaal) en kreeft (een hele doormidden gesneden en op de barbecue gelegd), dat alles gelardeerd met lokaal bier en Franse wijn.

Een lokaal restaurant in Grand Casse op het franse gedeelte Zaterdag kopen we een barbecue; een kleine Kamado. Die kan niet in de rolkoffer maar gaat als apart pakket mee. Daarna kopen we eten voor een picknick op een mooie plek. Overigens typisch frans: stokbrood, pate en kaas. Wijn lukte niet maar wel lekker biertje en fruitsap. We vonden een plek met het uitzicht over zee bij een ruïne van een hotel. Gevolg van Irma. We zitten op het terras van een ruïne die ooit een luxe hotel moet zijn geweest. De auto zetten we voor de ingang waar ooit de koffers werden uitgeladen. Daar is nog een restant van een dak zodat de auto minder heet wordt. Want heet is het ook op Sint Maarten! Daarna zoeken we de sale en braderie in het centrum van Marigot. Eerst het overdekte winkelcentrum Le West Indies en daarna de straatjes in het centrum. We kopen kleren die niet op ons lijstje staan (maar ja goedkoop en leuk dus…..). In het hotel bekijken we hoe alles mee moet: 2 rolkoffers, een rugzak, een koeltas voor de etenswaren en een zware doos. Dat betekent dus improviseren.

onze picknick plek
Zondag gaan we met een volle kofferbak rondrijden over het eiland. Immers, aan het einde van dag wacht ons de boot terug en voordien moet de auto worden ingeleverd. Nu gaan we de Nederlandse kant rond het vliegveld bekijken. Hoge hotelflats, mooie stranden, een verlaten golfterrein met nog vlaggetjes op holes en hier en daar nog ruïnes van Irma. Puur toerisme. Uiteraard bezoeken we ook de beroemde spot op het strand, waar de aankomende vliegtuigen haast zijn aan te raken.

Een kilo witlof voor 6,89 euro op Saint Martin!!!! We picknicken opnieuw aan de Franse kant, dit keer op een plek met prachtig uitzicht over de zee. Dan door naar de eindbestemming waar ook de haven is; de Nederlandse hoofdstad Philipsburg. Hier zien we nog kleine straatjes en een board walk (strandboulevard). We bekijken alles zoveel mogelijk vanuit de auto. Er is veel dicht en het is voor ons te heet om lang te gaan wandelen. Ook hier uitverkoopjes en er blijft weer iets aan mijn vingers plakken..… Dan is het tijd om de auto terug te brengen. De verhuurder zet ons vervolgens met al onze aankopen af bij de haven. We lopen het kantoor van de ferry voorbij maar een mevrouw roept of we met de ferry reizen? Dan moeten we even bij haar langs komen. Ze controleert de tickets en zegt met een blik op de doos met barbecue dat we voor extra gewicht extra moeten betalen. Dat doen we. We zijn ditmaal twee uur voor vertrek aanwezig (we willen niet voor een tweede keer op onze kop krijgen….…) Bij de haven zijn cafés en restaurants. Daar nemen we onze zeeziektepillen in en we wachten op wat komen gaat. Een uur voor vertrek groeit het aantal passagiers enorm, net als de hoeveelheid koffers en pakketten die mee moeten. Een kwartier voor vertrek staat er een meute voor het hek van de haven. Wij sluiten aan. Dan gaat het regenen en heel rustig maar wel snel dikt de massa mensen in totdat iedereen onder het afdak bij de terminal staat. De regen duurt maar even. Dan gaat het hek open en ontstaat er een opstopping bij de paspoortcontrole. Gezinnen moeten als geheel naar binnen, dus het duurt even voordat alle kinderen, broers, zussen en tantes door de opstopping heen bij een loket staan. Wij komen door de paspoortcontrole en geven onze boardingpas af aan een medewerker van de ferry. We zeggen erbij dat we naar Statia gaan. Dan is er ergens een fout gemaakt want we hebben de verkeerde boardingpas; een voor Saba. Daar legt de boot eerst aan. Maar het is oké we mogen doorlopen. De kleinste rolkoffer, rugzak en koeltas mogen we zelf meenemen en onder de bank zetten. De grotere rolkoffer en de doos daar zorgt de bemanning voor. Ditmaal is een heel andere boot dan op de heenreis; het heeft een benedendek en een overdekt bovendek. Het benedendek lijkt ons erg benauwd. We blijven boven. Het is een oude boot met overal ventilators die aan staan. Reddingsvesten hangen boven aan het plafond. Daaronder liggen driehoog opgestapeld alle koffers. Naast de deur van het benedendek staat een groot pakket dat uit Rotterdam komt en verstuurd is naar Sint Maarten. Er staat ook in grote letters Saba op. Ik fantaseer dat het is opgehaald op Sint Maarten door iemand die het nu persoonlijk naar Saba brengt. Iedereen is binnen en alle koffers en dozen hebben een plek gevonden. Onze doos is in de stuurhut terecht gekomen en de grote rolkoffer in het benedendek. De toegangsdeur gaat dicht. De tegenoverliggende deur blijft open met een touw ervoor. Het is bomvol. Tegen de wand een plaat: maximaal 69 passagiers. Er staat niks over bagage. Ik denk: je kunt wel betalen voor overgewicht, maar als de boot het nou niet aankan? We moeten er maar niet aan denken. We vertrekken rond 17.00 uur en we zien de zon ondergaatn in het gat van de openstaande deur. Tenminste als we weer even zicht hebben op de zon. We worden niet ziek maar twee uur varen met hard geluid van de ronkende motor is wel lang. Eindelijk komen we aan op Saba. Dat is veel kleiner dan Statia maar heeft wel twee cafés aan de haven! De twee terrassen zijn heel vol zien we vanaf de boot en er is luide muziek. Op Statia is de haven een klein industrieterrein met een pakhuis voor de douane en zonder voorzieningen voor passagiers. Als we stil liggen op Saba moeten eerst de mensen voor Statia van de boot af, zonder bagage mee te nemen, om zich te melden bij immigratie. Wij lopen voorop. Het paspoortapparaat moet nog warm draaien voordat onze paspoorten worden herkend. In het kantoor is gelukkig ook een wc. Dan terug naar de boot. De kleine groep doorreizigers voor Statia is snel compleet. Bijna alle bagage is weg, wat overigens ook logisch is. Naar Saba gaat de boot maar een paar keer per week en deze zondag hebben klaarblijkelijk veel families van buiten Saba de gelegenheid aangegrepen om een vakantie daar door te brengen.
Ik vis de grote rolkoffer uit het benedendek en leg die in de buurt. We hebben onze doos nog zien staan in de stuurhut. Komt dus goed en nu nog een uur varen in het donker naar Statia. Komt dus niet goed; de route van Saba naar Statia is veel heftiger, de boot stampt en na 20 minuten zijn er al 5 mensen ziek, ook Hans. Hij gebaart dat ik een kotszakje moet halen. De medewerker van de ferry zit voor mij in het gangpad naar het benedendek. Ze is in slaap gedommeld. Ik moet naar haar toe, maar dat gaat lastig. Ik kom overeind en gooi mezelf naar de reling van het trapje naar beneden. Dan zak ik door mijn knieën en kan ik de mevrouw aantikken. Ze schiet wakker en reageert in een reflex door me een kotszakje voor te houden. Ik pak het aan en reik naar Hans. Hij kan er net bij. Dan moet ik terug naar mijn zitplaats. Alle gene voorbij klauter ik op handen en voeten over de grond naar mijn bank en hijs mezelf omhoog. Hans heeft inmiddels het kotszakjes gebruikt voor het doel waarvoor het is gemaakt. De tocht naar Statia stond gepland voor een uur maar duurde uiteindelijk vijf kwartier. De optimistische kant van zeeziek zijn is dat het over is als de boot stilligt. Maar leuk is anders. Hans vergelijkt het met de veerdienst naar Texel: dat is een prachtige moderne boot en die overtocht duurt maar 20 minuten. Voor Statia is een ferry van levensbelang om contact te kunnen hebben met de rest van de wereld en hier moeten we het doen met een oud barrel, terwijl een nieuwe catamaran al weken in het dok ligt voor onderhoud. Hans wil alleen nog varen als de catamaran weer terug is. We staan op de kade en willen graag naar ons eigen huis. Wij lopen naar de uitgang van de haven met de kleine rolkoffer, rugtas en koeltas. De grote rolkoffer en de doos worden met een kleine vrachtwagen gebracht tot buiten het hek van de haven. Verbaasd halen we de grote rolkoffer en de doos van de vrachtwagen en doen die met de andere tassen in de kofferbak van onze auto. We kunnen zo wegrijden. Geen paspoortcontrole geen douanecontrole. We hadden rekening gehouden met een btw-naheffing, maar dat was onnodig. Het is inmiddels 22.30u. Vijf minuten laten zitten we in ons huis bij te komen van het weekend. Een ding is zeker: het volgende uitstapje begint met het lokale vliegtuigje……….