-
Tijd voor afstand en afsluiten….ons slotakkoord

Dit is het eind van een intensieve periode van werken en ondersteuning bieden aan twee BES-eilanden. En dit is ook tegelijker een (voorlopig?) einde aan ons werkzame leven. Een mijlpaal dus waar ik even bij stil wil staan.
Bijna twee jaar geleden (eind maart 2022) kwam de vraag om griffier ad interim te worden op ons pad (soms gebruik ik de ik-vorm; soms de wij-vorm, maar als ik het heb over de Cariben is het altijd een wij-aangelegenheid, namelijk die van Anja en mij-HA) en wij hebben die kans met beide handen aangegrepen. Het zou een mooie afsluiting worden van onze werkzame levens waarbij we al onze ervaring en kennis van het lokaal openbaar bestuur konden inzetten in bestuurlijk gezien nog heel jonge gemeenten en dan ook nog eens in de Cariben.
Intensieve periode
Uiteindelijk hebben we een jaar gewerkt en gewoond op Sint Eustatius en daarna nog een half jaar ondersteuning geboden aan Saba. De periode op Sint Eustatius stond vooral in het teken van de terugkeer naar de democratie. Immers, in 2018 had Nederland besloten in te grijpen bij het Openbaar Lichaam en alle democratische vertegenwoordigingen terzijde te schuiven. Sinds 2020 was er wel weer een Eilandsraad, maar feitelijk kon (of moest) die alleen verordeningen vaststellen. Naast de terugkeer naar de democratie, moest ook de organisatie van de griffie op poten worden gezet en moesten er afspraken komen over de verhoudingen met de staande organisatie. Het was de bedoeling dat na mijn vertrek het griffierschap zou worden overgenomen door iemand van het eiland zelf, die daarvoor ook een cursus zou volgen in Nederland.
De ondersteuning op Saba bestond vooral uit het ondersteunen van de zittende griffier en het op orde brengen van de administratieve organisatie en de regelgeving rond de raad.
Het was een intensieve periode omdat we veel hebben meegemaakt met hoge pieken en diepe dalen. Kortom het was emotioneel lastig. Wat ook in de weg zit is dat in deze relatief korte periode van ondersteuning je simpelweg te weinig tijd hebt om ook structureel verbeteringen aan te brengen.
Te weinig kennis en wantrouwen
De BES-gemeenten zijn op 10 oktober 2010 (10-10-10) van start gegaan met een bestuurlijk systeem, waarvan ze weinig kennis hadden. Daar waar wij in Europees Nederland zo’n 170 jaar ervaring hebben met gemeenten, begon het in Caribisch Nederland totaal opnieuw. Werken volgens de Caribische vorm van onze Gemeentewet, is gebaseerd op een aantal uitgangspunten, die feitelijk hetzelfde zijn als voor onze Gemeentewet. Er is een duidelijke scheiding tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur, er is een kroonbenoemde functionaris, die kan bijsturen of ingrijpen als het een andere kant op kan gaan en er zijn functionarissen die het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur ondersteunen. Leden van het algemeen bestuur (in dit geval de eilandsraad dus) hebben een aantal instrumenten tot hun beschikking om invulling te kunnen geven aan hun taken.
Ik kan niet anders dan concluderen dat er in de afgelopen 12/13 jaar niet of nauwelijks iets van de grond is gekomen op de BES-eilanden, dat de vergelijking met Nederlandse gemeenten goed kan doorstaan. De administratieve organisatie is niet of nauwelijks ontwikkeld, de rollen tussen het algemeen bestuur en dagelijks bestuur lopen door elkaar heen en de planning en controlecyclus staat nog in de kinderschoenen. Zo’n situatie zet je niet zo maar recht.
Er bestaat in de Cariben veel wantrouwen jegens Europees Nederland, dat ook is gebaseerd op onvoldoende kennis van hoe het werkt in Nederland. Gemeenten en provincies zijn ondergeschikt aan het Rijk en het Rijk bepaalt uiteindelijk de wet- en regelgeving. Er is dus geen sprake van nevenschikking. Uiteindelijk kan er veel worden bereikt door echt samen te gaan communiceren en samen op te trekken als Europees en Caribisch Nederland. Op Sint Eustatius is er een platform van de eilandraadsleden en leden van het bestuurscollege om buiten de dagelijkse werkelijkheid om met elkaar te praten. Je merkt daaraan dat deelname van het “Rijk” eigenlijk heel belangrijk is, omdat daarmee op tafel kan worden gebracht waar de eilanden feitelijk mee worstelen.

Aanbevelingen
Nu mijn werkzaamheden voor de BES-gemeenten zijn afgerond, hebben we tijd nodig hebben om met meer afstand naar de BES-gemeenten en de ontwikkelingen daar te kijken. Het is een soort virus, dat in je kruipt en dat je ook niet zomaar kan loslaten (of wellicht nooit). Maar afstand nemen is voor dit moment even belangrijk. Om in stijl te kunnen afsluiten, wil ik nog een aantal aanbevelingen meegeven.
1. Schrap de regeling dat ambtenaren lid van de eilandsraad kunnen worden met behoud van salaris en een terugkeergarantie. Deze regeling heeft een perverse prikkel in zich: mensen die in de eilandsraad willen worden gekozen proberen eerst een baan als ambtenaar te krijgen. De regeling leidt ook tot de situatie, waarbij de eilandsraad, bij gebrek aan echt werk, zelf op zoek gaan naar werk en de griffie daarbij als een verlengstuk gebruiken. Zowel eilandsraad als bestuurscollege gaan hun eigen weg en voeren eigen bestuurlijke overleggen. Daarnaast maakt deze situatie het mogelijk om overdag te vergaderen, hetgeen de animo bij hen, die een normale baan hebben maar zich ook willen inzetten voor de gemeenschap niet vergroot. Zeker met de komende uitbreiding van het aantal eilandraadsleden ligt hier een mooie uitdaging.
2. Er moet meer werk worden gemaakt van de communicatie tussen Europees en Caribisch Nederland. Een open manier van communiceren zal leiden tot meer begrip onderling en het vinden van passende oplossingen voor ieder eiland. In plaats van uniformiteit kan er ook gekozen worden voor pluriforme oplossingen en invullingen. Echter, werken binnen de context van het Openbaar Lichaam betekent ook werken binnen de context van de Nederlandse Staat en staatsinrichting. Het parlement heeft daarin altijd het laatste woord en is eindverantwoordelijk.
3. Maak werk van een goede taakverdeling tussen eilandsraad en bestuurscollege. Laat zien en merken dat het bestuurscollege het eerste aanspreekpunt is voor aangelegenheden van de eilanden. Zij leggen daarover verantwoording af aan de eilandsraad en kunnen afspraken maken over de bestuurlijke inzet bij bepaalde overleggen.
4. Draag er zorg voor dat de vele projecten, die worden aangebonden aan de eilanden ook kunnen worden voortgezet als deze succesvol blijken te zijn. Te veel worden dit soort projecten alleen ambtelijk besproken en vervolgens tot uitvoering gebracht. Zowel bestuurscollege en eilandsraad dienen hierbij binnen hun eigen verantwoordelijkheden afwegingen te kunnen maken, hetgeen nu niet of onvoldoende gebeurt. Nee zeggen mag ook, heb ik meerdere malen voorgehouden.
5. Maak werk van een goede invulling van de bestuurlijke driehoek op de eilanden en biedt hen die ondersteuning die ze nodig hebben. Een goed functionerende bestuurlijke driehoek kan veel signaleren, reguleren en daar waar nodig zelfs bijsturen.
Met deze aanbevelingen sluiten wij onze tijd in de Cariben af. Wij gaan genieten van ons pensioen. We nemen even afstand maar geen afscheid. Daarvoor zitten deze eilanden bij ons te diep.

Hans Andeweg
Anja Richt
-
Terug naar Nederland en door naar Saba
Het avontuur op Statia zit er op. Na meerdere afscheidssessies en mooie wooden zijn we 5 juli, precies 12 maanden na aankomst , afgereisd naar Sint Maarten. De laatste avond op Sint Maarten, waar we nog een paar dagen verbleven, hebben we gedineerd met Nilda Arduin, ondermeer de voormalige ombudsvrouw op Sint Maarten en mijn partner in crime op Statia voor de ondersteuning van de Eilandsraad. Een prachtig gesprek met als boodschap aan Anja en mij om de bijzondere positie van de BES-eilanden in Nederland nader voor het voetlicht te brengen. Wat nodig is, is een echte dialoog tussen Nederland en de BES-eilanden. Wij moeten ons in Nederland meer verdiepen in de bijzondere positie van de mensen in de Cariben. Met dat slotakkoord zij wij teruggereisd naar Nederland.
Het democratisch proces ontwikkelen
Maar, het blijkt geen definitieve terugreis te zijn. Reeds op het VNG-congres in juni in Groningen werd mij gevraagd of ik Saba zou willen ondersteunen voor een periode van een half jaar. Achtergrond was dat de nieuw gekozen raadsleden en leden van het bestuurscollege een paar stappen wilden maken in het democratische proces. Ze wilden meer bekend raken met de Nederlandse manier van besturen, zoals vastgelegd in de Wet Openbare Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (WolBES). Het was hartverwarmend te merken dat mijn inzet en werkzaamheden op Statia niet onopgemerkt waren gebleven. Toen mijn voorwaarden, waaronder de inzet van Anja in het hele traject, werden ingewilligd, konden we verbaasd vaststellen dat we aan een nieuw avontuur gingen beginnen.
Coaching en begeleiding op afstand en ter plekke
Het nieuwe avontuur ziet er anders uit dat op Statia. Ik vul niet een vacature in en we gaan niet wonen op Saba. Mijn betrokkenheid bij Saba zit vooral in coaching en begeleiding van het eilandsbestuur in al haar facetten en dan vooral via de griffier.
Naast de inzet van Anja en mij is een beroep gedaan op de directeur van de Wethoudersvereniging in Nederland, Jeroen van Gool. Gedrieën moesten wij een start maken met dit traject van een half jaar. Op 12 en 13 september begonnen we met een tweedaagse bijeenkomst. Anja en ik zullen daarna grotendeels vanuit Nederland de begeleiding en ondersteuning gaan vormgeven. We komen nog twee keer terug op Saba voor ondersteuning ter plekke.
Een verlate start door orkaan Lee
We hadden op 11 september moeten landen op Saba. Vanwege de nasleep van orkaan Lee kon er pas op woensdag gevlogen worden. Gelukkig was Jeroen op 10 september al doorgevlogen naar Saba. Toen was er nog niks aan de hand. Jeroen heeft de eerste dag alleen moeten doen en ook de start van de tweede dag. Gelukkig hadden we het goed voorbereid en heeft Jeroen ruime ervaring met trainingen geven. Op woensdag werden wij vanaf het vliegveld direct gereden naar de vergaderzaal en namen deel aan de training. Het was bijzonder om te ervaren dat Jeroen en ik elkaars opvattingen volledig ondersteunden. Die avond was er een aansluitend diner met alle deelnemers. Toen waren we helemaal geland.
Saba is mooi en bijzonder

Wij zien verschillen en overeenkomsten tussen Statia en Saba. Zoals wij in een eerdere blog al hebben verwoord, is Saba een mooi en bijzonder eiland. Mooi, omdat alles er keurig bijstaat en in de verf staat, mooi, omdat je feitelijk haast geen vervallen huizen of resten daarvan tegenkomt en mooi, omdat er geen meter vlak is en de verschillen in hoogte steeds nieuwe vergezichten biedt. Daarnaast is Saba een klein eiland zonder een echt strand, maar de zee is wel overal aanwezig, maar niet makkelijk bereikbaar.
Statia is een veel rauwer eiland met rafelrandjes en de slavenhandel geschiedenis van het eiland is daar nog overal zichtbaar en voelbaar. Statia is overwegend gekleurd, terwijl Saba een mix is van wit en gekleurd.
Goede communicatie moet van twee kanten komen
Bestuurlijk gezien is er op Saba sprake van relatieve rust naar buiten maar achter de schermen gebeurt van alles. Belangrijke actoren spannen zich in om deze rust en daarmee goede verstandhouding met Nederland mogelijk te maken. Dat betekent evenwel niet dat alles wordt geslikt of wordt goed gevonden, maar er is wel degelijk sprake van een goede communicatie met Nederland. Dat tegelijk het ongeduld met Nederland groeit op een aantal beleidsterreinen is ook merkbaar en mede daarom wordt een nauwere band met Bonaire en Sint Eustatius opgebouwd.
Aandacht voor processen en instrumenten
In de 13 jaar dat Saba nu een BES-eiland (Openbaar Lichaam van Nederland) is er weliswaar wat opgebouwd, maar veel staat nog in de kinderschoenen. Veel zaken moeten worden geborgd via verordeningen en regelingen en daar hebben we inmiddels een start meegemaakt. Ook de tweedaagse is een succes geworden (zie ook de volgende publicatie op het eiland:
https://www.sabagov.com/post/island-council-executive-council-participate-in-coaching-session). Regelingen en verordeningen moeten ook leven en passen in de wijze, waarop de Sabanen het bestuur van hun eiland willen vormgeven. Dat is een belangrijke opdracht aan Anja en mij in de komende weken.
Banden met Statia

Bezoek van Frank Rotweiler, directeur Medisch Centrum Statia aan Saba
Als we hier op Saba zijn, is Statia nooit ver weg. Op veel plekken op het eiland kun je een blik op het buureiland werpen. Ook onze vrienden op Statia weten dat we hier zijn en ze kunnen het niet nalaten om foto’s te sturen van vrijdagmiddagborrels of gezamenlijke etentjes. Daarnaast zijn er ook veel onderlinge relaties tussen beide eilanden en het overlijden van een markante Sabaan deze week leidt dan weer tot telefoongesprekken met kennissen en vrienden op Statia. Dan is de wereld ineens weer heel klein en zou je zo even willen overwippen.
We zijn dus weg van Statia maar allerminst weg uit de Nederlandse Cariben. Wij voelen ons bevoorrecht om dit werk te mogen doen hier, op verzoek van Saba. Ons werkzame leven zetten we dus voort, weliswaar in een andere vorm dan op Statia, maar nog steeds aan het werk. En we genieten er met volle teugen van!
-
De laatste weken op Statia

Bijna al een heel jaar in de Cariben. Werken en leven met Statianen en met bijzondere Nederlanders die hier de rest van hun leven willen doorbrengen. Nog een paar weken dan loopt het contract af. We weten nog niet goed hoe het gaat eindigen, maar dat het voor ons op statia eindigt is wel zeker. Het was en is nog steeds een bijzonder verhaal, waarin wij een rol mogen spelen. Een bijzonder verhaal over een eiland, dat wij in het verleden gebruikten voor onze handelsdoeleinden, en waar we rijk zijn geworden van de overslag van gekleurde medemensen. Wij wel maar zij niet.

Wonen aan de rand van de slavenmarkt
Na het beëindigen van onze bizarre handel wisten we er niet goed raad mee. Wellicht hoopten we stiekem dat het nogmaals van “eigenaar “ zou verwisselen, zodat wij ervan af zouden zijn. Maar dat is niet gebeurd. Het is een verhaal over een eiland, dat heden ten dage nog steeds sporen laat zien van dat niet eens zo verre verleden. De fundamenten van wat eens de pakhuizen waren, waar de gekleurde medemensen na aankomst konden aansterken om vervolgens via het nog steeds aanwezige slavenpad de weg naar boven te moeten lopen om te worden verkocht op de markt. Tegenwoordig heet de markt het Wilhelmina plantsoen en wij woonden de eerste zes maanden aan de rand van dat plantsoen.

Bijzondere mensen
Een verhaal over een eiland, waar we bijzondere mensen hebben leren kennen. De 89-jarige ismael Berkel, die met zijn verhalen en inspanningen het slavernijverleden tastbaar en voelbaar houdt. Hij is een van de speciale genodigden voor de Keti Koti viering in Amsterdam op 1 juli. René die samen met zijn vrouw Loris een restaurant draaiende weten te houden, waar je afspreekt voor koffie, lunch of avondeten. Als Loris er zin in heeft is er ook een karaokeavond, wat altijd een feestavond wordt. De bars van Franky die tegen elkaar aan zitten, waar we op vrijdag het weekend begonnen met politieke gesprekken met Franky. Bij begrafenissen in de tegenoverliggende kerk waren de bars dicht, maar ze gingen direct open als de dienst was afgelopen en veel kerkgangers kwamen dan even langs. In het restaurant aan de kade kon je op vrijdagavond Sexy Ramona vinden die op haar 68e altijd te vinden is op een party waar gedanst en geknuffeld kan worden. Het museum is het domein van Mischa die ook rondleidingen verzorgd. Bij evenementen heeft zij een act met een typetje als een Statiaanse Tineke Schouten.
We hebben veel mensen ontmoet die open staan voor een praatje, die graag vertellen wat er moet gebeuren (door Nederland), die over vroeger vertellen (toen was er 30 meter strand, was er altijd life muziek in de historische kern, struikelde je over de bars, waren alle gebouwen bewoond). En die vertellen dat de loslopende dieren van alle tijden zijn. Velen zien het niet als probleem dat er 14.000 (laatste telling van enkele jaren terug) koeien, geiten, schapen en ezels loslopen. Maar het is een feit dat ze alles opvreten waardoor de erosie van de kliffen verergert met instortingsgevaar tot gevolg.

Politieke vrijheid via de radio
Dit is een verhaal over een eiland dat is opgezadeld met een bestuurlijk systeem, dat ze zich maar moeilijk eigen kunnen maken. Het Nederlandse bestuurlijk systeem leidt tot een scheiding tussen hen, die ervoor willen gaan en hen, die dat vooral niet lijken te willen. Een verhaal over een eiland, waar de radio nog springlevend is en politici eigen radiozendtijd huren. Op vrijdagochtend is raadslid Clyde van Putten te horen, die op totaal eigen wijze en ongeremd zijn “keek op de week” ten gehore brengt. Hij is in staat om minuten lang te praten over de “tall white man at the Registrars office“ die volgens hem niet altijd de goede dingen doet. We mijden op de vrijdagochtend de supermarkt die dit radioprogramma altijd op de speakers heeft staan.

Een ongewisse toekomst
Een eiland, waar ministers, staatssecretarissen en ambtenaren kind aan huis zijn om hun steun aan het eiland ook in daden om te zetten met een waslijst aan uit te voeren projecten die in Den Haag zijn bedacht. Een eiland waar de toekomst ongewis is, als er geen substantiële werkgelegenheid gaat komen, waardoor de bevolking een eigen inkomen kan verwerven of een experiment met een basisinkomen voor iedere volwassene.

Multicultureel eiland
Het verhaal van een eiland, waartoe Europese Nederlanders zich voelen aangetrokken. Ze werken hier tijdelijk of ze emigreren naar Statia met en zonder werk (pensionado’s). Er zijn aardig wat pensionado’s die een huis kopen op Statia en er 6 maanden per jaar wonen zoals Amerikanen, Duitsers en Belgen. De meeste immigranten zijn gekleurde medemensen uit de regio of uit Azië die werken in de bouw, de supermarktjes en in de huishouding. Zij op hun beurt ondervinden niet altijd de juiste bejegening van de Statianen en vormen zelf een hechte Spaanstalige of Aziatische gemeenschap.

Een Statiaans stempel
Heeft een jaar werken op Statia ook iets opgeleverd? Dat is lastig aan te geven. Mijn opdracht was de vorming van een moderne griffie, maar de raadsleden hebben last van veranderingen in het algemeen. En ook daar zie je een verschil tussen de oppositie en de meerderheidspartij. De meerderheid wil eigenlijk vasthouden aan wat er was voor 2018 (de ingreep door Nederland) en wil de Nederlandse nestgeur zoveel mogelijk vervangen door een Statiaans stempel. Of dat kan binnen de huidige wetgeving is voor hen een bijzaak.
Ik hou het erop dat ik zaadjes heb geplant, waarvan sommigen kunnen uitgroeien tot iets moois, maar de meesten niet zullen aanslaan. Maar wellicht is wat er speelt ook heel goed terug te voeren tot het volgende. Iemand van Saba gaf aan dat het ontbreken van goede achtergrond literatuur over zeg maar de Hollandse school door hem erg werd gemist. Natuurlijk is die informatie er wel maar altijd in het Nederlands. Dat beheerst men niet goed. Er wordt gezocht in Engelse literatuur. Echter, de Angelsaksische insteek is anders, gaat meer uit van de winner takes it all in plaats van bruggen bouwen, van gekozen voorzitters, burgemeesters etc. Dat brengt mij tot de volgende slotopmerking: Ofwel we gaan een grondige discussie voeren over wat goed past bij de eilanden als bestuursvorm ofwel we gaan echt investeren in de Hollandse school op de eilanden. Wat we nu doen is een vorm van aanrommelen en dat zal geen succes worden.

-
Op bezoek bij de buren

Blik op Saba Vanaf Sint Eustatius heb je zicht op vier buureilanden. Twee eilanden liggen relatief dichtbij: Saint Kitts/Nevis en Saba. Bij helder weer kun je Sint Barths en Sint Maarten goed zien liggen. Dat alle eilanden “sint” heten heeft iets van doen met Columbus, die dit gebied als het ware heeft ontdekt en de naamgever is geworden.
Op Hemelvaartsdag zijn we naar Saba gegaan voor een korte vakantie. Saba is net als Statia een BES-gemeente in de bovenwinden. Het is een eiland met ca 2.000 inwoners en heeft als bijnaam “the Unspoiled Queen”. Statia heeft als bijnaam “the Golden Rock”. Er zijn twee manieren om op Saba te komen: via het water met de ferry van Makana of via de lucht met een vliegtuig van Winair. Door de lucht betekent: eerst vliegen naar Sint Maarten en dan overstappen naar Saba. Dat kan maar op twee dagen met korte tussenstop op Sint Maarten; de andere dagen betekent het een dag wachten op Sint Maarten. Niet zo aanlokkelijk vooruitzicht. De andere mogelijkheid is via de ferry. Makana onderhoudt de veerdiensten tussen Saba, Statia, Sint Maarten en sinds een aantal maanden ook met St. Kitts. So far, so good. Maar dan komt het. Het traject van Saba naar Statia en dan alleen in deze richting is berucht vanwege de stroming en de golven. De catamaran waarmee wordt gevaren kan harde klappen maken en soms waan je je meer in de Python in de Efteling dan op zee. Mijn gestel is daar slecht tegen bestand. De hulpmiddelen bij misselijkheid aan boord zijn goed aan mij besteed. Via de ferry kun je vrijwel dagelijks naar Saba en de kosten zijn beduidend minder dan via de lucht. Of de CO2-reductie hetzelfde is, weet ik niet. De boot ruikt wel erg naar stookolie.
Wij zijn naar Saba gegaan met de ferry en na twee nachten aan het einde van de derde dag weer met de ferry terug. Zoals viel te verwachten was de heenreis goed te verteren met mijn gestel en we zijn zonder problemen daar gekomen. Een minpuntje was dat we om 05.00 uur in de haven moesten inchecken omdat de boot om 06.00 zou vertrekken. Het was druk op Hemelvaartochtend. Een grote groep Statiaanse katholieken ging die dag naar Saba om met geloofsgenoten daar een inzameling te houden voor de restauratie van de kerk op Statia. Burenhulp dus. Om 7 uur stond in de haven van Saba een taxi van het hotel ons op te wachten en met de chauffeur begon de kennismaking met Saba. Zodra we de steile kustweg naar het plaatsje The Bottom achter ons hadden, waarbij gedeelte met 20% stijging !!!, ontvouwde zich een prachtig beeld van dit eiland. Witte huisjes met rode daken en alles prachtig aangeharkt. Normale wegen, zonder diepe kuilen of gaten met daarom heen alleen maar groen. Groen in alle varianten. Op slag verliefd op dit eiland, waarbij de term het Zwitserland van Nederland niet overdreven is. Er zijn vier kernen op het eiland en er is een weg, geheel toepasselijk The Road genaamd. The Bottom, de laagst gelegen buurtschap herbergt ondermeer het bestuurlijke centrum, het ziekenhuisje en meer van dat soort voorzieningen. Wij gingen verder op The Road en via heuse haarspeldbochten kwamen in Windwardside aan, het toeristische gedeelte van Saba. Daar bevinden zich een goede bakker, een aantal goede restaurants, een goed geoutilleerde supermarkt met veel soort rum uit de Cariben en ons hotel Juliana. Wat direct opviel was dat we op hoogte waren. Windwardside ligt op 400 meter hoogte en ligt beschut tegen Mount Scenery, de hoogste berg van Nederland met 877 meter. The Quill op Statia is nummer twee met 601 meter. Allebei zijn het vulkanen en zoals ik begreep uit de documentatie op internet, allebei in de ogen van vulkanologen nog actief want in de afgelopen 3000 jaar nog tot uitbarsting gekomen. Daar merk je in de praktijk gelukkig helemaal niets van, maar de waarschuwing is gehoord.

The Bottom op Statia Het mooie van de hoogte is dat het relatief fris is, vooral ’s nachts. Dat was weer eens wat anders dan de warmte op zeeniveau op Statia voor ons. Ook het zwembad bij het hotel had lauw water in plaats van warm. Een fijne gewaarwording na al die maanden in deze streken. Saba heeft veel te bieden, maar geen paradijselijk strand. Wel een getijdenpool bij de luchthaven, waar je kunt liggen in het zeewater. Saba is een hikersparadijs. Eerlijk gezegd is dat minder aan ons besteed. Wat wij leuk vinden zijn bergtreinen, kabelbanen, besneeuwde hellingen en toeren met onze e-bikes, maar daarvoor zijn we hier verkeerd.

Prachtige vegetatie op Saba; feitelijk vooral tropisch regenwoud Ons bezoek aan Saba stond in het teken van rust, genieten van lekker eten en van de prachtige omgeving. Maar er was ook een bezoek gepland met de collega-griffier op Saba.
De dag na Hemelvaart bleek een gewone werkdag te zijn, net als Tweede Pinksterdag. Anja en ik hebben een goed gesprek gehad met Akilah Levenstone, griffier van Saba. We wisten al dat elk eiland zijn eigen bestuurscultuur heeft. Anders dan op Statia lijkt de Eilandsraad op Saba wat meer op de achtergrond te zijn en niet altijd veel grip te willen hebben op het bestuurlijke proces. Er is op geheel eigen wijze invulling gegeven aan het werken onder de WolBES, de caribische gemeentewet en dat is lang vrij goed gegaan. Na de verkiezingen van maart 2023 is het politieke landschap op Saba veranderd en is er voor het eerst sprake van coalitie en oppositie. De gebruikelijke wijze van werken lijkt niet meer adequaat te zijn en levert geen antwoorden op de vragen van nu. Daarover had ik al eerder collegiaal overleg gehad en ook nu kwam er een vraag om hulp naar voren. Wat ik doe op Statia is niet ongemerkt voorbijgegaan aan Saba; zoveel werd ons wel duidelijk. We hebben afgesproken om elkaar en de raad van Saba te ontmoeten tijdens het VNG-congres in juni in Groningen om te bezien of er een vorm van hulp valt te bedenken.

De trap in het dorp; het begin van de trail 
Het bewijs geleverd: op het hoogste punt van Nederland. We did it! De laatste dag hebben we gebruikt om de rest van het eiland te bekijken. We bezochten de kleinste commerciële luchthaven ter wereld met een strip van 400 meter. Piloten hebben een speciale opleiding nodig om er te mogen landen en opstijgen. In de ruim 50 jaar van het bestaan is er nog nooit een ongeluk gebeurd. We wilden nog Mount Scenery beklimmen, een tocht van meer dan 1000 treden. We wisten dat de kans op een mooi uitzicht boven klein was, omdat de top van de berg eigelijk altijd in de mist zit. Dat zien we al vanaf Statia. Het klimpad ligt in een tropisch regenwoud met lianen en een keur aan tropische bomen en planten. Een trap van 1000 treden is op zich al lastig maar hier zijn de treden eerst laag (15 cm) en dan hoog (40 cm) en dan weer laag, plus soms droog, soms nat en veel met bladeren bedekt. Daarmee is het een zware tocht, zeker voor een stel ongeoefende wandelaars zoals wij. Gelukkig staat er hier en daar een bankje met overkapping en lieten we ons regelmatig inhalen door andere wandelaars zodat we extra rust hadden vooral als we een praatje konden aanknopen. We hebben de top gehaald! We hadden geen uitzicht. Na een net zo’n moeilijke afdaling kwamen we doorweekt aan in Windwardside. We konden in het hotel blijven totdat we terug moesten naar de haven. Tijdens de terugvaart kotsmisselijk geworden en nog twee dagen daarna nauwelijks kunnen lopen door spierpijn. Maar who cares? Saba,“the Unspoiled Queen”, heeft een plekje veroverd in ons hart.

Need we say more? -
De laatste stukjes herstel van de democratie
Het voorlaatste stukje van het herstel van de democratie op het eiland is de teruggave van het budgetrecht. In gesprekken met de Staatssecretaris van BZK, Van Huffelen, is gepleit voor teruggave van het budgetrecht direct na de verkiezingen van afgelopen maart. Van Huffelen heeft zich daarvoor ingespannen, maar kreeg een afhoudende Tweede Kamer tegenover zich.
Herstelwet volgen of afwijken?
Tweede Kamerleden stelden vragen bij de snelheid van Van Huffelen, omdat de administratieve organisatie en de interne controle nog niet van voldoende kwaliteit zijn. Een terechte constatering, omdat in de Herstelwet staat dat pas bij voldoende kwaliteit van de administratieve organisatie en de interne controle het budgetrecht terug kan naar het eiland. Maar hierbij is van belang om het volgende helder te hebben: zolang het budgetrecht niet terug is bij het eiland, lees het Openbaar Lichaam Sint Eustatius, lees de Eilandsraad en het Bestuurscollege, ligt de verantwoordelijkheid voor het op orde brengen van de organisatie bij Nederland zelf! Feitelijk betekent dit dat Nederland in de afgelopen vijf jaar dat de ingreep heeft geduurd, niet in staat is geweest om de organisatie op een voldoende peil te brengen. En tegelijkertijd geldt ook dat een Eilandsraad (sinds 2020) en een Bestuurscollege (sinds 2022) zonder budgetrecht niet echt bestaansrecht heeft, wat de afgelopen zittingsperiode van de Eilandsraad is gebleken.
Vragen over Memorandum of Understanding
Uiteindelijk is in overleg afgesproken dat er een overeenkomst komt, een Memorandum of Understanding, waarin het Openbaar Lichaam Sint Eustatius zich verbindt om de administratieve organisatie en de interne controle op orde te brengen, in ruil voor een vervroegde teruggave van het budgetrecht. Om de organisatie op orde te brengen is een onderzoek verricht door Ernst en Young met een stappenplan om tot de noodzakelijke verbeteringen te komen.
Tijdens het bezoek van Van Huffelen aan Statia op 20 april zou dit Memorandum worden bekrachtigd. Maar het liep anders. De tekst van het Memorandum kwam op 18 april naar Statia en leidde tot veel vragen van de Eilandsraadsleden. De belangrijkste vraag was: waar zeggen we ja tegen? Oftewel hoe staan de financiën er voor? Is de financiële situatie gezond genoeg om de noodzakelijke uitgaven voor de toekomst te kunnen betalen? Bedenk daarbij dat Statia een eigen budget heeft, maar daarnaast ook veel bijzondere uitkeringen, die ofwel eenmalig zijn of wel een korte doorlooptijd hebben (projecten). Dat geldt ook voor de formatie op het eiland. Een gedeelte van het budget voor personeel is vast en een gedeelte is tijdelijk en dan vaak bekostigd uit externe (project)middelen. De angst bestaat dat als het budgetrecht terugkomt naar het eiland, de extra externe middelen opdrogen en Statia in een gat valt.
Besturen is verantwoordelijkheid nemen
Het antwoord van de Staatssecretaris was duidelijk. Zij benadrukte dat het de uitdrukkelijke wens van het eiland is om het budgetrecht per direct terug te krijgen. Die wens wil de Staatssecretaris inwilligen, maar besturen betekent het maken van keuzes en het nemen van verantwoordelijkheid. Daarbij heeft ze duidelijk gemaakt dat veel projecten zullen blijven doorgaan en dat zij bereid is geweest nog extra middelen vrij te maken voor Sint Eustatius.
Uiteindelijk is er overeenstemming bereikt, al waren daar wel twee sessies met de Staatssecretaris voor nodig.

De traditionele foto ter afsluiting van de bijeenkomst met de staatssecretaris Herstel van wederzijds vertrouwen
Ik heb nog gewezen op de korte termijn van voorbereiding die het Openbaar Lichaam heeft gekregen om op het Memorandum te reageren. Het is een belangrijk document en ook op het eiland hebben we dan voldoende tijd en voldoende informatie nodig om tot een goede afweging te komen.
Wat meespeelt is dat veel “warmwatervrees” (de zee hier is nooit koud) voortkomt uit een gebrek aan vertrouwen richting Nederland. In het raadsbesluit waarin het Memorandum wordt onderschreven, wordt ook stilgestaan bij het vertrouwen onderling. Uitgesproken is dat deze stap in de terugkeer van de democratie gepaard moet gaan met herstel van het wederzijdse vertrouwen. Dat zal overigens nog een hele opgave worden.
Belang van budgetrecht
Het herstel van de democratie gaat nu een beslissende fase in. Als het budgetrecht is overgedragen kan het Openbaar Lichaam weer zelf besluiten nemen over de zaken, die het eiland aangaan. Daarmee wordt de bestaansgrond van de Eilandsraad en het Bestuurscollege echt leven ingeblazen en zal een van de eerste stappen zijn de inrichting van een goede en op maat toegesneden Planning en Controlcyclus. Ook moderne afspraken over de inrichting en vooral de aansturing van de ambtelijke organisaties (griffie en staande organisatie) vallen daaronder. Er zullen altijd tegenvallers op het pad komen en soms zelfs onverwachte zaken naar boven komen. Ik onderschrijf daarbij wat de Staatssecretaris heeft aangegeven: dat hoort bij het besturen en het nemen van verantwoordelijkheid.

Naast geiten, schapen en koeien zijn er ook loslopende ezels op Statia Verantwoordelijkheid voor roaming animals
Nederland zal het eiland nooit aan zijn lot overlaten, maar zal ook steeds blijven wijzen op de eigen verantwoordelijkheid. Zie in dat kader ook de manier , waarop Nederland zich wil inspannen voor het herstel van de klif bij de kust: ook daar wordt in de Voorjaarsnota weer 19 miljoen voor opzijgezet. Ik denk overigens dat hierbij zeker geldt dat Statia de eigen verantwoordelijkheid moet nemen en serieus werk moet gaan maken van een oplossing van de roaming animals. De loslopende geiten, schapen, koeien en ezels zijn belangrijke veroorzakers van de slechte structuur van de klif en het gevaar van afbrokkeling. En zoals dat gaat met het nemen van verantwoordelijkheid, dan strijk je altijd ook mensen tegen de haren in. “Every goat is a vote”, is hier een belangrijke reden om niks te doen. Maar er is nog vier jaar te gaan voor de volgende verkiezingen en dan kan het probleem volgens mij wel zijn opgelost.

de inmiddels aangepakte klif bij Fort Oranje Procedure voor een nieuwe gezaghebber
Het laatste stukje herstel van de democratie komt na de teruggave van het budgetrecht. Het gaat om de terugkeer van de gezaghebber (de burgemeester in onze termen). De huidige regeringscommissaris die is aangesteld door Den Haag wordt dan vervangen door een benoemde gezaghebber. De eerste besprekingen over de profielschets voor deze functie zijn begonnen en ergens in dit jaar zal de vacature worden bekendgemaakt en kunnen kandidaten solliciteren naar deze functie. De verwachting is dat de installatie rond 1 januari 2024 zal plaatsvinden. Dan moet ook het grootste gedeelte van de hersteloperatie zijn afgerond (de vele projecten) en kan Sint Eustatius weer zelfstandig opereren, uiteraard binnen de wettelijke kaders van de WolBES en de FinBES.
-
De verkiezingen zijn voorbij en nu……
Mijn eerste verkiezingen op Sint Eustatius en waarschijnlijk zal het ook bij deze ene keer blijven. De uitslag was uiteindelijk hetzelfde als bij de verkiezingen van 2020 en dat betekent dat de PLP (Progressive Labour Party) 3 zetels heeft gehaald en de DP (Democratic Party) 2 zetels. Het CDA (Christen Democratisch Appel) als nieuwkomer behaalde geen zetel en kwam ook niet in de buurt van de drempel van 75% van de kiesdeler om mee te mogen doen met de restzetelverdeling.
Bij de PLP komen de “vanouds” bekende gezichten weer terug in de Eilandsraad, waarbij zowel Clyde van Putten als Reuben Merkman op eigen kracht met voorkeursstemmen werden gekozen en de lijsttrekster Rechelline Leerdam via een restzetel als derde werd verkozen. Aan de zijde van de DP was er ook een “stemmenkanon” Mercedes Lopes-Spanner die op eigen kracht met voorkeurstemmen is gekozen. De lijsttrekster van de DP, Raquel Spanner-Carty, is met behulp van een restzetel verkozen. In de onderlinge strijd om de meeste voorkeurstemmen heeft Clyde van Putten het moeten afleggen tegen Mercedes Lopes-Spanner.
De beide verkozen kandidaten van de DP zijn nieuwkomers binnen de eilandsraad. De verdwenen leden zijn Adelka Spanner (inderdaad ook een Spanner en de zus van Mercedes……..) en Koos Sneek, die voor zichzelf was begonnen met het CDA.

Beveiliging nodig en stress bij stembureauleden
Hoe zijn de verkiezingen verlopen? Heel anders dan ik gewend ben in Nederland. Er waren twee goed beveiligde terreinen rond de twee stemlokalen; de sporthal en de zaal op het evenemententerrein. Er was veel aan gelegen om de onwenselijke directe beïnvloeding van de stemmers zoveel als mogelijk te beperken. Zo lukte het mij wel bij de stemlokalen te komen, maar moest ik me duidelijk presenteren als de griffier, die geïnteresseerd was in de gang van zaken. Naast beveiligers was ook de politie goed present. Daarnaast werd er ook op gelet dat kandidaten, die op de lijsten stonden geen partij-kleding droegen als ze gingen stemmen. Daar werd streng op gelet en dat leidde wel eens tot zware discussies. Je merkte ook aan alles dat de ambtenaren, die direct betrokken waren bij de verkiezingen een zware taak hadden. Stemmen doet er echt toe op het eiland en het vasthouden aan de regels kan wel eens tot vervelende reacties leiden bij hen, die de randen van de wetgeving willen opzoeken of daarover heen gaan. De medewerkers stonden echt onder druk derhalve.
Stemmen bij volmacht bestond vroeger niet
Maar zoals sinds 10-10-10 gebruikelijk (het tijdstip waarop de BES-gemeenten het licht zagen), waren het toch vooral weer de volmachten, waar alle aandacht naar uitging. In de periode voor 10-10-10 toen alle Antilliaanse eilanden een geheel vormden, was het stemmen per volmacht volstrekt uit den boze. Men kende de eigen pappenheimers heel goed en wist dat volmachten bij uitstek het middel was om stemmen te ronselen. Noem het typisch Caribisch, noem het een circus, maar het op allerlei manier verkrijgen van volmachten was vroeger tot een bijzondere vorm van kunst verheven. Verhalen over geld, koelkasten en zelfs sex in ruil voor volmachten waren geen verzinsels. En ja, ook nu weer waren volmachten volop in de uitslag vertegenwoordigd. Zo’n 37% van de uitgebrachte stemmen voor de eilandsraad waren uitgebracht in de vorm van een volmacht. In Nederland is een percentage van 8 tot 12 % aanvaardbaar en gebruikelijk met uitschieters naar zo’n 20 % op bv Urk. En waarom dan zo hoog op Urk? Groot gedeelte van de stemmers is op zee tijdens verkiezingen, dus gebruik je een volmacht om toch je stem te laten horen. Eustatius is ook een eiland, gelegen tussen de Caribische Zee en de Atlantische Oceaan, met vissers, maar geen vissersvloot, zoals op Urk. Hooguit vissers, die ’s nachts uitvaren en ’s morgens vroeg terugkomen met een vangst.
De kunst van het ronselen van stemmen
Net zoals in Nederland, mogen op Statia inwoners, die hier langer dan 5 jaar wonen deelnemen aan de eilandsraadsverkiezingen (maar niet die voor het kiescollege, waarover later meer). Het gaat daarbij vooral om Spaanstalige inwoners vanuit de omgeving en de Chinese middenstand. Zij vormen een gemakkelijk doelwit van de gevestigde partijen voor hun ronselpraktijken om stemmen te verkrijgen via het overdragen van volmachten. Ik durf te stellen daar gebruik van is gemaakt. De wet is duidelijk als het gaat om aan te geven wat een volmacht feitelijk is en hoe die tot stand dient te komen: je kunt zelf niet stemmen en vraagt iemand anders om voor jou te stemmen. Een duidelijk eenrichtingsverkeer van de stemmer aan iemand om voor hem te stemmen. Vragen om een volmacht is verboden. Je hoeft geen detective te zijn om te concluderen dat op Statia de 37% volmachten niet allemaal op eigen initiatief van de kiesgerechtigde zijn overgedragen aan iemand anders. Ik heb partijen bezig gezien met het plaatsen van handtekeningen e.d. bij volmachten, ik heb raadsleden gesproken die het hadden over het mislopen van volmachten, ik heb verhalen gehoord over het onder druk zetten van chinezen e.d.; kort en goed de bijzondere vorm van kunst van het verkrijgen van volmachten bestaat nog steeds en is ook toegepast.
Noem mij een idealist, maar voor mij staat het recht om te mogen stemmen gelijk aan het recht om daarvan geen gebruik te willen maken. Dat is het grondrecht van ons allen, waarop onze democratie is vormgegeven. Alleen als je echt niet kunt en toch je stem wilt laten horen, gebruik je een volmacht. De gedachte, die bij sommigen op het eiland heeft postgevat, dat als je niet wilt stemmen, je je stempas ook aan een ander mag geven, staat daar haaks op. Deze mensen denken bovendien dat zij dan niet meer verantwoordelijk zijn (“als een ander mijn stem wil gebruiken, is dat aan hem en niet aan mij”). En als die ander daar dan een bedrag, koelkast of sex voor over heeft, waarom dan niet?
Via volmachten ligt de absolute meerderheid binnen bereik
Nederland wist dit en kan niet verbaasd zijn dat het wederom met de volmachten volkomen uit de bocht is gevlogen op Statia. Op Saba ging het om zo’n 25 %, hetgeen ook een hoog aandeel is. Alleen op Bonaire lijkt het te zijn meegevallen. Ter illustratie: op Curacao en Sint Maarten zijn volmachten nog steeds verboden en heeft men dus de voormalige wetten van de Antillen op dat vlak gewoon overgenomen. Het hoge percentage volmachten in combinatie met het kleine aantal te verdelen zetels maakt dat al snel een partij de absolute meerderheid kan verkrijgen. Mijn opvatting is dat juist in jonge democratieën als Statia het hebben van coalities een medicijn is tegen het voorkomen van uitwassen. Maar op Statia waren de beide grote partijen op “volmachten-jacht” om een coalitie te voorkomen. Dat is jammer omdat ik van mening ben dat juist in deze moeilijke tijden voor Statia een zo breed mogelijke coalitie het draagvlak voor de te nemen maatregelen zal vergroten. Deze uitslag met zo’n hoog percentage aan volmachten kan niet worden aangemerkt als een zuivere stem van het volk. Het zegt hooguit iets over wie het meest gewiekst was in het verkrijgen van volmachten, ook al kun je dat niet bewijzen. Anders gezegd: afgezien van een mathematische uitkomst (PLP heeft meer stemmen dan DP) zegt het niets over het feitelijke draagvlak onder deze uitslag onder de bevolking. Maar daar heeft Statia het dan wel de komende vier jaar mee te doen.

Bijna alle bevoegdheden terug
Inmiddels is de nieuwe Eilandsraad ook geïnstalleerd en zijn ook de nieuwe commissioners in het Bestuurscollege bekend en benoemd. Opvallend bij dit alles was wel dat er vanuit de oude raad een krachtig signaal is gegeven over de volmachtstemmen. Het advies van de commissie onderzoek geloofsbrieven is overgenomen en dat vind ik hoopvol. Er zijn twee nieuwe mensen benoemd tot commissioner en is er afscheid genomen van de vorige commissioners. Die waren slechts 6 maanden in functie en het was te merken dat zeker een van de twee graag was doorgegaan. Maar de partij in kwestie, de PLP heeft gewikt en gewogen en gekozen voor een complete vervanging. Dat betekent overigens voor de ambtelijke top wederom een startsein voor een introductie in het wel en wee van Statia in al haar facetten, waaronder wederom een tocht naar Nederland om ook daar de nodige contacten te leren kennen.
De verkiezingen markeren ook een nieuw moment op de weg naar het herstel van de democratie op Statia. De personele bevoegdheden zijn weer overgedragen aan het openbaar lichaam en het is nu wachten op de overdracht van het zogeheten budgetrecht. De Staatssecretaris wil daarover een overeenkomst sluiten met zowel het bestuurscollege als de eilandsraad, wat dan zijn beslag zal krijgen op 20 april a.s. Nadien moet dan ook nog het parlement in Nederland daarmee instemmen, waarna onze koning zijn handtekening onder het Koninklijk Besluit zal kunnen zetten.
Verkiezing van het zogeheten Kiescollege
Overigens had ik als griffier ook te maken met een voor mij nieuw fenomeen, namelijk de verkiezing van het zogeheten Kiescollege. Dat Kiescollege moet het democratische gat dichten waarmee de BES-gemeenten ook indirect invloed kunnen hebben op de samenstelling van de Eerste Kamer. De BES-gemeenten zijn niet aangesloten bij een provincie en zouden daardoor geen mogelijkheid hebben om ook hun invloed uit te oefenen op de samenstelling van de Eerste Kamer. De meeste simpele oplossing zou dan zijn dat op het moment dat in Nederland de Provinciale Staten hun stem uitbrengen op de Eerste Kamer de Eilandsraden hier dat ook te laten doen. Maar…………er was een kleine kink in de kabel. Alleen Nederlanders met een Nederlands paspoort zijn gerechtigd om (indirect) te stemmen voor de Eerste Kamer. En ja, omdat ook ingezetenen van de eilanden, die langer dan 5 jaar op het eiland wonen mogen stemmen voor de eilandsraad (of worden verkozen) dan invloed krijgen op de Eerste Kamer was die makkelijke oplossing onbegaanbaar (althans volgens de geleerden binnen de Eerste Kamer). Dus stemt men op de eilanden niet alleen voor de Eilandsraad, maar ook voor het Kiescollege. In plaats van 2200 stemgerechtigden mogen dan 1700 stemgerechtigden stemmen. En dan te bedenken dat de drie BES-gemeenten gezamenlijk goed zijn voor een halve (!) zetel in de Eerste Kamer. Tja, Nederland op zijn smalst en op zijn meest principiële manier. En ja, als griffier ben je er dan ineens voor twee gekozen organen met ja hoor, ieder een reglement van orde, ieder een gedragscode, ieder een vergoedingssysteem en ieder een onderzoek van de geloofsbrieven door het oude Kiescollege voor de leden van het nieuwe Kiescollege. En dat dus voor uiteindelijk zo’n drie of vier bijeenkomsten in vier jaar tijd! Kan verkeren……

De toekomst brengt nieuwe mogelijkheden
De volgende verkiezingen in 2027 zullen wederom historisch worden. Het aantal zetels zal dan worden uitgebreid naar 9 of 11 (hangt van het inwonertal op dat moment af). Dat is meer dan een verdubbeling. In mijn ogen is dat een goede ontwikkeling, omdat er een grotere eilandsraad komt, waarin meer mensen hun geluid kunnen laten horen. Wellicht brengt het ook een breder partijen-pallet, waarbij bijvoorbeeld de Spaanstaligen op het eiland ook hun eigen partij gaan vormen. 4 jaar lijkt ver weg, maar staan ook zo weer voor de deur. Het is dus zaak om tijdig met de scholing en informatie te gaan beginnen.
-
Verkiezingskoorts op Sint Eustatius
Op Sint Eustatius vinden op 15 maart a.s. verkiezingen plaats, net als in Nederland. Ook op een indirecte manier voor de Eerste kamer in Den Haag, en daarnaast voor de eilandsraad. De verkiezingen voor de eilandsraad spelen hier sterk. Er is nauwelijks aandacht voor de Eerste kamer, maar daarover verderop meer.

Alle aandacht gaat uit naar de eilandsraadverkiezingen. Er zijn drie deelnemende partijen, de PLP, de DP en jawel, het uit Nederland bekende CDA. Jarenlang waren er twee partijen: de People Labour Party en de Democratic Party. Sinds deze verkiezingen doet ook het CDA mee, dat begon als een afsplitsing van de DP. Momenteel is de zetelverdeling 3 PLP, 1 DP en 1 CDA (dat wil zeggen de afsplitsing van de DP). Elke partij heeft zo zijn eigen kleur: PLP is oranje, DP is rood en CDA uiteraard groen. Overal in Oranjestad hangen vlaggetjes en banners en de PLP heeft op verschillende plekken schermen opgehangen met bewegende beelden. Auto’s zijn voorzien van vlaggetjes en zelfs hele motorkappen van auto’s zijn getooid met een vlag van de favoriete partij. Uiteraard zijn er openbare bijeenkomsten van de verschillende partijen en worden radiouitzendingen gevuld met bijdragen van de verschillende leden op de lijsten. Er is sprake van een echte verkiezingskoorts.

Kijkend naar de samenstelling van de verschillende lijsten, dan valt op dat er een verandering op til is. Bij de DP en het CDA zijn het nieuwkomers die bovenaan de kieslijsten staan. Voorts is het opvallend dat de drie lijsttrekkers vrouw zijn. Tegelijk valt op, zeker binnen de PLP dat er niet echt een vorm van gemeenschappelijk optreden naar buiten is. De kandidaten binnen die partij voeren vooral een campagne voor zichzelf met een eigen programma op een A-4-tje en vooral ook eigen posters. De kroon wordt gespannen door Clyde van Putten. Hij laat zich bewust plaatsen op de laatste plaats van de lijst als nummer 13 maar zijn eigen posters zijn groot en staan op vrij veel plaatsen op het eiland. Achtergrond daarbij is dat hij wil laten zien dat hij op eigen kracht een zetel in de eilandsraad kan bemachtigen en nog steeds kan rekenen op steun van het eiland.
Is het een schone campagne? Die vraag beantwoorden is lastig, zeker als buitenstaander en zeker door mij, omdat ik in een bijzondere positie zit in dit hele spel. Laat ik het zo zeggen dat ik vanuit mijn Nederlandse bril mijn vraagtekens zet bij bepaalde opmerkingen of gedragingen. Tegelijk moet het mij ook van het hart dat als ik de filmpjes zie in aanloop naar de provinciale verkiezingen in Nederland, ik ook grote vraagtekens zet bij de wijze waarop we elkaar bejegenen. Ik ben niet ouderwets, maar normen en waarden, die voor mij zo vertrouwd waren in het publieke debat lijken steeds meer af te glijden naar een bedenkelijk niveau. Vooral de beschuldigingen en mis-informatie die wordt geuit, stuit mij erg tegen de borst. Dat zie je ook hier op het eiland, waar nog steeds face-book, de radio en de “gossip” de belangrijkste informatiebronnen zijn.

Een bijzonder punt op Statia zijn de volmachten. Er lijkt een wedloop gaande welke partij de meeste volmachten kan binnenhalen. De eilandsraadsleden lijken zich daarvan in gesprekken met mij te willen distantieren, terwijl tegelijk de jacht op volmachten gaande is. Uiteraard is dat strafbaar. Er wordt ook gewezen vanuit het Openbaar Lichaam en het OM op de strafrechtelijke gevolgen van het ronselen van volmachten. Het is een serieus probleem. Er zijn veel mensen die stemmen ingewikkeld vinden omdat ze slecht zien, laaggeletterd zijn of slecht ter been zijn en zij vertrouwen hun stem makkelijk toe aan iemand die familie is, van dezelfde kerk is, of een kadootje geeft. Bij de vorige verkiezingen in 2020 was bijna 50 % van de uitgebrachte stemmen via volmachten gedaan. Vanuit BZK is er gezorgd voor waarnemers bij de verkiezingen. Voor 15 maart heb ik met hen ook een voorgesprek.

Clyde van Putten weet dat zijn kandidatuur er toe doet en hij weet als geen ander dat er nog steeds mensen zijn op het eiland die zijn verhalen direct voor waarheid aannemen. Hij ontziet in zijn bijdragen tijdens bijeenkomsten of in eigen radio-programma’s niets of niemand en strooit ook kwistig met verdachtmakingen of aantijgingen tegen mensen. Hij heeft het daarbij vooral gemunt op de blanke medemensen, die hij steevast als De Nederlanders aanduidt, daarbij gemakshalve vergetend dat hij volgens zijn eigen paspoort ook Nederlander is. Daarnaast moet ook de regeringsvertegenwoordiger het ontgelden. Zij is een geboren en getogen Statiaanse. In haar functie staat ze boven de partijen en vormt geen onderdeel van de verkiezingen. Zij kan zich derhalve ook niet verdedigen in het publieke debat. Zij heeft deze week besloten om zich toch in het openbaar te verweren tegen de persoonlijke aantijgingen, hetgeen vanuit haar persoonlijke kant heel goed te verdedigen is. Van mijn kant heb ik aangegeven dat als er iets onoorbaars valt op te merken in het doen en laten van de regeringsvertegenwoordiger de weg naar de griffier het meest logisch is. Samen met mij kunnen we zien of wat zij doet wel of niet kan, dat delen met de andere eilandraadsleden, hoor en wederhoor toepassen en tenslotte besluiten al dan niet door te geleiden naar haar baas, BZK/staatssecretaris. Zo doen we dat in Nederland met burgemeesters en zo kunnen we dat hier doen met gezaghebbers of in dit geval de regeringscommissaris. Op de man of vrouw spelen kan bij een verkiezingscampagne, maar dan alleen op degenen, die zich ook verkiesbaar hebben gesteld. Dat heet debatteren met elkaar.
Op 15 maart wordt zoals gezegd niet alleen de eilandsraad gekozen maar ook het zogeheten kiescollege dat bestaat uit 5 kiesmannen. De kiesmannen die meestemmen voor de Eerste Kamer moeten het democratische gat dichten vanwege het ontbreken van een provincie voor de BES-gemeenten. Daarmee krijgen de BES-gemeenten dus toch invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer. De BES-gemeenten samen zijn goed voor bijna een halve (!) zetel van de 75. Ik zou zeggen: “Den Haag gun die drie overzeese gemeenten tenminste een zetel”, maar ja dat klopt niet met de wiskundige regels.
Dit kiescollege gaat op 30 mei a.s. samen met de kiescolleges van Saba en Bonaire en de provincies in Nederland kiezen voor de Eerste Kamer.
Ik kwam er deze week achter dat ik ook de griffier ben van het kiescollege en dat betekent dat ik na de verkiezingen twee vertegenwoordigende organen moet installeren. Bij de eilandsraad onderzoekt de oude raad in de laatste vergadering de geloofsbrieven voor de nieuw gekozen raadsleden. De dag daarop kunnen die nieuwe raadsleden dan worden geïnstalleerd. Dit geldt ook voor het kiescollege. Het oude kiescollege onderzoekt de geloofsbrieven van de nieuwe leden van het kiescollege, die dan de dag daarna moeten worden geïnstalleerd. Voor mij betekent dat dus dat op 28 maart a.s. ’s ochtends het oude kiescollege de geloofsbrieven onderzoekt en ’s middags de oude eilandsraad dat doet. Op 29 maart ’s ochtends worden dan de leden van het nieuwe kiescollege geïnstalleerd en ’s middags de leden van de nieuwe eilandsraad. Aan de verkiezingen voor het kiescollege doen alleen de DP en het CDA mee. De PLP heeft zich hiervoor niet ingeschreven.
Het zijn derhalve drukke tijden op Statia. En dan heb ik het nog niet gehad over hetgeen zich heeft afgespeeld in Den Haag rond de teruggave van het budgetrecht op 15 maart aan Statia. Daarover een volgende keer meer.
Hans
-
Hoog bezoek op Statia
Op woensdag 8 februari j.l. mocht ook Statia tussenhalte zijn in de rondreis van de koninklijke familie over de 6 eilanden van het Koninkrijk in het Caribisch gebied. Anders dan het bezoek op de grote eilanden was de hele delegatie maar een dag op dit eiland en geen twee. Ook Saba kreeg maar een dag. Dan moet je feitelijk in een dag je hele eiland zo presenteren dat het een goede indruk achterlaat. En dat is gelukt en dat zeg ik niet zonder trots. Wat ik met Statia-dag op de 16e november al had ervaren, merkte ik nu ook weer: de Statianen kunnen heel goed zichzelf presenteren en vooral op muzikaal en dansgebied hebben ze heel wat te bieden. De hele dag liet Statia zich van haar beste kant zien en dan zie je eigenlijk ook wat een bijzonder eiland het kan zijn. In mijn andere bijdragen gaat het vaak over de bestuurlijke kanten van het eiland en ja, ook dan is Statia heel bijzonder maar wel op een totaal andere manier. En ja dat ligt niet alleen aan Nederland of de Nederlandse wetten.

Maar de 8e februari 2023 was ook voor mij persoonlijk een heel bijzondere dag. Het eerste onderdeel van het bezoek die dag was een ontmoeting met de leden van de eilandsraad. Uiteraard is de beste plek voor zo’n ontmoeting het Guesthouse, de plek waar ook de raadsvergaderingen worden gehouden. Er was ca 20 minuten uitgetrokken voor deze ontmoeting en aan mij was gevraagd om de host te zijn bij die ontmoeting. Dat betekende het ontvangen, begeleiden en uitgeleide doen van de delegatie en zorgdragen voor een goed verloop van de ontmoeting.
Dat betekende dat ik onze koning, onze koningin, prinses Amalia en staatssecretaris Van Huffelen welkom mocht heten bij de aankomst met de bus. Vervolgens heb ik ze begeleid naar de trap die uitkomt bij de raadzaal. Ik heb de gasten mogen voorstellen aan de raadsleden en vervolgens heb ik ze naar hun zitplaatsen gebracht. Ik nam met Van Huffelen plaats aan de andere zijde van de vergadertafels. Alida mocht als voorzitter van de eilandsraad het gesprek inleiden en ik had aan de voorkant wat onderwerpen aangereikt voor het gesprek en ook een suggestie gedaan voor de eerste spreker. Wat volgde was een goed gesprek over de gezondheid op het eiland, de voedselvoorziening en uiteraard ook nog over het slavernijverleden.
Tijdig kon ik Alida seinen dat we moesten stoppen, zodat ik het gezelschap kon overdragen aan de host van het volgende programmaonderdeel. Omdat ik wist dat een van de raadsleden ook jarig was, nam ik aan het slot nog even zelf het woord om iedereen daar op te wijzen. Vervolgens nam ik de delegatie mee naar buiten, de trap af om hen over te dragen aan Misha Spanner voor de rondleiding.

Ik kan dus zeggen dat ik een persoonlijke ontmoeting heb gehad met de koninklijke familie en hen heb mogen spreken. Voor mij een bijzonder moment in mijn ambtelijke carrière, waarvoor ik de eilandsraad ook heb bedankt achteraf dat ze mij deze positie hebben willen gunnen. Wat mij vooral is bijgebleven is de persoonlijke aandacht die de familie heeft voor iedereen. Zo werd eilandraadslid Adelka Spanner nog gecondoleerd met het overlijden van haar man enkele weken geleden. Zelf kreeg ik bij afloop van Maxima de vraag hoe het is om dit werk te doen na je pensioen. Ik moet zeggen dat ik na afloop nog het meest geroerd was om die vraag. Zo persoonlijk en zo onverwacht eigenlijk. Natuurlijk worden ze daarover gebriefd en geïnformeerd, maar dan nog vind ik het persoonlijk heel bijzonder. Dat Maxima mij ook echt herinnerde, bleek na afloop van het slotfeest in het fort. Het hele gezelschap vertrok door het publiek (en ja selfies waren er ook …….) en toen Maxima mij ontwaarde aan de kant, kreeg ik nog een persoonlijke knik en zwaaihand van haar.
We waren die dag met een aantal koppels uit Nederland en hebben ook gezamenlijk opgetrokken. Anja en ook de anderen voelden zich een soort groupies, die overal hun gezicht lieten zien. En ja, Anja zat bij het slotfeest ook redelijk eerste rang, vlak achter de koning en de koningin.
Voor veel Statianen was het bijzonder te merken hoe de Europese Nederlanders reageerden op het bezoek. Voor hen was het redelijk normaal om op deze wijze dicht bij de Koninklijke familie te zijn. Voor ons ligt dat heel anders en is de kans op een persoonlijk contact of een foto van heel dichtbij heel klein. Hoe gewoon het allemaal gaat, viel wel op bij het slotfeest. Deelnemende kinderen gingen ofwel op schoot zitten bij Maxima of op schoot van een van de hofdames, waarbij een meisje met haar armen op de rugleuning leunde van Willem Alexander. Of het de gewoonste zaak van de wereld was…….(wat het eigenlijk ook zou moeten zijn natuurlijk).
De discussie over nut en noodzaak van het Koningshuis is voor mij altijd wel helder geweest. Ik vind het een goede zaak dat we geen republiek hebben met een president. Het koningshuis is voor mij een democratisch baken, waarmee we onze democratie op orde kunnen houden. Dat vind ik ook van functies als die van burgemeester of commissaris van de koning. Het geeft een vorm van zekerheid dat niet met alles kan worden gesold. We mogen trots zijn op onze democratie en op de wijze waarop deze is vormgegeven. Geen drempels om deel te nemen aan verkiezingen, voldoende checks en balances en ja ook voldoende verkeerde dingen. Ook dat hoort erbij. Het koningshuis is met onze democratie onlosmakelijk verbonden en wat mij betreft houden we dat ook zo.
Daarnaast zijn het ook gewone mensen, die tegelijk soms heel ongewoon gedrag moeten tonen. Iedereen heeft er een mening over en vooral als het geld kost. Maar we moeten ook beseffen dat zij niet hebben gekozen voor dit bestaan. Ook Amalia wil gewoon kunnen opgroeien en kan dat niet vanwege een aantal malloten. Ik zal niet lid worden van een Oranjevereniging noch zal ik vooraan staan bij Prinsjesdag. Voor mij is het vooral de democratische functie die in het koningshuis verankerd zit. Ik gun ze wel hun eigen dingen en het maken van eigen keuzes. Dat ze daarbij soms ook fouten maken: het is ze gegund. Ook wij maken fouten. Wat rest voor mij is een dag om niet meer te vergeten, dat ik persoonlijk heb kunnen kennismaken met de koninklijke familie en dat omdat toevallig Statia op mijn pas is gekomen.
-
6 maanden verder……
Onze eerste half jaar op Statia zit er op. Het is een leerzame en ook energieslurpende periode geweest. We hebben het eerste half jaar afgesloten in Nederland waar ik, samen met de leden van de Eilandsraad en de Regeringscommissaris, een congres over de Cariben heb bijgewoond. Naast dat congres had ik ook afspraken bij de VNG, Binnenlandse Zaken, de Vereniging van Griffiers en Notubiz, een bedrijf voor informatisering van de griffie. Alles in het teken van een betere relatie met Statia.
Congres over gelijkwaardigheid binnen het koninkrijk
Het congres leverde tal van bijzondere gesprekken op met politici, onderwijsinstellingen en collega-griffiers uit “de vreemde”. Er werden tal van inleidingen gehouden, waarbij de rode draad was dat eilanden trots zijn op hun eigen land en tegelijkertijd opmerken dat van gelijktrekking binnen het Koninkrijk nog niet echt sprake is. Dat geldt zeker voor de BES-eilanden, waarbij dat in mijn optiek heel goed werd verwoord door Koos Sneek, eilandraadslid voor CDA Statia. (https://dossierkoninkrijksrelaties.nl/2022/12/09/opinie-gelijkwaardigheid-binnen-nederland/).
In een bijdrage van een politica van Sint Maarten werd uiteengezet dat Nederland het enige land ter wereld is dat vanwege het geldende Koninkrijksstatuut nog geen afstand heeft genomen van het kolonialisme. Dit is een kwestie voor de echte wetsgeleerden onder ons, maar sommige instrumenten binnen onze overzeese wetgeving doen vrezen dat deze bewering waar is. Zo kan Sint Maarten niet zelfstandig leningen aangaan, maar heeft daarvoor toestemming nodig van Nederland. Ook is er nog steeds sprake van een kroonbenoemde gouverneur, alhoewel de bevoegdheden vooral ceremonieel zijn.
De conclusie van het congres voor ons was dat veel van wat we hoorden overeenkomt met onze eigen ervaringen en dat betekent dat wij ons aansluiten bij de gevoelde noodzaak om veel aanpassingen te doen in wetgeving en uitvoering ten gunste van de Caribische koninkrijksgebieden.

Opmaat naar de verkiezingen
Naast het congres stonden gesprekken met Binnenlandse Zaken en de staatssecretaris op het programma. Belangrijkste aandachtspunten daarbij waren het terugkrijgen van het zogeheten budgetrecht, waarbij de aanstaande verkiezingen van 15 maart a.s. als deadline werd genoemd. Hoewel de administratieve organisatie en interne beheersing binnen het OLE nog niet echt op orde is, is de kans groot dat deze datum wel gaat worden gehaald. Dat is een belangrijk ijkpunt op de weg naar een volledig herstel van de lokale democratie op Statia. Een eilandsraad met bevoegdheden op het gebied van financiën heeft toch meer body als een eilandsraad zonder deze bevoegdheden. Dat is de afgelopen twee jaar gebleken toen de eilandsraad via moties vooral een roepende in de woestijn was.
In mijn optiek is de Herstelwet, die volgde op de ingreep in 2018, vooral een technische wet die haast wiskundig aangeeft wat volgt op wat: “als alle verordeningen zijn gemoderniseerd dan kunnen commissioners (de wethouders) worden verkozen” etc. Ik heb al vaker aangegeven dat democratie niet te vangen is in wetsartikelen. Die vormen hooguit het houvast waarbinnen de democratie kan worden vormgegeven. Aan die nadere vormgeving heeft het tot nu toe ontbroken, enkele initiatieven vanuit het INMD ten spijt. Eigenlijk geldt ook hier dat er nog steeds sprake is van het importeren van westers gedachtengoed in een totaal andere omgeving. Een gedachtengoed, dat niet goed wordt begrepen op Sint Eustatius en dat ook geen antwoord geeft op de bijzondere vraagstukken en eigenschappen van het eiland.
Slavernijverleden is overal
Gelijkwaardigheid gaat over verleden, heden en toekomst. Op Sint Eustatius is, het verleden overal zichtbaar en voelbaar. Sint Eustatius was de belangrijkste doorvoerhaven voor slaven naar Amerika, zowel zuid, midden als noord. Duizenden mensen kwamen hier aan per (zeil)boot en werden opgevangen in pakhuizen aan de haven. De fundamenten van die pakhuizen zijn nog steeds zichtbaar en worden gebruikt om je spullen op te leggen als je gaat zwemmen in zee. Vervolgens werden de slaven via een steil pad naar de bovenstad vervoerd. Dat steile pad is er nog steeds en draagt de niets verhullende naam Old Slavery Path. Het Wilhelminaplantsoen vormde het marktplein waar de aangevoerde slaven werden verhandeld en van eigenaar werden gewisseld. Wij wonen momenteel nog naast dat plantsoen, waar nu een soort van muziekkiosk en enkele fitness-apparaten gevestigd zijn. Als je in gedachten teruggaat in de geschiedenis en bedenkt wat zich daar moet hebben afgespeeld, dan wordt je stil. Dat het nu uitbundig wordt verlicht met prachtige kerstverlichting als een bijdrage van de Spaanstalige gemeenschap aan Statia, is ook bijzonder. De Spaanstalige gemeenschap bestaat voor een belangrijk deel uit illegale arbeidsmigranten. De sfeer is vrolijk en licht in het Wilhelminapark en Statianen genieten ook van de lichtjes, drank en muziek.

Het slavernijverleden is nooit ver weg. Ismael Berkel, stichter van de Berkel Plantation is over dat verleden ook heel duidelijk. Zonder wrok kan hij goed vertellen over dat slavernij-verleden, waarbij zijn overgrootmoeder als eerste van de Berkel-familie haar vrijheid kreeg en, als een soort van koloniaal toetje ook haar achternaam, Berkel. Zo is het met meer families op dit eiland gegaan en zo is ook de huidige bevolking van Sint Eustatius voor het grootste gedeelte ontstaan. De roots van de meeste bewoners van Sint Eustatius gaan terug naar Afrika, met name naar Ghana en Nigeria. De Verenigde Westindische Compagnie heeft schepen vol Afrikanen naar hier getransporteerd om voor anderen te gaan werken. Zij, die om wat voor reden dan ook niet verder werden getransporteerd, bleven achter op Sint Eustatius. Een aantal families heeft initiatieven ontplooid en zich ontwikkeld tot boer, koopman of visser. Andere families bleven in dienst van de bedrijven, die nog resteerden na afschaffing van de slavernij of traden in dienst van boeren en vissers.
Pas 150 jaar geschiedenis met keuzes
Heel kort door de bocht geformuleerd bestaat Sint Eustatius uit families, die door toedoen van onze voorouders hier zijn neergezet en aan wie nooit is gevraagd of zij dat ook een goed idee vinden. Eigen keuzes zijn pas mogelijk sinds 150 jaar geleden de slavernij is afgeschaft en zelfs binnen die 150 jaar liggen ze nog steeds aan de koloniale banden van een ver land. De belangrijkste bedrijvigheid, waar Sint Eustatius op dreef, was de slavenhandel en toen die bron van inkomsten wegviel resteerde wat agrarische bedrijvigheid, visserij en sinds de vorige eeuw een olie-terminal. De olie-terminal helpt vooral expats en enkele gestudeerde Statianen aan het werk en de vraag is voor hoelang nog? Daarnaast is het vooral de overheid die als werkgever fungeert. Zeer beperkte keuzes dus en zij die kunnen leren gaan naar de VS of Nederland en blijven daar omdat diploma’s daar leiden tot beter betaalde banen dan op Sint Eustatius.
Zie hier de specifieke eigenschappen van Sint Eustatius: een paar grote families, twee grote geloofsgemeenschappen, nauwelijks een eigen economie en als gezamenlijk verleden de slavernij.
Excuses van Nederland en dan?
De excuses van de Nederlandse staat over het slavernijverleden zijn een komma en geen punt. Een belangrijke opening voor de toekomst. Sint Eustatius is het enige eiland in de Nederlandse Antillen waar dat slavernijverleden nog overal zichtbaar en voelbaar is. Mijn gedachten over wat er moet gebeuren zijn de volgende.
Ga met bewoners en politieke vertegenwoordigers in gesprek over de manier waarop zij hun eiland willen inrichten.
Geef bewoners de gelegenheid om een bezoek te brengen aan Afrika, het land van hun voorouders en daar te ervaren hoe het is om onder “gelijken” te zijn.
Ga met bewoners in gesprek over hoe het verleden zichtbaar kan worden gehouden voor de toekomst als een herinnering aan een zwarte periode in ons beider geschiedenis. Zonder dramatisch te worden, maar de Menenpoort in Ieper houdt nog dagelijks de zwarte geschiedenis van de eerste wereldoorlog levend, Auschwitz houdt het zwarte verleden van de tweede wereldoorlog levend en tastbaar, net zoals bijvoorbeeld de verschillende monumenten in Berlijn en Amsterdam. Laat Sint Eustatius die tastbare herinnering zijn aan het slavernij-verleden en geef daarmee het eiland ook indirect de mogelijkheden om een bijzondere vorm van toerisme te ontwikkelen, waar economisch van kan worden geprofiteerd.
Genoeg voor nu. De kerstboodschap hier is: Vrede en vreugde.
-
Never a dull moment on Statia……
Er is even niets verschenen over onze aanwezigheid op Sint Eustatius. Dat betekent niet dat er niets gebeurt; integendeel eigenlijk is er nooit een saai moment op Statia, maar soms moeten dingen even de tijd krijgen om te rijpen in het hoofd om er vervolgens wat zinnigs over te kunnen schrijven.
Zoals eerder gezegd merk je aan alles dat de Eilandsraad moet wennen aan het nieuwe feit dat er nu ook een volwaardig Bestuurscollege aan het werk is. Bij gebrek aan een Bestuurscollege heeft de Eilandsraad die rol erbij genomen en nu moet er een stap terug worden gezet. De Eilandsraad moet zich gaan bezig houden met het uitzetten van de grote lijnen. Wat grote lijnen zijn is ook lokaal bepaald en het is voor ons geen verrassing meer dat wat wij in Nederland de uitvoering noemen (terrein Bestuurscollege), hier al snel tot hoofdlijn wordt gebombardeerd (en dus terrein Eilandsraad).
Ook de scheiding van de terreinen, waar de eilandsraad wel en waar ze niet over gaat blijkt lastig aan te geven. Een voorbeeld. De gezondheidszorg is een terrein waar het openbaar lichaam Eustatius niet over gaat. Dat valt direct onder het ministerie van VWS. Maar de gezondheid van de mensen op het eiland is belangrijk en daarom vindt de Eilandsraad dat het bestuur van het medisch centrum zich moet verantwoorden tegenover de Eilandsraad en daar wordt dan direct een voorschot op genomen door met naam en toenaam te spreken over functionarissen binnen de lokale overheid en hoe hun toekomst eruit zou moeten zien. In onze ogen is dat volkomen not done, maar hier wordt daar anders tegenaan gekeken. Als we het tegenwoordig hebben over het gebrek aan grenzen binnen sociale media; op eilanden als Statia is het heel normaal dat via de radio en Facebook alles in een mum van tijd op straat ligt, ongeacht de vraag of het ook juist is wat wordt gezegd. Probeer dan nog maar eens een correcte procesgang en het verspreiden van correcte informatie voor elkaar te krijgen.
Waar ik ook tegenaan loop is een bepaling in het huidige Reglement van Orde, waarin is opgenomen dat leden van de Eilandsraad aan het begin van de vergadering bij de vaststelling van de agenda nieuwe punten kunnen opvoeren om direct over te praten. Uiteraard moeten de andere leden daarmee instemmen, maar bij een absolute meerderheid van een van de drie fracties kan die fractie alles voorstellen. Dat leidde deze maand tot een lange vergadering (meer dan 6 uur!), waarin vooral veel ongetoetste informatie is uitgestort over de belangstellenden (elke vergadering wordt live uitgezonden via Facebook) zonder dat er besluiten werden genomen. Besluiten nemen kan niet omdat het geen officiële agendapunten waren die ook niet zijn voorbereid. Tijdens de uiteenzetting van die spontaan opgevoerde punten is de voltallige oppositie vertrokken, maar dat deerde de resterende raadsleden niet. De aanwezigheid van een camera, de directe uitzending op radio en internet, gaf de overblijvende fractie veel aandacht en daar is dan ook gretig gebruik van gemaakt. Een modernisering van het Reglement van Orde is inmiddels klaar, maar moet nog worden besproken met de raad.

Sexy Mona, inmiddels in de 70 met haar performance
Statia is ook een eiland dat dol is op feesten. Op woensdag 16 november j.l. was het Statia Day. We hebben de Dag van Bonaire meegemaakt maar Statia pakt echt uit. Al vanaf zaterdagavond is het centrum het toneel van tal van activiteiten. Gospel, jeugd en calypso zijn een paar van de thema’s die voorbijkomen. Het wordt dan weer wat later dan gedacht en de volgende dag gaat de wekker weer. Op 16 november worden de notabelen van het eiland om 06.00 uur s ochtends verwacht in Fort Oranje voor het officieel hijsen van de vlaggen.
Onze eerste Statia Day vonden wij een groot succes. In de eerste plaats de professionele show, die werd gepresenteerd na het hijsen van de vlaggen. Inderdaad vlaggen, want naast de Statiaanse vlag werden ook de Nederlandse en Amerikaanse vlag gehesen. Dat heeft alles te maken met de geschiedenis van het eiland. Op 16 november 1776 erkende Sint Eustatius als eerste het ontstaan van de Verenigde Staten door saluutschoten van een Amerikaans schip met saluutschoten te beantwoorden, een teken van erkenning van de herkomst van het schip. Daarom ook worden om 06.00 uur s ochtends door een Amerikaans oorlogschip 13 schoten afgevuurd ter herdenking van dit feit. Daarmee is ook de historische betekenis van Statia Day duidelijk.
De VS is ruim vertegenwoordigd tijdens deze dag met onder andere een peloton soldaten op het eiland en een uitgebreide delegatie van de consul van de VS in de Cariben. Ook zij zijn onder de indruk van wat er zoal gebeurd, maar vooral ook verrast door het verhaal achter Statia Day en hoe belangrijk Sint Eustatius feitelijk is in de jonge geschiedenis van de VS. Ze hebben dat niet meegekregen op school, maar door de aanwezigheid op het eiland zijn ze echt geraakt.
Wij hadden het geluk de avond voor Statia Day te zijn uitgenodigd door de consul van België voor de Cariben. Wij kenden hem van Bonaire, waar hij had verteld nog een woning op Statia te bezitten. Hij was daar ooit neergestreken en heeft eigenlijk zijn hart verpand aan het eiland. Maar vanwege de meer centrale ligging van Curacao en zijn eigen werk, zijn hij en zijn vrouw vooral op Curacao te vinden. De uitnodiging voor de borrel was ook bedoeld voor andere consuls, die op Statia zouden zijn en vertegenwoordigers van andere eilanden. Wij konden daarmee met eigen ogen zien hoe de vertegenwoordigers van de VS en China een leuk gesprek hadden. Ineens is de wereld dan een stuk kleiner. Ook de consul van Groot Brittannië maakte zijn opwachting, waarmee we in een internationaal gezelschap fungeerden.

Een zelfgemaakte statiefoto met ondermeer de vertegenwoordigers van de verschillende landen, het eiland zelf en diverse diensten en uiteraard Anja in haar mooie outfit (uiterst rechts eerste rij)
Anja had zich in de voorbereiding aardig uitgesloofd en had met lokale stoffen lokale kledij voor haar en mij gemaakt, dankzij de hulp van een vriendin met een naaimachine. Anja’s outfit kreeg veel lof toegewaaid en vooral het feit dat ze het zelf had gemaakt, maakt de bewondering des te groter (en mijn trots op haar ook ……..). Zelf moest ik het grootste gedeelte van de dag in pak met stropdas (met de Statiaanse vlag uiteraard), maar in de middag kon ik dat verruilen voor mijn statiaanse hemd (ook van Anja……).
Het vuurwerk als afsluiting van Statia Day om 24.00u hebben we niet meer gehaald. De volgende dag weer gewoon aan het werk.