6 maanden verder……

Onze eerste half jaar op Statia zit er op. Het is een leerzame en ook energieslurpende periode geweest. We hebben het eerste half jaar afgesloten in Nederland waar ik, samen met de leden van de Eilandsraad en de Regeringscommissaris, een congres over de Cariben heb bijgewoond. Naast dat congres had ik ook afspraken bij de VNG, Binnenlandse Zaken, de Vereniging van Griffiers en Notubiz, een bedrijf voor informatisering van de griffie. Alles in het teken van een betere relatie met Statia.

Congres over gelijkwaardigheid binnen het koninkrijk 

Het congres leverde tal van bijzondere gesprekken op met politici, onderwijsinstellingen en collega-griffiers uit “de vreemde”. Er werden tal van inleidingen gehouden, waarbij de rode draad was dat eilanden trots zijn op hun eigen land en tegelijkertijd opmerken dat van gelijktrekking binnen het Koninkrijk nog niet echt sprake is. Dat geldt zeker voor de BES-eilanden, waarbij dat in mijn optiek heel goed werd verwoord door Koos Sneek, eilandraadslid voor CDA Statia. (https://dossierkoninkrijksrelaties.nl/2022/12/09/opinie-gelijkwaardigheid-binnen-nederland/). 

In een bijdrage van een politica van Sint Maarten werd uiteengezet dat Nederland het enige land ter wereld is dat vanwege het geldende Koninkrijksstatuut nog geen afstand heeft genomen van het kolonialisme. Dit is een kwestie voor de echte wetsgeleerden onder ons, maar sommige instrumenten binnen onze overzeese wetgeving doen vrezen dat deze bewering waar is. Zo kan Sint Maarten niet zelfstandig leningen aangaan, maar heeft daarvoor toestemming nodig van Nederland. Ook is er nog steeds sprake van een kroonbenoemde gouverneur, alhoewel de bevoegdheden vooral ceremonieel zijn. 

De conclusie van het congres voor ons was dat veel van wat we hoorden overeenkomt met onze eigen ervaringen en dat betekent dat wij ons aansluiten bij de gevoelde noodzaak om veel aanpassingen te doen in wetgeving en uitvoering ten gunste van de Caribische koninkrijksgebieden.

Opmaat naar de verkiezingen

Naast het congres stonden gesprekken met Binnenlandse Zaken en de staatssecretaris op het programma. Belangrijkste aandachtspunten daarbij waren het terugkrijgen van het zogeheten budgetrecht, waarbij de aanstaande verkiezingen van 15 maart a.s. als deadline werd genoemd. Hoewel de administratieve organisatie en interne beheersing binnen het OLE nog niet echt op orde is, is de kans groot dat deze datum wel gaat worden gehaald. Dat is een belangrijk ijkpunt op de weg naar een volledig herstel van de lokale democratie op Statia. Een eilandsraad met bevoegdheden op het gebied van financiën heeft toch meer body als een eilandsraad zonder deze bevoegdheden. Dat is de afgelopen twee jaar gebleken toen de eilandsraad via moties vooral een roepende in de woestijn was. 

In mijn optiek is de Herstelwet, die volgde op de ingreep in 2018, vooral een technische wet die haast wiskundig aangeeft wat volgt op wat: “als alle verordeningen zijn gemoderniseerd dan kunnen commissioners (de wethouders) worden verkozen” etc. Ik heb al vaker aangegeven dat democratie niet te vangen is in wetsartikelen.  Die vormen hooguit het houvast waarbinnen de democratie kan worden vormgegeven. Aan die nadere vormgeving heeft het tot nu toe ontbroken, enkele initiatieven vanuit het INMD ten spijt. Eigenlijk geldt ook hier dat er nog steeds sprake is van het importeren van westers gedachtengoed in een totaal andere omgeving. Een gedachtengoed, dat niet goed wordt begrepen op Sint Eustatius en dat ook geen antwoord geeft op de bijzondere vraagstukken en eigenschappen van het eiland. 

Slavernijverleden is overal

Gelijkwaardigheid gaat over verleden, heden en toekomst. Op Sint Eustatius is, het verleden overal zichtbaar en voelbaar. Sint Eustatius was de belangrijkste doorvoerhaven voor slaven naar Amerika, zowel zuid, midden als noord. Duizenden mensen kwamen hier aan per (zeil)boot en werden opgevangen in pakhuizen aan de haven. De fundamenten van die pakhuizen zijn nog steeds zichtbaar en worden gebruikt om je spullen op te leggen als je gaat zwemmen in zee. Vervolgens werden de slaven via een steil pad naar de bovenstad vervoerd. Dat steile pad is er nog steeds en draagt de niets verhullende naam Old Slavery Path. Het Wilhelminaplantsoen vormde het marktplein waar de aangevoerde slaven werden verhandeld en van eigenaar werden gewisseld. Wij wonen momenteel nog naast dat plantsoen, waar nu een soort van muziekkiosk en enkele fitness-apparaten gevestigd zijn. Als je in gedachten teruggaat in de geschiedenis en bedenkt wat zich daar moet hebben afgespeeld, dan wordt je stil. Dat het nu uitbundig wordt verlicht met prachtige kerstverlichting als een bijdrage van de Spaanstalige gemeenschap aan Statia, is ook bijzonder. De Spaanstalige gemeenschap bestaat voor een belangrijk deel uit illegale arbeidsmigranten. De sfeer is vrolijk en licht in het Wilhelminapark en Statianen genieten ook van de lichtjes, drank en muziek. 

Het slavernijverleden is nooit ver weg. Ismael Berkel, stichter van de Berkel Plantation is over dat verleden ook heel duidelijk. Zonder wrok kan hij goed vertellen over dat slavernij-verleden, waarbij zijn overgrootmoeder als eerste van de Berkel-familie haar vrijheid kreeg en, als een soort van koloniaal toetje ook haar achternaam, Berkel. Zo is het met meer families op dit eiland gegaan en zo is ook de huidige bevolking van Sint Eustatius voor het grootste gedeelte ontstaan. De roots van de meeste bewoners van Sint Eustatius gaan terug naar Afrika, met name naar Ghana en Nigeria. De Verenigde Westindische Compagnie heeft schepen vol Afrikanen naar hier getransporteerd om voor anderen te gaan werken. Zij, die om wat voor reden dan ook niet verder werden getransporteerd, bleven achter op Sint Eustatius. Een aantal families heeft initiatieven ontplooid en zich ontwikkeld tot boer, koopman of visser. Andere families bleven in dienst van de bedrijven, die nog resteerden na afschaffing van de slavernij of traden in dienst van boeren en vissers. 

Pas 150 jaar geschiedenis met keuzes

Heel kort door de bocht geformuleerd bestaat Sint Eustatius uit families, die door toedoen van onze voorouders hier zijn neergezet en aan wie nooit is gevraagd of zij dat ook een goed idee vinden. Eigen keuzes zijn pas mogelijk sinds 150 jaar geleden de slavernij is afgeschaft en zelfs binnen die 150 jaar liggen ze nog steeds aan de koloniale banden van een ver land. De belangrijkste bedrijvigheid, waar Sint Eustatius op dreef, was de slavenhandel en toen die bron van inkomsten wegviel resteerde wat agrarische bedrijvigheid, visserij en sinds de vorige eeuw een olie-terminal. De olie-terminal helpt vooral expats en enkele gestudeerde Statianen aan het werk en de vraag is voor hoelang nog? Daarnaast is het vooral de overheid die als werkgever fungeert. Zeer beperkte keuzes dus en zij die kunnen leren gaan naar de VS of Nederland en blijven daar omdat diploma’s daar leiden tot beter betaalde banen dan op Sint Eustatius. 

Zie hier de specifieke eigenschappen van Sint Eustatius: een paar grote families, twee grote geloofsgemeenschappen, nauwelijks een eigen economie en als gezamenlijk verleden de slavernij. 

Excuses van Nederland en dan?

De excuses van de Nederlandse staat over het slavernijverleden zijn een komma en geen punt. Een belangrijke opening voor de toekomst. Sint Eustatius is het enige eiland in de Nederlandse Antillen waar dat slavernijverleden nog overal zichtbaar en voelbaar is. Mijn gedachten over wat er moet gebeuren zijn de volgende.

Ga met bewoners en politieke vertegenwoordigers in gesprek over de manier waarop zij hun eiland willen inrichten. 

Geef bewoners de gelegenheid om een bezoek te brengen aan Afrika, het land van hun voorouders en daar te ervaren hoe het is om onder “gelijken” te zijn. 

Ga met bewoners in gesprek over hoe het verleden zichtbaar kan worden gehouden voor de toekomst als een herinnering aan een zwarte periode in ons beider geschiedenis. Zonder dramatisch te worden, maar de Menenpoort in Ieper houdt nog dagelijks de zwarte geschiedenis van de eerste wereldoorlog levend, Auschwitz houdt het zwarte verleden van de tweede wereldoorlog levend en tastbaar, net zoals bijvoorbeeld de verschillende monumenten in Berlijn en Amsterdam. Laat Sint Eustatius die tastbare herinnering zijn aan het slavernij-verleden en geef daarmee het eiland ook indirect de mogelijkheden om een bijzondere vorm van toerisme te ontwikkelen, waar economisch van kan worden geprofiteerd.

Genoeg voor nu. De kerstboodschap hier is: Vrede en vreugde.

Eén reactie op “6 maanden verder……”

  1. Top Hans

    Like

Geef een reactie op John Engelen Reactie annuleren