
Uiteindelijk is de kogel door de kerk: op 4 oktober a.s. kan Sint Eustatius weer beschikken over eigen commissionars of zoals we zeggen in Nederland: wethouders. Na ongeveer 5 jaar wordt het aan de Eilandsraad toegestaan om twee commissionars te benoemen, weliswaar nog steeds binnen de grenzen van de zogeheten Herstelwet. Dat laatste betekent dat de personele en budgettaire bevoegdheden nog steeds bij Nederland blijven liggen (via de Regeringscommissarissen) en ook het laatste woord. Maar binnen die beperkingen kan het bestuurscollege aan de slag.
Het was een dubbeltje op z’n kant of deze mijlpaal kon worden gehaald. Vanachter de juridische tekentafel is een vorm van wetgeving opgesteld, waarin de terugkeer naar de echte lokale democratie is uitgewerkt. De wijze waarop de verschillende fases zijn ingericht verraden een groot gemis aan kennis van hoe het er echt aan toegaat in het lokaal bestuur. Wie verzint het bijvoorbeeld om nadrukkelijk te eisen dat Sint Eustatius moet beschikken over een eigen rekenkamer, voordat het de democratische rechten weer terug krijgt, terwijl de onderwerpen waarover die rekenkamer onderzoek moet uitvoeren nog steeds niet tot de bevoegdheden van de Eilandsraad behoren? Wie verzint het dat eerst alle, echt alle, verordeningen moeten zijn gemoderniseerd om weer commissionars te mogen benoemen.
Toen de allerlaatste verordening (op een totaal van circa 100!) te laat werd aangeleverd voor een normale besluitvormingsprocedure, werd er vanuit Binnenlandse Zaken simpelweg gesteld dat zij dan een streep zou zetten door de benoeming van de commissionars. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de Eilandsraad op geen enkele wijze directe invloed heeft op de presentatie van die verordening. De Eilandsraad is daarvoor afhankelijk van de Regeringscommissarissen, die de ambtelijke organisatie aansturen. En laten nou juist deze Regeringscommissarissen op hun beurt direct worden aangestuurd door Binnenlandse Zaken. Zie daar een bron van sterke frustraties.
Als griffier werk ik nauw samen met de Eilandsraad en ook met de Regeringscommissarissen. Ik weet dat de Regeringscommissarissen er alles aan doen om de bijzondere situatie op Sint Eustatius zo snel als mogelijk te beëindigen. Tegelijk begrijp ik de frustraties bij de Eilandsraad, die toch al weinig te vertellen hebben en uitgerekend voor het verdere herstel van de lokale democratie van dezelfde Regeringscommissarissen afhankelijk zijn. Elke fout wordt dientengevolge uitvergroot hetgeen het toch al wankele vertrouwen onderling steeds opnieuw ernstig verstoord.
Ik ben simpel als het gaat om mijn werk. Ik stel mij op het standpunt dat wij als ambtenaren het bestuur zo goed mogelijk moeten ondersteunen en steeds opnieuw helder moeten maken waar het bestuur voor kan staan, wat de keuzes zijn en wat de gevolgen zijn. Zonder goede ambtelijke ondersteuning kan een bestuur niet functioneren. Niet de bestuurders, of het nu Regeringscommissarissen zijn of leden van de Eilandsraad, moeten het werk doen, maar wij als ambtelijke ondersteuning. Daarvoor kunnen we te rade gaan bij wetten en verordeningen en als er geen regels zijn, dan moeten wij wegen zoeken die het best passen bij het bestuur waar we voor werken.
Bij problemen in de relatie tussen Regeringscommissarissen en de Eilandsraad, dienen wij als ambtenaren eerst naar ons eigen functioneren te kijken. De tandem (eiland)secretaris en (eiland)griffier dient goed te werken. Daarvoor moet helder zijn waarvoor we samen staan en op welke wijze wij ons bestuur het beste kunnen ondersteunen. Aan die ambtelijke ondersteuning in de brede zin van het woord heeft het ontbroken in de afgelopen periode op Sint Eustatius en dat heeft mede tot de nu ontstane situatie geleid. Ik heb deze constateringen en conclusies overigens ook afgelopen weken gedeeld met de Regeringscommissarissen, de Eilandsraad en mijn collega de eilandsecretaris. Niet om te wijzen naar elkaar, maar om te komen tot verbeteringen voor de toekomst. Dat vind ik de interne verantwoordelijkheid van Sint Eustatius. Wij hadden als ambtenaren op Sint Eustatius alles op alles moeten zetten om de verordeningen tijdig te presenteren bij de Eilandsraad.
Daarnaast staat het ministerie van BZK dat heel star opereert. In plaats van te zoeken naar een oplossing, die echt recht doet aan wat er speelt, kiest dit ministerie voor de strikte juridische uitleg: als de laatste verordening niet op dinsdag 27 september j.l. om uiterlijk 12.00 uur s nachts is vastgesteld en in werking is getreden, dan kan de benoeming van commissionars op 4 oktober a.s. geen doorgang vinden. Het Juridisch Cluster (zo noemen ze het zelf….) vindt namelijk dat je onze Koning Willem Alexander niet een Koninklijk Besluit kan laten tekenen als nog niet alle verordeningen zijn behandeld en vastgesteld, ook al is het Juridische Cluster als onderdeel van BZK mede verantwoordelijk voor de ontstane situatie en ook al gaat het niet om onwil om de verordening vast te stellen maar om onmacht. De bewuste verordening was namelijk nog niet in handen van de raad.
Het volgende is gebeurd. De bewuste verordening (overigens een document van bijna 150 pagina’s) kwam op vrijdag 23 september om 17.00 uur aan bij de griffie. In het reguliere voorbereidingsproces dient een verordening eerst te worden besproken in de raadscommissie. Daarvoor is een extra vergadering geagendeerd op maandag 26 september om 09.30u. Op dinsdagmiddag 27 september is een extra vergadering van de Eilandsraad gepland om de laatste verordeningen vast te stellen.
Met recht kan worden gezegd dat de Eilandsraad alles op alles heeft gezet om alsnog de deadline te kunnen halen en BZK heeft geen enkele poging gedaan om de Eilandsraad in deze tegemoet te komen. Alsof onze Koning de website-pagina van Sint Eustatius volgt en constateert dat de laatste verordening wel staat geagendeerd voor een commissie- en eilandsvergadering en dus nog niet is vastgesteld en hij dus wordt voorgelogen in het Koninklijk Besluit. Dat heet leven in een Haagse bubbel en je niet realiseren dat de voorbereidingen voor de benoeming van de commissionars al in volle gang zijn, dat er naar wordt uitgekeken en dat het afblazen van de benoeming op het laatste moment juist de verkeerde energie gaat losmaken.
Twee weken uitstel heeft BZK genoemd. Dat is spelen met de gevoelens van Sint Eustatius. En eigenlijk gaat het nog verder: de toch al broze verhouding tussen de Regeringscommissarissen en de Eilandsraad wordt wederom geweld aangedaan en eigenlijk staan beide partijen hierin machteloos. De ambtelijke ondersteuning in Den Haag blijft kiezen voor het schoonvegen van het eigen paadje, weglopen voor de eigen verantwoordelijkheid en laat wederom het bestuur en daarmee de inwoners van Sint Eustatius in de kou staan.
Besturen is verantwoordelijkheid nemen en als er iets fout is gegaan, moet je daarvoor ook verantwoordelijkheid nemen. Wees een vent, zou ik zeggen en zeg dan tegen Willem Alexander dat vanwege een eigen foutje van BZK de condities waaronder toestemming kan worden gegeven om commissionars te benoemen weliswaar formeel niet zijn gehaald maar op de kortst mogelijk termijn wel worden gehaald. Ik denk dat Willem Alexander blij zou zijn met zo’n uitleg, je zou complimenteren voor de wijze waarop het is opgelost en met een grote zwier zijn handtekening zou hebben gezet. Maar nu moest het mogelijk eigen gezichtsverlies het winnen van de belangen van Sint Eustatius.
En ik mag als griffier weer verder met iedereen en de ontstane schade weer repareren. De energie die dat kost had ik liever willen gebruiken om het ingezette verbeterproces verder vorm te geven.
Hans
Plaats een reactie