Het leven voor en na de Herstelwet

Werken bij het Openbaar Lichaam Sint Eustatius, in Nederland zouden we zeggen de gemeente Statia, is werken onder de regels van de zogeheten Herstelwet. In plaats van de caribische gemeentewet, hier de WOLBes genoemd, geldt voor Sint Eustatius de Herstelwet. Hier heb ik in eerdere bijdragen al over geschreven. 

Voor wie een beetje wetskennis heeft is de Herstelwet een opsomming van artikelen uit de WOLBes, die op dit moment niet van toepassing zijn op Statia. Waaraan moeten we dan denken als het gaat om de Herstelwet? In de kern betekent het dat alle bevoegdheden op een hoop zijn gegooid en dat van een gezonde checks and balances geen sprake meer is. In Nederland bereidt het college van burgemeester en wethouders besluiten voor voor de gemeenteraad, voert ze uit en legt verantwoording af aan de gemeenteraad. Bovendien heeft het college een zogeheten actieve informatieplicht richting de gemeenteraad. Maar niet op Statia. Het recht van de gemeenteraad om via de begroting en de jaarrekening, de zogeheten planning en controlecyclus, controle over de besteding van de eigen middelen te houden en te kiezen voor eigen prioriteiten, zijn ook deze regels niet van toepassing op Statia. Al deze bevoegdheden zijn via de Herstelwet in handen gelegd van de Regeringscommissaris, die daarmee de absolute macht heeft, zij het binnen de spelregels die door de Nederlandse regering zijn opgesteld. 

De Herstelwet biedt ook de mogelijkheid om terug te gaan tot de “normale” situatie, die van de eerder gememoreerde Caribische gemeentewet. Daar is een vorm van tijdpad voor ontworpen, die in stappen moet leiden tot een volledig herstel van de lokale democratie. Een onderdeel daarvan is de mogelijkheid om vanaf oktober weer eigen “wethouders” te kunnen benoemen, zij het nog steeds onder de regels van de Herstelwet en dus met een absolute macht bij de Regeringscommissaris. Je zou dus kunnen zeggen een “chef lege dozen”. Er is echter voldoende ruimte, als die ook wordt genomen en geboden om daadwerkelijk iets van het wethouderschap te gaan maken (op Statia gedeputeerden genoemd).

De Herstelwet en de wijze waarop deze is ingericht enerzijds en de (al eerder gememoreerde) lange duur van het ingrijpen uit Den Haag anderzijds, heeft als het ware geleid tot een verlamming van de normale werkprocessen binnen Statia. Daar waar je in een “normale” gemeente gewend bent dat er informatie over het bestuurlijk reilen en zeilen van alledag wordt verstrekt vanuit het college, daar ontbreekt deze informatiestroom op Statia. Daar waar de planning en controlecyclus leidt tot momenten van bezinning over het gevoerde beleid, het toekomstige beleid en de verantwoording over de bestede en begrote middelen, ontbreken deze “hoogdagen van de lokale democratie” op Statia. Daar waar ingekomen stukken ook richting de griffie gaan, is het nu wachten op hetgeen naar de griffie wordt gestuurd. 

Een dergelijke situatie leidt tot argwaan en onbegrip over en weer. De Herstelwet verlamt als het ware een normaal ambtelijk proces, waarin de door mij zo geprezen en gepropageerde bestuurlijke en ambtelijke samenwerking totaal afwezig is. Het is veel meer zij en wij in plaats van samen en met elkaar. Deze negatieve gevoelens en ervaringen kleuren ook de route naar het herstel van de echte democratie. Hernieuwde afspraken over hoe het beter kan en moet worden bij de eerste de beste uitglijder als weer een teken gezien en gevoeld van “zie je nou wel, ze willen het niet”. Het herstel naar een echte lokale democratie vereist derhalve niet alleen nieuwe heldere procedures om dit vorm te geven, het vereist bovendien een soort van gemeenschappelijk gevoel waarbinnen de nieuwe manier van besturen (feitelijk de manier waarop de WOLBes is gestoeld), ook met elkaar wordt gedeeld. Dat delen van die gemeenschappelijke waarden en normen met het gevoel er te zijn voor de inwoners van Statia en dat alles binnen de democratische waarden en normen van de Caribische gemeentewet staat nog in de kinderschoenen en is vooral een heel wankele uitgangspositie. 

Het maken van nieuwe spelregels, het introduceren van moderne arbeidsprocessen, dat alles moet gebeuren met mensen, die elkaar slecht vertrouwen of elkaars wettelijke positie binnen de WOLBes niet kennen. Werken voor een college, dat afhankelijk is van de eilandsraad is heel wat anders als werken voor een Regeringscommissaris, die zelfstandig kan besluiten. Een brief doorsturen aan de Eilandsraad, die daar wettelijk recht op heeft, is heel wat anders als het doorsturen aan de Eilandsraad, die er toch niets mee kan. Dus waarom zou je het doorsturen?

Ik ben wellicht naïef om te zeggen dat de manier van werken nu niet is gebaseerd op onwil van de ene of de andere kant, maar op onmacht en onwetendheid. Als je al 4 jaar niet gewend bent te werken binnen een systeem van checks en balances, dan kan je ook niet verwachten dat een andere manier van werken en werkprocessen, die daarop zijn ingericht gelijk goed zullen gaan. Ook dat gaat tijd kosten en onderweg leiden tot ongelukken. Maar tegelijkertijd zou een langer durend uitblijven van herstel van de echte lokale democratie ook de doodsteek kunnen zijn voor deze leuke gemeente. 

Er is, zeg ik met enige reserve nog, veel werk gemaakt in de afgelopen jaren van verbeteringen in de lokale wetgeving, de financiële huishouding en wat dies meer zij, maar tegelijkertijd is er te weinig aandacht geweest voor het echte democratische proces en hoe dat vorm en inhoud te geven op Statia. Als professional en buitenstaander (met inmiddels een warm hart voor Statia) gun ik Statia niet alleen zoveel als mogelijk zelfbeschikking voor wat zij zelf denken dat goed is voor Statia, maar beschouw ik die stap noodzakelijk met daarboven een goede begeleiding op die terreinen die noodzakelijk zijn. Begeleiding is iets heel anders dan wat Den Haag heeft gedaan; die is het zelf gaan doen. 

Eén reactie op “Het leven voor en na de Herstelwet”

  1. Leuke les in de Democatie.
    Ga zo door 👍

    Like

Geef een reactie op John Engelen Reactie annuleren