Wij zijn niet de enigen uit Holland of de Hollandse eilanden in de Antillen, die werkzaam zijn op Sint Eustatius. Grofweg kun je drie groepen onderscheiden: ofwel je bent werkzaam bij de terminal van GTI (olie), ofwel je bent werkzaam (geweest) bij aan de overheid gelieerde instellingen, of je bent een lokale ondernemer geworden. Daarnaast zijn er toeristen, maar die groep is te verwaarlozen, hetgeen voor de lokale economie wel jammer is. GTI is wellicht de grootste werkgever op het eiland, direct en indirect en doet met name in opslag en overslag van olieproducten. Schepen gaan voor de kust voor anker en worden met speciale platforms bijgetankt. Ze zouden op jaarbasis zo’n 90 miljoen vaten olie kunnen opslaan en doorvoeren. Een andere grote werkgever is de overheid, waarbij te denken valt aan het personeel bij de gemeente, het ziekenhuis, de zorginstellingen en de veiligheidsdiensten.
Het eiland is zo klein dat je elkaar snel zult tegenkomen. Toch zijn er een paar plekken te noemen, waar de expats elkaar makkelijk ontmoeten. Voor ons is dat het kleine strand aan de Rost van Tonningenweg (heet echt zo!!). Veel strand kent Sint Eustatius niet en het ligt ingeklemd tussen de ruïnes van de oude pakhuizen van de WIC (West-Indische Compagnie), wat wel handig is om je spullen op te leggen of om op te zitten. Het strand is zwart van kleur door de vulkanische ondergrond van het eiland.
De keren dat wij aan het strand zijn, komen we altijd andere mensen tegen, Statiaanse families en expats. Na het delen van algemene inleidingen, komt het al snel op de vraag: wat doe jij op Sint Eustatius? En dan ontvouwt zich een scala aan bijzondere verhalen. Zo kwamen we een koppel tegen dat elkaar in de jaren 90 hadden leren kennen als collega’s bij de lokale middelbare school. Klaarblijkelijk beviel de kennismaking zodanig, dat zij op Sint Eustatius zijn getrouwd toen zij 9 maanden zwanger was….. Dat het geen romantische bevlieging was, blijkt uit het vervolg. Zij zijn met de kinderen teruggegaan naar Nederland, tussendoor nog wel eens teruggekomen, maar nu gepensioneerd en sinds enige tijd weer woonachtig op Sint Eustatius. Hij heeft zich inmiddels omgeschoold tot sterrenkundige en ze zijn druk bezig om een echt planetarium te maken op het eiland. We moeten snel komen koffie drinken, gaven ze aan en dat gaan we doen.

Maar we kwamen ook een jong gezin tegen op het strand. Zij is verbonden aan het ziekenhuis, waar ze zich heeft gespecialiseerd in de behandeling van diabetici en hij vanuit hier via internet werkzaam is voor de veiligheid van Schiphol. Twee van hun drie jonge kinderen bezoeken de lokale basisschool en spreken na vier maanden inmiddels goed engels. Hun verblijf duurt nog anderhalve week. Dat vinden ze heel jammer. Hoewel het ziekenhuis graag haar verblijf langer zou zien, is het vooral Schiphol die vraagt om een snelle terugkeer. Dat gaat hen erg aan het hart. Dat geldt ook voor onze buurman, die de ziekenhuisdirecteur blijkt te zijn, en die het jammer vindt haar te moeten laten gaan.
Wat feitelijk alle expats/Nederlanders die wij tegenkomen gemeen hebben, is hun oprechte interesse in het eiland. De Statianen maken je het wat dat betreft ook wel makkelijk: ze zijn heel open, gaan graag met je het gesprek aan en merken al snel of de liefde voor hun eiland alleen maar is ingegeven door geld verdienen of daadwerkelijk interesse is in hen en hun eiland. Veel van de hier al langer verblijvende Nederlanders of teruggekeerden zeggen het zo: Statia gaat op enig moment in je zitten en je raakt het niet meer kwijt.
Dat geluid hadden we voor ons vertrek in Nederland al gehoord, maar toen klonk het nog vreemd. Een toenmalige collega van Anja heeft in 2020 de tussentijdse verkiezingen voor de eilandsraad verzorgd en gaf aan dat zij als Europeaan was gekomen maar als Statiaan was vertrokken. Degenen, die ik tegenkom binnen de gemeentelijke organisatie zoals de eilandraadsleden en de regeringscommissaris kennen haar nu nog! Haar werk wordt nu nog gewaardeerd. Ze beschouwen haar als een van hen, terwijl ze van buiten komt.
Echte Statianen worden we niet maar ze maken het je makkelijk om het gevoel te krijgen van zeer betrokken buitenstaanders!
Plaats een reactie