Tijd voor afstand en afsluiten….ons slotakkoord

Dit is het eind van een intensieve periode van werken en ondersteuning bieden aan twee BES-eilanden. En dit is ook tegelijker een (voorlopig?) einde aan ons werkzame leven. Een mijlpaal dus waar ik even bij stil wil staan.

Bijna twee jaar geleden (eind maart 2022) kwam de vraag om griffier ad interim te worden op ons pad (soms gebruik ik de ik-vorm; soms de wij-vorm, maar als ik het heb over de Cariben is het altijd een wij-aangelegenheid, namelijk die van Anja en mij-HA) en wij hebben die kans met beide handen aangegrepen. Het zou een mooie afsluiting worden van onze werkzame levens waarbij we al onze ervaring en kennis van het lokaal openbaar bestuur konden inzetten in bestuurlijk gezien nog heel jonge gemeenten en dan ook nog eens in de Cariben. 

Intensieve periode

Uiteindelijk hebben we een jaar gewerkt en gewoond op Sint Eustatius en daarna nog een half jaar ondersteuning geboden aan Saba. De periode op Sint Eustatius stond vooral in het teken van de terugkeer naar de democratie. Immers, in 2018 had Nederland besloten in te grijpen bij het Openbaar Lichaam en alle democratische vertegenwoordigingen terzijde te schuiven. Sinds 2020 was er wel weer een Eilandsraad, maar feitelijk kon (of moest) die alleen verordeningen vaststellen. Naast de terugkeer naar de democratie, moest ook de organisatie van de griffie op poten worden gezet en moesten er afspraken komen over de verhoudingen met de staande organisatie. Het was de bedoeling dat na mijn vertrek het griffierschap zou worden overgenomen door iemand van het eiland zelf, die daarvoor ook een cursus zou volgen in Nederland. 

De ondersteuning op Saba bestond vooral uit het ondersteunen van de zittende griffier en het op orde brengen van de administratieve organisatie en de regelgeving rond de raad.

Het was een intensieve periode omdat we veel hebben meegemaakt met hoge pieken en diepe dalen. Kortom het was emotioneel lastig. Wat ook in de weg zit is dat in deze relatief korte periode van ondersteuning je simpelweg te weinig tijd hebt om ook structureel verbeteringen aan te brengen. 

Te weinig kennis en wantrouwen

De BES-gemeenten zijn op 10 oktober 2010 (10-10-10) van start gegaan met een bestuurlijk systeem, waarvan ze weinig kennis hadden. Daar waar wij in Europees Nederland zo’n 170 jaar ervaring hebben met gemeenten, begon het in Caribisch Nederland totaal opnieuw. Werken volgens de Caribische vorm van onze Gemeentewet, is gebaseerd op een aantal uitgangspunten, die feitelijk hetzelfde zijn als voor onze Gemeentewet. Er is een duidelijke scheiding tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur, er is een kroonbenoemde functionaris, die kan bijsturen of ingrijpen als het een andere kant op kan gaan en er zijn functionarissen die het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur ondersteunen. Leden van het algemeen bestuur (in dit geval de eilandsraad dus) hebben een aantal instrumenten tot hun beschikking om invulling te kunnen geven aan hun taken. 

Ik kan niet anders dan concluderen dat er in de afgelopen 12/13 jaar niet of nauwelijks iets van de grond is gekomen op de BES-eilanden, dat de vergelijking met Nederlandse gemeenten goed kan doorstaan. De administratieve organisatie is niet of nauwelijks ontwikkeld, de rollen tussen het algemeen bestuur en dagelijks bestuur lopen door elkaar heen en de planning en controlecyclus staat nog in de kinderschoenen. Zo’n situatie zet je niet zo maar recht.

Er bestaat in de Cariben veel wantrouwen jegens Europees Nederland, dat ook is gebaseerd op onvoldoende kennis van hoe het werkt in Nederland. Gemeenten en provincies zijn ondergeschikt aan het Rijk en het Rijk bepaalt uiteindelijk de wet- en regelgeving. Er is dus geen sprake van nevenschikking. Uiteindelijk kan er veel worden bereikt door echt samen te gaan communiceren en samen op te trekken als Europees en Caribisch Nederland. Op Sint Eustatius is er een platform van de eilandraadsleden en leden van het bestuurscollege om buiten de dagelijkse werkelijkheid om met elkaar te praten. Je merkt daaraan dat deelname van het “Rijk” eigenlijk heel belangrijk is, omdat daarmee op tafel kan worden gebracht waar de eilanden feitelijk mee worstelen. 

Aanbevelingen

Nu mijn werkzaamheden voor de BES-gemeenten zijn afgerond, hebben we tijd nodig hebben om met meer afstand naar de BES-gemeenten en de ontwikkelingen daar te kijken. Het is een soort virus, dat in je kruipt en dat je ook niet zomaar kan loslaten (of wellicht nooit). Maar afstand nemen is voor dit moment  even belangrijk. Om in stijl te kunnen afsluiten, wil ik nog een aantal aanbevelingen meegeven.

1. Schrap de regeling dat ambtenaren lid van de eilandsraad kunnen worden met behoud van salaris en een terugkeergarantie. Deze regeling heeft een perverse prikkel in zich: mensen die in de eilandsraad willen worden gekozen proberen eerst een baan als ambtenaar te krijgen. De regeling leidt ook tot de situatie, waarbij de eilandsraad, bij gebrek aan echt werk, zelf op zoek gaan naar werk en de griffie daarbij als een verlengstuk gebruiken. Zowel eilandsraad als bestuurscollege gaan hun eigen weg en voeren eigen bestuurlijke overleggen. Daarnaast maakt deze situatie het mogelijk om overdag te vergaderen, hetgeen de animo bij hen, die een normale baan hebben maar zich ook willen inzetten voor de gemeenschap niet vergroot. Zeker met de komende uitbreiding van het aantal eilandraadsleden ligt hier een mooie uitdaging.

2. Er moet meer werk worden gemaakt van de communicatie tussen Europees en Caribisch Nederland. Een open manier van communiceren zal leiden tot meer begrip onderling en het vinden van passende oplossingen voor ieder eiland. In plaats van uniformiteit kan er ook gekozen worden voor pluriforme oplossingen en invullingen. Echter, werken binnen de context van het Openbaar Lichaam betekent ook werken binnen de context van de Nederlandse Staat en staatsinrichting. Het parlement heeft daarin altijd het laatste woord en is eindverantwoordelijk. 

3. Maak werk van een goede taakverdeling tussen eilandsraad en bestuurscollege. Laat zien en merken dat het bestuurscollege het eerste aanspreekpunt is voor aangelegenheden van de eilanden. Zij leggen daarover verantwoording af aan de eilandsraad en kunnen afspraken maken over de bestuurlijke inzet bij bepaalde overleggen.

4. Draag er zorg voor dat de vele projecten, die worden aangebonden aan de eilanden ook kunnen worden voortgezet als deze succesvol blijken te zijn. Te veel worden dit soort projecten alleen ambtelijk besproken en vervolgens tot uitvoering gebracht. Zowel bestuurscollege en eilandsraad dienen hierbij binnen hun eigen verantwoordelijkheden afwegingen te kunnen maken, hetgeen nu niet of onvoldoende gebeurt. Nee zeggen mag ook, heb ik meerdere malen voorgehouden.

5. Maak werk van een goede invulling van de bestuurlijke driehoek op de eilanden en biedt hen die ondersteuning die ze nodig hebben. Een goed functionerende bestuurlijke driehoek kan veel signaleren, reguleren en daar waar nodig zelfs bijsturen. 

Met deze aanbevelingen sluiten wij onze tijd in de Cariben af. Wij gaan genieten van ons pensioen. We nemen even afstand maar geen afscheid. Daarvoor zitten deze eilanden bij ons te diep.

Hans Andeweg

Anja Richt

Plaats een reactie