
Vanaf Sint Eustatius heb je zicht op vier buureilanden. Twee eilanden liggen relatief dichtbij: Saint Kitts/Nevis en Saba. Bij helder weer kun je Sint Barths en Sint Maarten goed zien liggen. Dat alle eilanden “sint” heten heeft iets van doen met Columbus, die dit gebied als het ware heeft ontdekt en de naamgever is geworden.
Op Hemelvaartsdag zijn we naar Saba gegaan voor een korte vakantie. Saba is net als Statia een BES-gemeente in de bovenwinden. Het is een eiland met ca 2.000 inwoners en heeft als bijnaam “the Unspoiled Queen”. Statia heeft als bijnaam “the Golden Rock”. Er zijn twee manieren om op Saba te komen: via het water met de ferry van Makana of via de lucht met een vliegtuig van Winair. Door de lucht betekent: eerst vliegen naar Sint Maarten en dan overstappen naar Saba. Dat kan maar op twee dagen met korte tussenstop op Sint Maarten; de andere dagen betekent het een dag wachten op Sint Maarten. Niet zo aanlokkelijk vooruitzicht. De andere mogelijkheid is via de ferry. Makana onderhoudt de veerdiensten tussen Saba, Statia, Sint Maarten en sinds een aantal maanden ook met St. Kitts. So far, so good. Maar dan komt het. Het traject van Saba naar Statia en dan alleen in deze richting is berucht vanwege de stroming en de golven. De catamaran waarmee wordt gevaren kan harde klappen maken en soms waan je je meer in de Python in de Efteling dan op zee. Mijn gestel is daar slecht tegen bestand. De hulpmiddelen bij misselijkheid aan boord zijn goed aan mij besteed. Via de ferry kun je vrijwel dagelijks naar Saba en de kosten zijn beduidend minder dan via de lucht. Of de CO2-reductie hetzelfde is, weet ik niet. De boot ruikt wel erg naar stookolie.
Wij zijn naar Saba gegaan met de ferry en na twee nachten aan het einde van de derde dag weer met de ferry terug. Zoals viel te verwachten was de heenreis goed te verteren met mijn gestel en we zijn zonder problemen daar gekomen. Een minpuntje was dat we om 05.00 uur in de haven moesten inchecken omdat de boot om 06.00 zou vertrekken. Het was druk op Hemelvaartochtend. Een grote groep Statiaanse katholieken ging die dag naar Saba om met geloofsgenoten daar een inzameling te houden voor de restauratie van de kerk op Statia. Burenhulp dus. Om 7 uur stond in de haven van Saba een taxi van het hotel ons op te wachten en met de chauffeur begon de kennismaking met Saba. Zodra we de steile kustweg naar het plaatsje The Bottom achter ons hadden, waarbij gedeelte met 20% stijging !!!, ontvouwde zich een prachtig beeld van dit eiland. Witte huisjes met rode daken en alles prachtig aangeharkt. Normale wegen, zonder diepe kuilen of gaten met daarom heen alleen maar groen. Groen in alle varianten. Op slag verliefd op dit eiland, waarbij de term het Zwitserland van Nederland niet overdreven is. Er zijn vier kernen op het eiland en er is een weg, geheel toepasselijk The Road genaamd. The Bottom, de laagst gelegen buurtschap herbergt ondermeer het bestuurlijke centrum, het ziekenhuisje en meer van dat soort voorzieningen. Wij gingen verder op The Road en via heuse haarspeldbochten kwamen in Windwardside aan, het toeristische gedeelte van Saba. Daar bevinden zich een goede bakker, een aantal goede restaurants, een goed geoutilleerde supermarkt met veel soort rum uit de Cariben en ons hotel Juliana. Wat direct opviel was dat we op hoogte waren. Windwardside ligt op 400 meter hoogte en ligt beschut tegen Mount Scenery, de hoogste berg van Nederland met 877 meter. The Quill op Statia is nummer twee met 601 meter. Allebei zijn het vulkanen en zoals ik begreep uit de documentatie op internet, allebei in de ogen van vulkanologen nog actief want in de afgelopen 3000 jaar nog tot uitbarsting gekomen. Daar merk je in de praktijk gelukkig helemaal niets van, maar de waarschuwing is gehoord.

Het mooie van de hoogte is dat het relatief fris is, vooral ’s nachts. Dat was weer eens wat anders dan de warmte op zeeniveau op Statia voor ons. Ook het zwembad bij het hotel had lauw water in plaats van warm. Een fijne gewaarwording na al die maanden in deze streken. Saba heeft veel te bieden, maar geen paradijselijk strand. Wel een getijdenpool bij de luchthaven, waar je kunt liggen in het zeewater. Saba is een hikersparadijs. Eerlijk gezegd is dat minder aan ons besteed. Wat wij leuk vinden zijn bergtreinen, kabelbanen, besneeuwde hellingen en toeren met onze e-bikes, maar daarvoor zijn we hier verkeerd.

Ons bezoek aan Saba stond in het teken van rust, genieten van lekker eten en van de prachtige omgeving. Maar er was ook een bezoek gepland met de collega-griffier op Saba.
De dag na Hemelvaart bleek een gewone werkdag te zijn, net als Tweede Pinksterdag. Anja en ik hebben een goed gesprek gehad met Akilah Levenstone, griffier van Saba. We wisten al dat elk eiland zijn eigen bestuurscultuur heeft. Anders dan op Statia lijkt de Eilandsraad op Saba wat meer op de achtergrond te zijn en niet altijd veel grip te willen hebben op het bestuurlijke proces. Er is op geheel eigen wijze invulling gegeven aan het werken onder de WolBES, de caribische gemeentewet en dat is lang vrij goed gegaan. Na de verkiezingen van maart 2023 is het politieke landschap op Saba veranderd en is er voor het eerst sprake van coalitie en oppositie. De gebruikelijke wijze van werken lijkt niet meer adequaat te zijn en levert geen antwoorden op de vragen van nu. Daarover had ik al eerder collegiaal overleg gehad en ook nu kwam er een vraag om hulp naar voren. Wat ik doe op Statia is niet ongemerkt voorbijgegaan aan Saba; zoveel werd ons wel duidelijk. We hebben afgesproken om elkaar en de raad van Saba te ontmoeten tijdens het VNG-congres in juni in Groningen om te bezien of er een vorm van hulp valt te bedenken.


De laatste dag hebben we gebruikt om de rest van het eiland te bekijken. We bezochten de kleinste commerciële luchthaven ter wereld met een strip van 400 meter. Piloten hebben een speciale opleiding nodig om er te mogen landen en opstijgen. In de ruim 50 jaar van het bestaan is er nog nooit een ongeluk gebeurd. We wilden nog Mount Scenery beklimmen, een tocht van meer dan 1000 treden. We wisten dat de kans op een mooi uitzicht boven klein was, omdat de top van de berg eigelijk altijd in de mist zit. Dat zien we al vanaf Statia. Het klimpad ligt in een tropisch regenwoud met lianen en een keur aan tropische bomen en planten. Een trap van 1000 treden is op zich al lastig maar hier zijn de treden eerst laag (15 cm) en dan hoog (40 cm) en dan weer laag, plus soms droog, soms nat en veel met bladeren bedekt. Daarmee is het een zware tocht, zeker voor een stel ongeoefende wandelaars zoals wij. Gelukkig staat er hier en daar een bankje met overkapping en lieten we ons regelmatig inhalen door andere wandelaars zodat we extra rust hadden vooral als we een praatje konden aanknopen. We hebben de top gehaald! We hadden geen uitzicht. Na een net zo’n moeilijke afdaling kwamen we doorweekt aan in Windwardside. We konden in het hotel blijven totdat we terug moesten naar de haven. Tijdens de terugvaart kotsmisselijk geworden en nog twee dagen daarna nauwelijks kunnen lopen door spierpijn. Maar who cares? Saba,“the Unspoiled Queen”, heeft een plekje veroverd in ons hart.

Plaats een reactie