Het voorlaatste stukje van het herstel van de democratie op het eiland is de teruggave van het budgetrecht. In gesprekken met de Staatssecretaris van BZK, Van Huffelen, is gepleit voor teruggave van het budgetrecht direct na de verkiezingen van afgelopen maart. Van Huffelen heeft zich daarvoor ingespannen, maar kreeg een afhoudende Tweede Kamer tegenover zich.
Herstelwet volgen of afwijken?
Tweede Kamerleden stelden vragen bij de snelheid van Van Huffelen, omdat de administratieve organisatie en de interne controle nog niet van voldoende kwaliteit zijn. Een terechte constatering, omdat in de Herstelwet staat dat pas bij voldoende kwaliteit van de administratieve organisatie en de interne controle het budgetrecht terug kan naar het eiland. Maar hierbij is van belang om het volgende helder te hebben: zolang het budgetrecht niet terug is bij het eiland, lees het Openbaar Lichaam Sint Eustatius, lees de Eilandsraad en het Bestuurscollege, ligt de verantwoordelijkheid voor het op orde brengen van de organisatie bij Nederland zelf! Feitelijk betekent dit dat Nederland in de afgelopen vijf jaar dat de ingreep heeft geduurd, niet in staat is geweest om de organisatie op een voldoende peil te brengen. En tegelijkertijd geldt ook dat een Eilandsraad (sinds 2020) en een Bestuurscollege (sinds 2022) zonder budgetrecht niet echt bestaansrecht heeft, wat de afgelopen zittingsperiode van de Eilandsraad is gebleken.
Vragen over Memorandum of Understanding
Uiteindelijk is in overleg afgesproken dat er een overeenkomst komt, een Memorandum of Understanding, waarin het Openbaar Lichaam Sint Eustatius zich verbindt om de administratieve organisatie en de interne controle op orde te brengen, in ruil voor een vervroegde teruggave van het budgetrecht. Om de organisatie op orde te brengen is een onderzoek verricht door Ernst en Young met een stappenplan om tot de noodzakelijke verbeteringen te komen.
Tijdens het bezoek van Van Huffelen aan Statia op 20 april zou dit Memorandum worden bekrachtigd. Maar het liep anders. De tekst van het Memorandum kwam op 18 april naar Statia en leidde tot veel vragen van de Eilandsraadsleden. De belangrijkste vraag was: waar zeggen we ja tegen? Oftewel hoe staan de financiën er voor? Is de financiële situatie gezond genoeg om de noodzakelijke uitgaven voor de toekomst te kunnen betalen? Bedenk daarbij dat Statia een eigen budget heeft, maar daarnaast ook veel bijzondere uitkeringen, die ofwel eenmalig zijn of wel een korte doorlooptijd hebben (projecten). Dat geldt ook voor de formatie op het eiland. Een gedeelte van het budget voor personeel is vast en een gedeelte is tijdelijk en dan vaak bekostigd uit externe (project)middelen. De angst bestaat dat als het budgetrecht terugkomt naar het eiland, de extra externe middelen opdrogen en Statia in een gat valt.
Besturen is verantwoordelijkheid nemen
Het antwoord van de Staatssecretaris was duidelijk. Zij benadrukte dat het de uitdrukkelijke wens van het eiland is om het budgetrecht per direct terug te krijgen. Die wens wil de Staatssecretaris inwilligen, maar besturen betekent het maken van keuzes en het nemen van verantwoordelijkheid. Daarbij heeft ze duidelijk gemaakt dat veel projecten zullen blijven doorgaan en dat zij bereid is geweest nog extra middelen vrij te maken voor Sint Eustatius.
Uiteindelijk is er overeenstemming bereikt, al waren daar wel twee sessies met de Staatssecretaris voor nodig.

Herstel van wederzijds vertrouwen
Ik heb nog gewezen op de korte termijn van voorbereiding die het Openbaar Lichaam heeft gekregen om op het Memorandum te reageren. Het is een belangrijk document en ook op het eiland hebben we dan voldoende tijd en voldoende informatie nodig om tot een goede afweging te komen.
Wat meespeelt is dat veel “warmwatervrees” (de zee hier is nooit koud) voortkomt uit een gebrek aan vertrouwen richting Nederland. In het raadsbesluit waarin het Memorandum wordt onderschreven, wordt ook stilgestaan bij het vertrouwen onderling. Uitgesproken is dat deze stap in de terugkeer van de democratie gepaard moet gaan met herstel van het wederzijdse vertrouwen. Dat zal overigens nog een hele opgave worden.
Belang van budgetrecht
Het herstel van de democratie gaat nu een beslissende fase in. Als het budgetrecht is overgedragen kan het Openbaar Lichaam weer zelf besluiten nemen over de zaken, die het eiland aangaan. Daarmee wordt de bestaansgrond van de Eilandsraad en het Bestuurscollege echt leven ingeblazen en zal een van de eerste stappen zijn de inrichting van een goede en op maat toegesneden Planning en Controlcyclus. Ook moderne afspraken over de inrichting en vooral de aansturing van de ambtelijke organisaties (griffie en staande organisatie) vallen daaronder. Er zullen altijd tegenvallers op het pad komen en soms zelfs onverwachte zaken naar boven komen. Ik onderschrijf daarbij wat de Staatssecretaris heeft aangegeven: dat hoort bij het besturen en het nemen van verantwoordelijkheid.

Verantwoordelijkheid voor roaming animals
Nederland zal het eiland nooit aan zijn lot overlaten, maar zal ook steeds blijven wijzen op de eigen verantwoordelijkheid. Zie in dat kader ook de manier , waarop Nederland zich wil inspannen voor het herstel van de klif bij de kust: ook daar wordt in de Voorjaarsnota weer 19 miljoen voor opzijgezet. Ik denk overigens dat hierbij zeker geldt dat Statia de eigen verantwoordelijkheid moet nemen en serieus werk moet gaan maken van een oplossing van de roaming animals. De loslopende geiten, schapen, koeien en ezels zijn belangrijke veroorzakers van de slechte structuur van de klif en het gevaar van afbrokkeling. En zoals dat gaat met het nemen van verantwoordelijkheid, dan strijk je altijd ook mensen tegen de haren in. “Every goat is a vote”, is hier een belangrijke reden om niks te doen. Maar er is nog vier jaar te gaan voor de volgende verkiezingen en dan kan het probleem volgens mij wel zijn opgelost.

Procedure voor een nieuwe gezaghebber
Het laatste stukje herstel van de democratie komt na de teruggave van het budgetrecht. Het gaat om de terugkeer van de gezaghebber (de burgemeester in onze termen). De huidige regeringscommissaris die is aangesteld door Den Haag wordt dan vervangen door een benoemde gezaghebber. De eerste besprekingen over de profielschets voor deze functie zijn begonnen en ergens in dit jaar zal de vacature worden bekendgemaakt en kunnen kandidaten solliciteren naar deze functie. De verwachting is dat de installatie rond 1 januari 2024 zal plaatsvinden. Dan moet ook het grootste gedeelte van de hersteloperatie zijn afgerond (de vele projecten) en kan Sint Eustatius weer zelfstandig opereren, uiteraard binnen de wettelijke kaders van de WolBES en de FinBES.
Plaats een reactie