Verkiezingskoorts op Sint Eustatius

Op Sint Eustatius vinden op 15 maart a.s. verkiezingen plaats, net als in Nederland. Ook op een indirecte manier voor de Eerste kamer in Den Haag, en daarnaast voor de eilandsraad. De verkiezingen voor de eilandsraad spelen hier sterk. Er is nauwelijks aandacht voor de Eerste kamer, maar daarover verderop meer.

Alle aandacht gaat uit naar de eilandsraadverkiezingen. Er zijn drie deelnemende partijen, de PLP, de DP en jawel, het uit Nederland bekende CDA. Jarenlang waren er twee partijen: de People Labour Party en de Democratic Party. Sinds deze verkiezingen doet ook het CDA mee, dat begon als een afsplitsing van de DP. Momenteel is de zetelverdeling 3 PLP, 1 DP en 1 CDA (dat wil zeggen de afsplitsing van de DP). Elke partij heeft zo zijn eigen kleur: PLP is oranje, DP is rood en CDA uiteraard groen. Overal in Oranjestad hangen vlaggetjes en banners en de PLP heeft op verschillende plekken schermen opgehangen met bewegende beelden. Auto’s zijn voorzien van vlaggetjes en zelfs hele motorkappen van auto’s zijn getooid met een vlag van de favoriete partij. Uiteraard zijn er openbare bijeenkomsten van de verschillende partijen en worden radiouitzendingen gevuld met bijdragen van de verschillende leden op de lijsten. Er is sprake van een echte verkiezingskoorts.

Kijkend naar de samenstelling van de verschillende lijsten, dan valt op dat er een verandering op til is. Bij de DP en het CDA zijn het nieuwkomers die bovenaan de kieslijsten staan. Voorts is het opvallend dat de drie lijsttrekkers vrouw zijn. Tegelijk valt op, zeker binnen de PLP dat er niet echt een vorm van gemeenschappelijk optreden naar buiten is. De kandidaten binnen die partij voeren vooral een campagne voor zichzelf met een eigen programma op een A-4-tje en vooral ook eigen posters. De kroon wordt gespannen door Clyde van Putten. Hij laat zich bewust plaatsen op de laatste plaats van de lijst als nummer 13 maar zijn eigen posters zijn groot en staan op vrij veel plaatsen op het eiland. Achtergrond daarbij is dat hij wil laten zien dat hij op eigen kracht een zetel in de eilandsraad kan bemachtigen en nog steeds kan rekenen op steun van het eiland. 

Is het een schone campagne? Die vraag beantwoorden is lastig, zeker als buitenstaander en zeker door mij, omdat ik in een bijzondere positie zit in dit hele spel. Laat ik het zo zeggen dat ik vanuit mijn Nederlandse bril mijn vraagtekens zet bij bepaalde opmerkingen of gedragingen. Tegelijk moet het mij ook van het hart dat als ik de filmpjes zie in aanloop naar de provinciale verkiezingen in Nederland, ik ook grote vraagtekens zet bij de wijze waarop we elkaar bejegenen. Ik ben niet ouderwets, maar normen en waarden, die voor mij zo vertrouwd waren in het publieke debat lijken steeds meer af te glijden naar een bedenkelijk niveau. Vooral de beschuldigingen en mis-informatie die wordt geuit, stuit mij erg tegen de borst. Dat zie je ook hier op het eiland, waar nog steeds face-book, de radio en de “gossip” de belangrijkste informatiebronnen zijn.

Een bijzonder punt op Statia zijn de volmachten. Er lijkt een wedloop gaande welke partij de meeste volmachten kan binnenhalen. De eilandsraadsleden lijken zich daarvan in gesprekken met mij te willen distantieren, terwijl tegelijk de jacht op volmachten gaande is. Uiteraard is dat strafbaar. Er wordt ook gewezen vanuit het Openbaar Lichaam en het OM op de strafrechtelijke gevolgen van het ronselen van volmachten. Het is een serieus probleem. Er zijn veel mensen die stemmen ingewikkeld vinden omdat ze slecht zien, laaggeletterd zijn of slecht ter been zijn en zij vertrouwen hun stem makkelijk toe aan iemand die familie is, van dezelfde kerk is, of een kadootje geeft. Bij de vorige verkiezingen in 2020 was bijna 50 % van de uitgebrachte stemmen via volmachten gedaan. Vanuit BZK is er gezorgd voor waarnemers bij de verkiezingen. Voor 15 maart heb ik met hen ook een voorgesprek.

Clyde van Putten weet dat zijn kandidatuur er toe doet en hij weet als geen ander dat er nog steeds mensen zijn op het eiland die zijn verhalen direct voor waarheid aannemen. Hij ontziet in zijn bijdragen tijdens bijeenkomsten of in eigen radio-programma’s niets of niemand en strooit ook kwistig met verdachtmakingen of aantijgingen tegen mensen. Hij heeft het daarbij vooral gemunt op de blanke medemensen, die hij steevast als De Nederlanders aanduidt, daarbij gemakshalve vergetend dat hij volgens zijn eigen paspoort ook Nederlander is. Daarnaast moet ook de regeringsvertegenwoordiger het ontgelden. Zij is een geboren en getogen Statiaanse. In haar functie staat ze boven de partijen en vormt geen onderdeel van de verkiezingen. Zij kan zich derhalve ook niet verdedigen in het publieke debat. Zij heeft deze week besloten om zich toch in het openbaar te verweren tegen de persoonlijke aantijgingen, hetgeen vanuit haar persoonlijke kant heel goed te verdedigen is. Van mijn kant heb ik aangegeven dat als er iets onoorbaars valt op te merken in het doen en laten van de regeringsvertegenwoordiger de weg naar de griffier het meest logisch is. Samen met mij kunnen we zien of wat zij doet wel of niet kan, dat delen met de andere eilandraadsleden, hoor en wederhoor toepassen en tenslotte besluiten al dan niet door te geleiden naar haar baas, BZK/staatssecretaris. Zo doen we dat in Nederland met burgemeesters en zo kunnen we dat hier doen met gezaghebbers of in dit geval de regeringscommissaris. Op de man of vrouw spelen kan bij een verkiezingscampagne, maar dan alleen op degenen, die zich ook verkiesbaar hebben gesteld. Dat heet debatteren met elkaar. 

Op 15 maart wordt zoals gezegd niet alleen de eilandsraad gekozen maar ook het zogeheten kiescollege dat bestaat uit 5 kiesmannen. De kiesmannen die meestemmen voor de Eerste Kamer moeten het democratische gat dichten vanwege het ontbreken van een provincie voor de BES-gemeenten. Daarmee krijgen de BES-gemeenten dus toch invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer. De BES-gemeenten samen zijn goed voor bijna een halve (!) zetel van de 75. Ik zou zeggen: “Den Haag gun die drie overzeese gemeenten tenminste een zetel”, maar ja dat klopt niet met de wiskundige regels.

Dit kiescollege gaat op 30 mei a.s. samen met de kiescolleges van Saba en Bonaire en de provincies in Nederland kiezen voor de Eerste Kamer. 

Ik kwam er deze week achter dat ik ook de griffier ben van het kiescollege en dat betekent dat ik na de verkiezingen twee vertegenwoordigende organen moet installeren. Bij de eilandsraad onderzoekt de oude raad in de laatste vergadering de geloofsbrieven voor de nieuw gekozen raadsleden. De dag daarop kunnen die nieuwe raadsleden dan worden geïnstalleerd. Dit geldt ook voor het kiescollege. Het oude kiescollege onderzoekt de geloofsbrieven van de nieuwe leden van het kiescollege, die dan de dag daarna moeten worden geïnstalleerd. Voor mij betekent dat dus dat op 28 maart a.s. ’s ochtends het oude kiescollege de geloofsbrieven onderzoekt en ’s middags de oude eilandsraad dat doet. Op 29 maart ’s ochtends worden dan de leden van het nieuwe kiescollege geïnstalleerd en ’s middags de leden van de nieuwe eilandsraad. Aan de verkiezingen voor het kiescollege doen alleen de DP en het CDA mee. De PLP heeft zich hiervoor niet ingeschreven.

Het zijn derhalve drukke tijden op Statia. En dan heb ik het nog niet gehad over hetgeen zich heeft afgespeeld in Den Haag rond de teruggave van het budgetrecht op 15 maart aan Statia. Daarover een volgende keer meer. 

Hans

Plaats een reactie