De nieuwe fase is ingegaan

De statiefoto: eilandraadsleden en bestuurscollege

Afgelopen dinsdag, 4 oktober dus, zijn de commissioners benoemd, voor het eerst sinds ruim 4 jaar. Een feestelijke gebeurtenis op een aparte lokatie (Lions Den genaamd), waar ook het carnaval en andere buitenactiviteiten plaatsvinden. De zaal was gevuld met allemaal genodigden en velen waren op hun paasbest gekleed. Er waren vertegenwoordigers van andere eilanden, zoals Saba, de Rijksvertegenwoordiger (vergelijkbaar met onze commissaris van de Koning) was aanwezig en een hooggeplaatste ambtenaar van het ministerie van BZK gaf ook acte de présence. Het is een waardige vergadering geworden en het belang ervan is onderstreept door emoties bij vele aanwezigen. 

In mijn vorige blog heb ik nogal scherp mijn gedachten opgeschreven over hoe we uiteindelijk tot dit moment zijn gekomen. Ik heb daarin de voorgeschiedenis proberen te duiden vanuit mijn perspectief, waarbij ik heb getracht bij de op internet bekende werkelijkheid te blijven en datgene wat achter de schermen gebeurde ook achter de schermen te laten. In gesprekken na het verschijnen van mijn blog bleek dat de impact daarvan groter is geweest dan ik had voorzien. Ik heb niemand willen kwetsen, alleen willen laten zien wat voor impact bepaalde besluiten uit Nederland hebben op een eiland als Sint Eustatius. Inmiddels is de afspraak gemaakt dat de dialoog daarover tussen Den Haag en hier zal worden voortgezet, juist in het belang van Sint Eustatius.

BZK, waarnemend Rijksvertegenwoordiger en ik

De nu aangebroken fase in het herstel naar volledige democratie op Sint Eustatius zal ook van de Eilandsraad een andere opstelling gaan vragen. In plaats van zich te richten op alles wat er gaande is op het eiland (omdat de Eilandsraad het enige gekozen orgaan was), zullen zij zich moeten gaan richten op hun kerntaken, namelijk het uitzetten van de grote lijnen (de kaderstelling) en het gesprek voeren met het bestuurscollege of deze lijnen ook tot de beoogde doelen hebben geleid (de controlerende taak). Dat is het normale spel tussen de Eilandsraad en het bestuurscollege. Voor de Regeringscommissarissen verandert het werk ook na dinsdag, omdat zij er nu niet meer alleen voor staan. 

Daarnaast gaat er een zogeheten dialoogtraject van start onder leiding van het NIMD. Zelf kijk ik daar naar uit, omdat het de kans biedt om, naast de waan van de dag,  daadwerkelijk met elkaar te kunnen praten over hoe de democratie voor Sint Eustatius vorm kan worden gegeven. Ik ben daarin best simpel: de Nederlandse wetgeving kent een aantal uitgangspunten, zoals het toekennen van bevoegdheden als daar ook de verantwoording tegenover staat, de op zich heldere taakverdeling tussen college (dagelijks bestuur) en raad (beleidsvormend en controlerend) met de burgemeester/gezaghebber als een vorm van toezichthouder op beide organen en het streven naar zoveel mogelijk gelijke kansen voor iedere volksvertegenwoordiger, of deze nu behoort tot de coalitie of tot de oppositie. Het zou in de politiek niet altijd moeten gaan om de macht van het getal (ik heb meer zetels dan jij), maar om de kracht van de argumenten. In plaats van te kijken naar de verschillen -wat meestal gebeurt-, pleit ik voor het starten met een onderzoek naar wat wordt gedeeld om veel meer draagvlak te kunnen krijgen. 

Net zoals in de Gemeentewet kent de WolBES ook veel instrumenten, die de raad ten dienste staan om voldoende informatie te krijgen en invloed te kunnen uitoefenen op het te voeren beleid. Zonder helemaal compleet te zijn, denk ik in dit kader aan de bevoegdheden om met moties en amendementen te komen, schriftelijk en mondeling vragen te stellen, met initiatiefvoorstellen te komen, te interpelleren en gebruik te maken van de onderzoeken van de lokale Rekenkamer en het eigen onderzoeksrecht. Elk instrument kan op elk moment en naar keuze worden ingezet en is afhankelijk van het onderwerp of de urgentie. 

Waar ik zelf minder fan van ben is de mogelijkheid die hier bestaat dat elk eilandraadslid onderwerpen aan de vergadering van de Eilandsraad kan toevoegen. Alleen maar praten over onderwerpen, zonder stukken op tafel en zonder dat dit leidt tot een motie is mijns inziens geen passend instrument binnen een eilands- of gemeenteraad. In mijn optiek is de eilands- of gemeenteraad vooral gericht op het nemen van besluiten, waarover in een eerder overleg (commissievergadering) uitgebreid is gesproken aan de hand van ambtelijk voorbereide stukken waarin het onderwerp van alle kanten is bekeken. Ik bedoel dus voorstellen, die komen van het college, want dat is het orgaan, dat de besluitvorming voorbereidt en na besluitvorming de besluiten ook uitvoert. Het college vertegenwoordigt de gemeente of het openbaar lichaam ook naar buiten toe en kan dat ook makkelijk doen: zij werken op basis van collegiaal bestuur en spreken allen met een mond. Daarin zit ook het grote verschil met de gemeente- of eilandsraad. Daar staat juist de verscheidenheid tussen de fracties centraal en probeer je met elkaar tot overeenstemming te komen. Als dat niet lukt dan komen naast het besluit ook de verschillen naar buiten. 

Ik vind het van belang er op te wijzen dat de Nederlandse wetgeving, hoezeer ook aan revisie toe als het gaat om de verhouding tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland, in essentie alle ruimte biedt om tot eigen lokaal beleid te komen. Natuurlijk bieden de wetten grenzen, waarbinnen het lokale beleid kan worden vormgegeven en beperken de beschikbaarheid van financiële middelen de keuzes, maar daarin verschilt de Nederlandse wetgeving op geen enkele manier van die van andere landen of andere bestuurlijke systemen. 

Zoals gezegd vind ik het boeiend om deel te mogen nemen aan het gesprek dat de NIMD gaat starten met de bestuurlijke actoren op Sint Eustatius over de vormgeving van het lokaal bestuur hier.

Plaats een reactie