16 augustus 2022
Wonen 8
We hadden ons voorgenomen om met enige regelmaat Sint Eustatius te verruilen voor een korte vakantie op een van de andere eilanden in de Cariben. We zijn er toch, dus waarom niet iets anders ook meepakken. Op vrijdag 5 augustus vertrokken voor onze eerste trip naar Sint Maarten en het franse Saint Martin. We vertrokken met de ferry, omdat we voornemens waren om te winkelen en onder andere met een barbecue(!) wilden thuiskomen. We hadden daarom zoveel als mogelijk lege rolkoffers meegenomen. De boot vertrok om 07.10u en we hebben de wekker op 05.00u gezet om een pil tegen zeeziekte in te nemen (tip van vrienden). We meldden ons om 06.55u bij de haven en kregen van een boze mevrouw van de ferry te horen dat de boot al bijna weg was. Verbazing bij ons want wij zagen de boot liggen en de passagiers wachten onder een afdak, direct naast ons loket. De boze mevrouw ging door dat we bij het vliegveld toch ook niet op de vertrektijd aankwamen maar zeker een uur van te voren? Wij hebben met onze liefste blikken beterschap beloofd. Grappig hoe wij na vier weken dachten iets te begrijpen van de relaxtheid van het eiland en zo hebben misgekleund: je komt dus daadwerkelijk minstens een uur van te voren en gaat dan rustig zitten afwachten. Bij vertrek is de controle van kaartje en paspoort als je je meldt, een fluitje van een cent. Geen dranghekken, geen schoenen uit of wat dan ook zoals op Schiphol, maar gewoon kaartje controleren en je paspoort (dat dan wel weer handmatig wordt ingevuld op een lijst en wordt meegegeven naar degene, die meegaat met de boot en deze lijst weer overhandigd op de plek van bestemming).
Onze boot heeft een buitendek en een binnen gelegen benedendek. Wij kiezen voor het buitendek in de hoop dat we dan minder kans hebben om zeeziek te worden. Het gaat goed; niet zeeziek, wel zeiknat. Na aankomst met een taxi naar het autoverhuurbedrijf. En daarna met de kaart op schoot naar het hotel dat we voor 2 nachten hebben geboekt in het Franse deel. Niet te vinden. We zien geen bordje met de naam van het hotel. Hans schakelt uiteindelijk de routeplanner in en constateert dat we er moeten zijn. We zien alleen een lange omheinde muur met tekeningen. Dan zie ik in de muur een naam van een onbekend hotel met een logo waarop de naam staat van het hotel dat we zoeken. Dus toch gevonden. Het zoeken via de telefoon was ook heel gemakkelijk en heel goedkoop: volgens de Fransen ben je gewoon in Frankrijk, dus betalen met euro’s en bellen via Europese providers tegen Europese tarieven. Waarom kan dat niet op Statie denk je dan……. Het is sfeervol, luxe hotel met ruim balkon met zitje plus koelkast en drooglijn voor de zwemkleding. Achteraf bleek dat het is overgenomen door een bekende hotelketen, Mercure. Vroeger werd hier het personeel van Air France ondergebracht.

We gaan meteen winkelen, omdat niet duidelijk is of alle winkels op zaterdag en zondag open zijn. We gaan met ons lijstje op zoek naar warenhuizen en ijzerwinkels. Het lukt om alles te vinden. Voor een barbecue kunnen we beter de volgende dag terugkomen, zegt een vriendelijke verkoopster, want dan is er op alle barbecue spullen 15 % korting. En we zijn nu eenmaal Nederlander en letten op de kleintjes. Deze winkel is 7 dagen per week open en de meeste andere winkels blijken ook op zaterdag gewoon open te zijn. We vallen met onze neus in de boter want dit weekend is het ook sale in de Franse hoofdstad Marigot.
Eten en drinken doen we ook in het Franse gedeelte. Vrijdag en zaterdag. Er zijn veel Franse restaurants en veel lokale booths die hier loco lolo’s worden genoemd. Daar wordt gebarbecued vlees en vis op Caribische wijze geserveerd. Er wordt veel geflaneerd en veel buitenshuis gegeten. Een zuid-Europese sfeer. We hebben krab gegeten (uit de oven en opgediend in de krabschaal) en kreeft (een hele doormidden gesneden en op de barbecue gelegd), dat alles gelardeerd met lokaal bier en Franse wijn.

Zaterdag kopen we een barbecue; een kleine Kamado. Die kan niet in de rolkoffer maar gaat als apart pakket mee. Daarna kopen we eten voor een picknick op een mooie plek. Overigens typisch frans: stokbrood, pate en kaas. Wijn lukte niet maar wel lekker biertje en fruitsap. We vonden een plek met het uitzicht over zee bij een ruïne van een hotel. Gevolg van Irma. We zitten op het terras van een ruïne die ooit een luxe hotel moet zijn geweest. De auto zetten we voor de ingang waar ooit de koffers werden uitgeladen. Daar is nog een restant van een dak zodat de auto minder heet wordt. Want heet is het ook op Sint Maarten! Daarna zoeken we de sale en braderie in het centrum van Marigot. Eerst het overdekte winkelcentrum Le West Indies en daarna de straatjes in het centrum. We kopen kleren die niet op ons lijstje staan (maar ja goedkoop en leuk dus…..). In het hotel bekijken we hoe alles mee moet: 2 rolkoffers, een rugzak, een koeltas voor de etenswaren en een zware doos. Dat betekent dus improviseren.

onze picknick plek
Zondag gaan we met een volle kofferbak rondrijden over het eiland. Immers, aan het einde van dag wacht ons de boot terug en voordien moet de auto worden ingeleverd. Nu gaan we de Nederlandse kant rond het vliegveld bekijken. Hoge hotelflats, mooie stranden, een verlaten golfterrein met nog vlaggetjes op holes en hier en daar nog ruïnes van Irma. Puur toerisme. Uiteraard bezoeken we ook de beroemde spot op het strand, waar de aankomende vliegtuigen haast zijn aan te raken.

We picknicken opnieuw aan de Franse kant, dit keer op een plek met prachtig uitzicht over de zee. Dan door naar de eindbestemming waar ook de haven is; de Nederlandse hoofdstad Philipsburg. Hier zien we nog kleine straatjes en een board walk (strandboulevard). We bekijken alles zoveel mogelijk vanuit de auto. Er is veel dicht en het is voor ons te heet om lang te gaan wandelen. Ook hier uitverkoopjes en er blijft weer iets aan mijn vingers plakken..… Dan is het tijd om de auto terug te brengen. De verhuurder zet ons vervolgens met al onze aankopen af bij de haven. We lopen het kantoor van de ferry voorbij maar een mevrouw roept of we met de ferry reizen? Dan moeten we even bij haar langs komen. Ze controleert de tickets en zegt met een blik op de doos met barbecue dat we voor extra gewicht extra moeten betalen. Dat doen we. We zijn ditmaal twee uur voor vertrek aanwezig (we willen niet voor een tweede keer op onze kop krijgen….…) Bij de haven zijn cafés en restaurants. Daar nemen we onze zeeziektepillen in en we wachten op wat komen gaat. Een uur voor vertrek groeit het aantal passagiers enorm, net als de hoeveelheid koffers en pakketten die mee moeten. Een kwartier voor vertrek staat er een meute voor het hek van de haven. Wij sluiten aan. Dan gaat het regenen en heel rustig maar wel snel dikt de massa mensen in totdat iedereen onder het afdak bij de terminal staat. De regen duurt maar even. Dan gaat het hek open en ontstaat er een opstopping bij de paspoortcontrole. Gezinnen moeten als geheel naar binnen, dus het duurt even voordat alle kinderen, broers, zussen en tantes door de opstopping heen bij een loket staan. Wij komen door de paspoortcontrole en geven onze boardingpas af aan een medewerker van de ferry. We zeggen erbij dat we naar Statia gaan. Dan is er ergens een fout gemaakt want we hebben de verkeerde boardingpas; een voor Saba. Daar legt de boot eerst aan. Maar het is oké we mogen doorlopen. De kleinste rolkoffer, rugzak en koeltas mogen we zelf meenemen en onder de bank zetten. De grotere rolkoffer en de doos daar zorgt de bemanning voor. Ditmaal is een heel andere boot dan op de heenreis; het heeft een benedendek en een overdekt bovendek. Het benedendek lijkt ons erg benauwd. We blijven boven. Het is een oude boot met overal ventilators die aan staan. Reddingsvesten hangen boven aan het plafond. Daaronder liggen driehoog opgestapeld alle koffers. Naast de deur van het benedendek staat een groot pakket dat uit Rotterdam komt en verstuurd is naar Sint Maarten. Er staat ook in grote letters Saba op. Ik fantaseer dat het is opgehaald op Sint Maarten door iemand die het nu persoonlijk naar Saba brengt. Iedereen is binnen en alle koffers en dozen hebben een plek gevonden. Onze doos is in de stuurhut terecht gekomen en de grote rolkoffer in het benedendek. De toegangsdeur gaat dicht. De tegenoverliggende deur blijft open met een touw ervoor. Het is bomvol. Tegen de wand een plaat: maximaal 69 passagiers. Er staat niks over bagage. Ik denk: je kunt wel betalen voor overgewicht, maar als de boot het nou niet aankan? We moeten er maar niet aan denken. We vertrekken rond 17.00 uur en we zien de zon ondergaatn in het gat van de openstaande deur. Tenminste als we weer even zicht hebben op de zon. We worden niet ziek maar twee uur varen met hard geluid van de ronkende motor is wel lang. Eindelijk komen we aan op Saba. Dat is veel kleiner dan Statia maar heeft wel twee cafés aan de haven! De twee terrassen zijn heel vol zien we vanaf de boot en er is luide muziek. Op Statia is de haven een klein industrieterrein met een pakhuis voor de douane en zonder voorzieningen voor passagiers. Als we stil liggen op Saba moeten eerst de mensen voor Statia van de boot af, zonder bagage mee te nemen, om zich te melden bij immigratie. Wij lopen voorop. Het paspoortapparaat moet nog warm draaien voordat onze paspoorten worden herkend. In het kantoor is gelukkig ook een wc. Dan terug naar de boot. De kleine groep doorreizigers voor Statia is snel compleet. Bijna alle bagage is weg, wat overigens ook logisch is. Naar Saba gaat de boot maar een paar keer per week en deze zondag hebben klaarblijkelijk veel families van buiten Saba de gelegenheid aangegrepen om een vakantie daar door te brengen.
Ik vis de grote rolkoffer uit het benedendek en leg die in de buurt. We hebben onze doos nog zien staan in de stuurhut. Komt dus goed en nu nog een uur varen in het donker naar Statia. Komt dus niet goed; de route van Saba naar Statia is veel heftiger, de boot stampt en na 20 minuten zijn er al 5 mensen ziek, ook Hans. Hij gebaart dat ik een kotszakje moet halen. De medewerker van de ferry zit voor mij in het gangpad naar het benedendek. Ze is in slaap gedommeld. Ik moet naar haar toe, maar dat gaat lastig. Ik kom overeind en gooi mezelf naar de reling van het trapje naar beneden. Dan zak ik door mijn knieën en kan ik de mevrouw aantikken. Ze schiet wakker en reageert in een reflex door me een kotszakje voor te houden. Ik pak het aan en reik naar Hans. Hij kan er net bij. Dan moet ik terug naar mijn zitplaats. Alle gene voorbij klauter ik op handen en voeten over de grond naar mijn bank en hijs mezelf omhoog. Hans heeft inmiddels het kotszakjes gebruikt voor het doel waarvoor het is gemaakt. De tocht naar Statia stond gepland voor een uur maar duurde uiteindelijk vijf kwartier. De optimistische kant van zeeziek zijn is dat het over is als de boot stilligt. Maar leuk is anders. Hans vergelijkt het met de veerdienst naar Texel: dat is een prachtige moderne boot en die overtocht duurt maar 20 minuten. Voor Statia is een ferry van levensbelang om contact te kunnen hebben met de rest van de wereld en hier moeten we het doen met een oud barrel, terwijl een nieuwe catamaran al weken in het dok ligt voor onderhoud. Hans wil alleen nog varen als de catamaran weer terug is. We staan op de kade en willen graag naar ons eigen huis. Wij lopen naar de uitgang van de haven met de kleine rolkoffer, rugtas en koeltas. De grote rolkoffer en de doos worden met een kleine vrachtwagen gebracht tot buiten het hek van de haven. Verbaasd halen we de grote rolkoffer en de doos van de vrachtwagen en doen die met de andere tassen in de kofferbak van onze auto. We kunnen zo wegrijden. Geen paspoortcontrole geen douanecontrole. We hadden rekening gehouden met een btw-naheffing, maar dat was onnodig. Het is inmiddels 22.30u. Vijf minuten laten zitten we in ons huis bij te komen van het weekend. Een ding is zeker: het volgende uitstapje begint met het lokale vliegtuigje……….
Plaats een reactie