26 juli 2022
Al ruim 4 jaar kent Sint Eustatius geen feitelijke democratie. Alles wat er bestuurlijk gebeurt, ligt in de handen van de Regeringscommissaris, die haar rechten en bevoegdheden ontleend aan de zogeheten Herstelwet. Van enige checks en balances, zo belangrijk in onze eigen democratische organen is vooralsnog geen sprake. De Regeringscommissaris hoeft alleen verantwoording af te leggen aan “Den Haag”, meer bepaald aan de staatssecretaris voor Koninkrijksrelaties, Alexandra van Huffelen.
De Herstelwet is sinds 2020 de opvolger van de Tijdelijke Wet verwaarlozing uit 2018, waarmee de Eilandsraad, de (waarnemend) Gezaghebber en het Bestuurscollege van hun wettelijke taken werden ontheven en ontbonden. Met de Herstelwet werd het weer mogelijk voor de bevolking van Sint Eustatius om een eigen Eilandsraad te kiezen, die overigens niet of nauwelijks bevoegdheden kreeg toebedeeld. In een bij de Herstelwet behorende route-tabel werd wel een inzicht gegeven hoe uiteindelijk de democratie weer zou worden hersteld.
Den Haag hoopte dat de verkiezingen in 2020 zouden leiden tot een Eilandsraad, waarin vooral nieuwe gezichten (en daarmee nieuwe stemmen) zouden worden gekozen. Echter, de Eilandsraad, die in 2018 uit hun taken werd ontheven en buitenspel werd gezet, werd met de verkiezingen in 2020 in dezelfde samenstelling herkozen. Feitelijk kan je stellen dat de bevolking daarmee het signaal gaf dat wat hen betreft hun volksvertegenwoordigers het goed hebben gedaan. Sindsdien is er getracht door enerzijds de Regeringscommissaris en anderzijds de Eilandsraad om tot een werkbaar evenwicht te komen, waarin “de stem” van de eigen bevolking in het beleid zou terugkomen. De Herstelwet bood daar evenwel weinig mogelijkheden voor, wat een grote wissel trok op de bestuurlijke samenwerking. In 2022 leidde dat uiteindelijk tot een mediation-traject om tot een werkbare samenwerking te komen. Tegelijk ontstond er een dialoog met de nieuw aangetreden regering in Nederland om tot een echt herstel van de democratie te komen. Vooral het “terugkrijgen” van het budgetrecht voor de Eilandsraad staat bovenaan het verlanglijstje.
Een nieuwe stap is dat in oktober weer twee gedeputeerden worden benoemd door de Eilandsraad, die dan in samenwerking met de Regeringscommissaris het dagelijks bestuur van het Openbaar Lichaam Sint Eustatius (zeg maar de gemeente Statia) gaan vormen. Maar wel onder de geldende Herstelwet, dus het bestuurlijke primaat blijft bij de Regeringscommissaris. Maar het is een begin. Voorts is afgesproken dat de begrotingsvoorbereiding voor het jaar 2023 in nauwe samenwerking met de Eilandsraad gaat gebeuren. En in 2023 vinden weer de reguliere verkiezingen plaats voor de Eilandsraad, tegelijk met die voor Saba en Bonaire.
Het is de uitdrukkelijke wens van de verschillende fracties binnen de Eilandsraad dat met de verkiezingen in 2023 ook het felbegeerde budgetrecht weer terugkomt bij de Eilandsraad. Hoewel de staatssecretaris heeft aangegeven deze wens heel goed te begrijpen en dit ook wil, houdt ze nog veel slagen om de arm. Dat is tegen het zere been van de verschillende politieke partijen op Statia. Belangrijkste reden voor de terughoudendheid is de vraag vanuit Den Haag of de financiële administratie inmiddels voldoende op orde is om het budgetrecht weer in handen van de Eilandsraad te leggen. Maar de Eilandsraad heeft geen enkele grip op dat proces en kan daar ook geen invloed op uitoefenen. Het is de Regeringscommissaris die daarvoor in haar eentje verantwoordelijk is en die dit met de gemeentesecretaris en het ambtelijk apparaat moet regelen. De Eilandsraad heeft het gevoel de dupe te worden van de twijfels aan het functioneren van de Regeringscommissaris.
Ik ben nog een relatieve nieuwkomer op Sint Eustatius en ben bezig om de “bestuurlijke mores” te leren kennen. Wat ik zie is dat veel van de nog bestaande hobbels om tot een terugkeer van de lokale democratie te komen vooral gelegen zijn in het intern functioneren van de ambtelijke organisatie (die overigens haar stinkende best doen om het goede te doen). Tegelijk kan je ook de vraag stellen of 4 jaar na het ingrijpen vanuit “Den Haag” voldoende aandacht is geweest om deze periode zo kort mogelijk te laten zijn. Ik heb het gevoel dat er veel aandacht is geweest voor het instrumentele (modernisering verordeningen, betere financiële administratie e.d.) en dat er te weinig aandacht is uitgegaan naar de onderliggende gevoelens en ervaringen bij bevolking en bestuur, die tot het ingrijpen hebben geleid. Democratie is veel meer dan alleen de meeste stemmen tellen of de grootste zijn. Democratie betekent ook zoeken naar een zo groot mogelijk draagvlak voor leuke maar vooral ook minder leuke besluiten. Zeker op een klein eiland als Sint Eustatius met een grote verscheidenheid aan kerken, families en tradities is het werken aan een zo breed mogelijk draagvlak in mijn optiek heel belangrijk. Zoals ik al eerder heb aangegeven past daarin ook opnieuw te kijken naar de omvang van de Eilandsraad. In Nederland zou Sint Eustatius met dit inwonertal recht hebben op 9 leden, terwijl men het nu met 5 moet doen. Voorts zou geïnvesteerd kunnen worden in de kennisoverdracht binnen het voortgezet onderwijs op het eiland, waar eilandsraadsleden, gedeputeerden, de gezaghebber en de ambtelijke top ieder vanuit hun eigen rol iets kunnen vertellen over wat ze doen, hoe ze het doen en waarom dit belangrijk is voor de toekomst van Sint Eustatius. Maak de democratie een levend onderdeel van het onderwijs, want uiteindelijk hebben ook hier de jongeren de toekomst. Experimenteer met bestuursvormen, waarbij de bewoners nadrukkelijker bij het bestuur kunnen worden betrokken. Volgens mij komen we op deze manier verder met de toekomst van Statia.
Plaats een reactie